Her Verenigd Koninkrijk in crisis: Reykjavikaan de theems

Nederlandse bedrijven die naar het Verenigd Koninkrijk exporteren, hebben het lastig door de Britse recessie. Die zal bovendien langer duren dan bij ons. Maar schrijf die belangrijke markt voor BV Nederland nog niet definitief af.

het verenigd koninkrijk in crisis | economie

Voor de deur staat een net aangeschafte Porsche geparkeerd, als teken van optimisme. “Mijn bedrijf doet het prima, wij hebben het heel druk. Van een recessie is bij ons niets te merken en ik hoop dat dat zo blijft.” Dat antwoordt Craig van Aswegen op de vraag hoe de recessie, waarin het Verenigd Koninkrijk zich bevindt, zijn bedrijf Breathe Technology raakt. Het bedrijf biedt IT-oplossingen aan, zoals het aanleggen van netwerken in het Verenigd Koninkrijk, vanuit het plaatsje Girton, onder de rook van universiteitsstad Cambridge.


Het succes van de Zuid-Afrikaan Van Aswegen is niet de regel, maar een uitzondering op het Britse eiland. Voor het eerst sinds 1991 staat de Britse economie oog in oog met een diepe recessie. Vorige week maakten Britse statistici bekend dat de economie in het laatste kwartaal van vorig jaar met 1,5 procent is gekrompen. Aangezien de Britse economie in het derde kwartaal van vorig jaar ook al kromp (met 0,6 procent) is de eerste recessie in bijna twintig jaar een feit – economen spreken van een recessie als de economie twee kwartalen achtereen krimpt.

En het ziet ernaar uit dat de situatie eerst zal verergeren voordat er betere tijden zullen aanbreken. Beleggers weten niet hoe snel ze hun aandelen moeten dumpen. Dat is veelzeggend. Bij beslissingen over kopen of verkopen kijken beleggers in het algemeen vooruit naar de omzet en winstverwachtingen in de komende zes maanden en verder. Dat zij en masse verkopen, spreekt boekdelen. De FTSE 100, de index van de Londense beurs, verloor sinds het begin van dit jaar alleen al bijna 10 procent.

Maar beleggers zitten er ook vaak naast. Tijd dus voor een second opinion. Een goede indicator is de stemming in het bedrijfsleven. Verschillende enquêtes geven een eenduidig beeld: het vertrouwen is in jaren niet zo laag geweest en bedrijven zetten massaal een streep door geplande investeringen. Gedwongen ontslagen vallen allang 


niet meer alleen onder plannen maar zijn nu realiteit. De werkloosheid neemt niet meer elke maand toe, maar elke week. Eind november, de meest recente cijfers, waren er 1,92 miljoen werklozen in het land – 131.000 meer dan drie maanden eerder. Het werkloosheidspercentage klom naar 6,1 procent. Een jaar eerder was dat nog slechts iets meer dan 5 procent. De werkloosheid zal niet alleen dit jaar toenemen maar ook in 2010 en 2011, zo verwachten economen. Eind 2011 zal 11 procent van de Britse beroepsbevolking werkloos zijn.


Daarmee komt de consumptiegroei, waar de Britse economie jarenlang op dreef, tot stilstand. Door de almaar dalende werkloosheid en forse stijgingen van de huizenprijzen winkelden de Britten erop los. Als ze al onvoldoende contant geld hadden, waren de banken maar wat graag bereid kredieten te verlenen met het elke maand duurdere huis als onderpand.

Maar er is niet alleen een kink in de kabel gekomen, de kabel is doorgeknipt. En niet alleen wat de werkloosheid betreft. In januari dit jaar zijn de huizenprijzen met 7,3 procent gedaald vergeleken met een jaar eerder. De verwachting is dat de daling nog lang niet achter de rug is. Er zou nog 22 procent daling in de pijplijn zitten.


