Het kabinet reageert te laat op de economische crisis en doet te weinig. Als klap op de vuurpijl vlogen de premier en zijn vice-premiers elkaar afgelopen week in de haren over de hypotheekrenteaftrek. Wat gaat er mis? En wat moet er nu gebeuren?
aanpak economische crisis | actueel
Alexander Rinnooy Kan kon het begin vorige week niet langer aanzien, en zette een ongebruikelijke stap. De voorzitter van de Sociaal-Economische Raad tikte het kabinet publiekelijk op de vingers. Het duurt volgens Rinnooy Kan te lang voordat de politiek serieus werk maakt van maatregelen om de economische crisis aan te pakken.
Eigenlijk begon het kabinet pas met blussen toen het huis in lichterlaaie stond. Het is inmiddels twee jaar geleden dat de sub prime -crisis uitbrak. Die crisis leek in het prille begin een Amerikaans probleem, tot duidelijk werd dat de rommelhypotheken, verpakt in collateralized debt obligations , de gezondheid van financiële instellingen over de hele wereld hadden aangetast.
Ook toen de bewijzen zich opstapelden dat Nederland de dans niet zou ontspringen en de financiële crisis gevolgen zou hebben voor de reële economie, deed het kabinet alsof er niets aan de hand was. Het lijkt er op dat niets de goednieuwsshow, die het kabinet op Prinsjesdag 2008 voor zichzelf had georganiseerd, mocht verstoren. De coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie stond er in de peilingen beroerd voor, en had dringend behoefte aan succesjes.
Die kon het op de derde dinsdag in september dan ook melden: de economische vooruitzichten voor 2009 zagen er niet slecht uit en de koopkracht zat in de lift. Natuurlijk zag het kabinet ook dat er in de rest van de wereld inmiddels een storm was opgestoken. Maar, zo verzekerden Jan Peter Balkenende en Wouter Bos hun landgenoten: ‘De Miljoenennota laat zien dat Nederland er ondanks de internationale economische onrust goed voor staat.’
Het kabinet zou zichzelf nog weken vastklampen aan de mythe van het onkwetsbare Nederland, de economische rots in de mondiale branding. Curieus, want iedere beginnende econoom weet dat de sterk op de export leunende Nederlandse economie erg kwetsbaar is als het in de rest van de wereld bergaf gaat.
Eind september moest het kabinet bovendien hard ingrijpen om Fortis te redden. Balkenende legde in Brussel 16,8 miljard euro op tafel voor ABN Amro en het Nederlandse deel van Fortis. Het drama rond de bank-verzekeraar maakte duidelijk dat Nederland zich niet aan de financiële crisis kon onttrekken. Waarom zou het land dan wel immuun zijn voor een recessie?
Het inzicht dat ook de Nederlandse economie zich op een helling met groene zeep bevond, drong veel later pas door. ‘Sinds vorige week lijkt het kabinet uit de ontkenningsfase te zijn’, merkte Mark Rutte, fractieleider van de VVD, tijdens een debat op 18 november cynisch op. Bos had een week eerder toegegeven dat de economie in 2009 zou kunnen krimpen.
Bos schoof de schuld voor de goednieuwsshow op Prinsjesdag in de schoenen van het Centraal Planbureau (CPB). ‘Alles wat in september is gezegd over de vooruitzichten voor de volgende jaren, is gebaseerd op cijfers die ons ter beschikking zijn gesteld door de onafhankelijke rekenmeesters. Daar zat geen enkele eigen inschatting bij.’
Wie dacht dat regeren vooruitzien was, vergist zich. Pas als het toch al trage CPB zegt dat het stoplicht op oranje staat, trapt het kabinet op de rem. ‘Ik bezit geen zelfstandige voorspellende kracht’, legde Bos uit. ‘Als ik het echt zou kunnen, zou ik geen politicus zijn, maar ergens heel rijk op een strand liggen zonnen. Ik doe dus in alle bescheidenheid niet meer dan in alle redelijkheid van mij verwacht kan worden.’
Dat laatste is een rare opmerking. Niemand verbiedt het kabinet na te denken over maatregelen als er signalen zijn dat de economie ernstig in de problemen dreigt te komen. Hoopte het kabinet serieus dat ons land de dans op miraculeuze wijze zou ontspringen? Of was het bang dat praten over een recessie een self-fulfilling prophecy zou worden? Door braaf te wachten tot uit CPB-cijfers zou blijken wat iedereen al vermoedde, ging kostbare tijd verloren.
Toen half november het kwartje eindelijk viel, besloot het kabinet dat bedrijven die getroffen waren door de crisis hun overtollig personeel maximaal 24 weken in de WW konden parkeren. “Dit is geen cyclische dip,” benadrukte minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken de ernst van de situatie. Maar veel ondernemers visten achter het net. De regels om voor tijdelijke WW in aanmerking te komen waren streng, het budget beperkt. Na de miljarden die het kabinet in de financiële sector had gepompt, waren de 200 miljoen voor de WW een druppel op een gloeiende plaat.