‘Over en uit’


Net als de economieën van Nederland, Duitsland, Frankrijk en de VS zal ook de Britse economie dit jaar behoorlijk krimpen. Maar waar de overige Europeanen en de Amerikanen zich, zoals het er nu uitziet, kunnen verheugen op een klein beetje groei in 2010, is zelfs dat de Britten niet gegund. De Britse economie zal ook dat jaar nog in een diep dal zitten, met een krimp van 0,5 procent.


Aan de Britse regering zal het niet liggen dat de economie wegzakt in het moeras van de crisis. Net als overal in de westerse wereld redde de overheid de financiële sector met honderden miljarden euro’s. Die sector, vooral gehuisvest in de Londense City, is in het Verenigd Koninkrijk van groot economisch belang. Van elke 100 ponden die het Verenigd Koninkrijk in een jaar verdient, neemt Londen 20 pond voor zijn rekening. Met de nabije omgeving erbij loopt dat aandeel op tot 30 procent. Tevens werkte er in de City, op krap 2,6 vierkante kilometer, vóór de crisis een 340.000 zielen tellend leger van economen, investment bankers , beurshandelaren en andere hoogwaardige specialisten.

Daarnaast verlaagde de regering van premier Gordon Brown tijdelijk de btw van 17,5 naar 15 procent om de consumptie aan te jagen. De voorgenomen verhoging van de winstbelasting is uitgesteld en kleine bedrijven kunnen de betaling ervan uitstellen. Geplande investeringen in energie, infrastructuur en openbare gebouwen schuift Londen naar voren. De regering staat ook garant voor de helft van elke lening van maximaal 20 miljard pond van banken aan kleine en middelgrote bedrijven.

Ook de Britse centrale bank deed een duit in het zakje. Zij verlaagde de officiële rente van 5 procent vorig jaar zomer, met voor haar ongekend grote stappen naar 1,5 procent nu. Daarmee is de rente gedaald naar het laagste niveau sinds de Engels-Nederlandse koning Willem III de bank in 1694 oprichtte om de oorlog tegen de Franse koning Lodewijk XIV te financieren. Alles wijst erop dat de centrale bank nog verder zal snoeien in haar belangrijkste tarief. Economen houden er rekening mee dat ze de rente naar 0 procent zal brengen.

Tweede ronde


Ondanks al deze maatregelen trilt de Britse financiële sector op zijn grondvesten. Een columnist van de Britse krant The Daily Telegraph merkte onlangs cynisch op dat de reddingsboei van 37 miljard pond uit oktober vorig jaar, die volgens de premier ‘de wereld zou redden’, niet eens voldoende bleek om de banken te redden, laat staan de wereld. Vorige week kondigde Brown dan ook een tweede ronde aan van financiële injecties voor banken.


Op beursgoeroe Jim Rogers maakte dat geen enkele indruk. ‘Ik raad u ten zeerste aan elk pond dat u heeft te verkopen’, luidde zijn onheilsboodschap aan de beleggers. ‘Het is over en uit. Ik vind het erg om te zeggen en het doet me pijn, maar ik zou geen cent meer in het Verenigd Koninkrijk steken.’ Rogers is een schatrijke belegger, die zijn vermogen vergaarde met het Quantum Fund dat hij samen met de bekende belegger George Soros oprichtte.

De Britse economie zal een hoge prijs betalen voor de zware klappen die het bankwezen krijgt, verwachten sommige Britten. Willem Buiter, hoogleraar economie aan de London School of Economics en voormalig lid van het rentecomité van de Britse centrale bank, spreekt over “een niet-verwaarloosbare kans dat het Verenigd Koninkrijk het volgende IJsland” zal zijn.

De IJslandse munt is in een vrije val geraakt. De schuld van het land is zo hoog dat het in feite failliet is. Buiter wijst erop dat de balans van het Britse bankwezen bijna het vijfvoudige is van het bruto binnenlands product (bbp) van het land. In IJsland was dat 900 procent. De herstructurering van die vitale sector van de Britse economie is nog lang niet voorbij.