De tijdelijke WW maakte deel uit van een breder, door Balkenende aangekondigd maatregelenpakket, waarvan het ‘effect’ kon oplopen tot 6 miljard euro. Maar dat betekende niet dat het kabinet er ook 6 miljard voor uittrok. Zo werd de op Prinsjesdag al aangekondigde lastenverlichting voor het gemak meegerekend, net als toekomstige tegenvallers. Het was een pakket in de traditie van Zeeuws meisje: geen cent te veel hoor.
Half januari kondigde het kabinet een tweede steunpakket aan. Het bestond voornamelijk uit garantiestellingen, die de schatkist opnieuw weinig kostten. Werkgevers en werknemers reageerden boos. Zo hebben exporteurs vanwege alle voorwaarden en regeltjes nauwelijks baat bij de verruiming van de exportkredietverzekeringen. Volgens de FNV bleef het kabinet steken ‘in het plakken van pleisters’.
Het contrast tussen de kracht waarmee de financiële crisis werd aangepakt en de halfhartige reactie van het kabinet op de naderende recessie is enorm. Balkenende en Bos grepen in het laatste quadrimester van 2008 hard in om de ineenstorting van het bancaire systeem te voorkomen. Maar een doordesemd plan om de economie in deze uitzonderlijke situatie te ondersteunen, ligt er tot op de dag van vandaag niet.
In het buitenland leidt het tot gefronste wenkbrauwen. Ontpopt Nederland zich als freerider? Duitsland pompt 35,8 miljard in de economie, het Verenigd Koninkrijk 16,7 miljard. Nederland volgt, volgens gegevens van het kabinet zelf, relatief en absoluut op grote afstand, met 2,2 miljard. De krimpende economie jaagt nu ook de begroting diep in het rood, waardoor midden in een economische crisis miljardenbezuinigingen dreigen. Het begrotingstekort kan dit jaar de 2 procent overschrijden, en volgens het regeerakkoord moet dan gesnoeid worden om te voorkomen dat de begroting door het Europese tekortplafond van 3 procent schiet.
Bezuinigen kan rampzalige gevolgen hebben voor de verzwakte economie. Het is moeilijk om maatregelen te bedenken die geen procyclisch effect hebben, behalve bezuinigingen op ontwikkelingshulp. Voor Nederland besluit tot drieste ingrepen, is het wijs om na te gaan of andere Europese landen zich wél aan de begrotingsafspraken houden. Frankrijk, bijvoorbeeld, stevent af op een tekort van 5 procent.
President Nout Wellink van De Nederlandsche Bank pleit onder deze omstandigheden voor budgettaire souplesse. Maar het kabinet lijkt vastbesloten om het braafste jongetje van de klas te blijven. Het hees op 6 februari de stormbal: burgers moeten zich opmaken voor zwaar weer, geen enkele maatregel is uitgesloten, inclusief beperking van de hypotheekrenteaftrek. Maar die laatste optie werd een dag later door Balkenende alweer van de lijst geschrapt, omdat de huizenmarkt al genoeg onder druk staat. Het maakt allemaal geen doordachte indruk. Erger, het begint erop te lijken dat het kabinet in paniek is.
Genant is ook dat de soloactie van de premier meteen tot Haagse herrie leidt. Zo laat de politiek zich midden in de crisis van haar beroerdste kant zien. Terwijl bedrijfswinsten verdampen en werknemers er bij bosjes uit vliegen, breekt er aan het Binnenhof een ordinaire ruzie uit.
In plaats van het land dieper de recessie in te bezuinigen, moet het kabinet de economie stimuleren. Balkenende moet als de donder aan de slag. Rijkelijk laat, maar nog niet té laat.
[ jean.dohmen @reedbusiness.nl ]
Premier Balkenende en vicepremier Bos zullen zich nog weleens achter de oren krabben als ze terugdenken aan de zonnige berekeningen die ze bij de start van het kabinet in 2007 maakten. Balkenende en Bos hadden zelfverzekerd afscheid genomen van de behoedzame ramingen van Gerrit Zalm . De liberaal, de langstzittende minister van Financiën sinds de oprichting van het koninkrijk, ging in zijn begroting veiligheidshalve uit van een economische groei van 1,75 procent, waardoor de begroting minder kwetsbaar is in magere jaren. Balkenende en Bos vonden zo’n extra veiligheidsklep op de begroting niet nodig, en gingen bij de start van hun kabinet uit van een economische groei van 2 procent. Dat leverde de coalitiepartners extra bestedingsruimte op. Nu de economische groei als sneeuw voor de zon verdwijnt, keert dat budgettaire optimisme zich tegen het kabinet. De financiële klappen dit jaar komen daardoor harder aan dan wanneer Balkenende en Bos waren uitgegaan van een groei van 1,75 procent. Het tekort op de begroting zal daardoor sneller de kritische grens van 2 procent bereiken, het moment waarop het kabinet volgens het regeerakkoord extra moet gaan bezuinigen.
Auteur(s): Jean Dohmen
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 7 , datum 14-2-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business