Ook de overheidsfinanciën zien er belabberd uit. “De echte staatsschuld is waarschijnlijk hoger dan 100 procent van het bbp en neemt nog steeds toe.” Ook gaapt er een groot tekort op de begroting. Dit jaar zal het tekort oplopen naar ruim 8 procent van het bbp. Volgend jaar zal er geen noemenswaardige verbetering optreden. Met zulke hoge schulden zullen de financiële markten zonder enige twijfel vraagtekens plaatsen bij de houdbaarheid van de pogingen van de regering om de economie te redden, meent Buiter. “Het Verenigd Koninkrijk lijkt sterk op een investment bank of een hedgefonds.”

IJsland in het groot


Als het Verenigd Koninkrijk het nieuwe IJsland wordt, dan wordt Londen het Reykjavik aan de Theems. Maar is dat het onvermijdelijke lot? Het zou niet de eerste keer zijn dat de profeten de ondergang van de Albion voorspellen. In de jaren zeventig zou het ook al een keer over en uit zijn geweest met het land. De auto-industrie verkeerde in miserabele staat en de overheidspogingen die te redden verergerden de situatie alleen maar. De staalindustrie, in die jaren dé sector van een ontwikkelde economie, schipperde tussen nationalisering en privatisering. Zelfs Rolls-Royce was in de jaren zeventig staatseigendom. 


Toen de situatie uitzichtloos was, kwam Margaret Thatcher aan de macht. Zij bevrijdde de financiële sector van de verstikkende regels, verlaagde de belastingen, kromp de omvang van de overheid sterk in, en hervormde de Britse industrie meedogenloos. Die keiharde aanpak zette het Verenigd Koninkrijk op een pad van hoge economische groei en snel toenemende welvaart dat het land decennialang zou volgen. Oude industriële steden als Leeds werden omgetoverd tot dienstverleningscentra. Ze bloeiden op, ondanks het verlies van de industrie.

De financiële sector is zeer belangrijk voor de Britse economie en dat is de voornaamse reden dat de economie nu zo zwaar te lijden heeft. Maar de Britse economie steunt op meer dan één pilaar. Bovendien heeft zij aangetoond in staat te zijn tot hervormingen en er op die manier weer bovenop te komen.

Export is een sector die de kar op termijn mede kan trekken. Het pond is behoorlijk verzwakt ten opzichte van de euro (zie kader ‘Britten en de euro’) maar ook ten opzichte van andere belangrijke valuta’s. Volgens valutastrategen van het onafhankelijke adviesbureau Interest & Currency Consultants (ICC) uit Utrecht zal het pond de komende maanden sterker worden als gevolg van de grotere stimulering van de economie dan in Europa. ICC-analisten zien de koers ten opzichte van de euro dalen van circa 0,94 pond per euro nu naar ongeveer 0,86 pond.

Toch zullen de Britse exporteurs in de loop van 2010 een welkom steuntje in de rug krijgen vanuit de valutahoek. Reden is dat het positieve effect van een zwakke munt op de export zich pas met een vertraging van grofweg een jaar manifesteert. Dat heeft te maken met contracten die niet onmiddellijk, maar na afloop ervan worden aangepast.


Jarenlang voordeel


Bovendien zal de waardestijging van het pond geleidelijk aan plaatsvinden, aldus ICC-analisten. Tussendoor zijn periodes van hernieuwde zwakte mogelijk. Dat betekent dat de kans groot is dat de Britse exporteurs in de nieuwe contracten een groot deel van het valutavoordeel zullen vastleggen. Een Brits product dat in september vorig jaar in Londen 77 pond kostte, had in Nederland een prijskaartje van 100 euro. Datzelfde product kost nu nog steeds 77 pond in Londen, maar voor Nederland is het fors goedkoper geworden: ongeveer 82 euro. Dat betekent dat de Brit zijn prijs in ponden, en dus zijn inkomsten, kan verhogen en toch goedkoper kan zijn voor het Europese vasteland dan in 2008. 


Daar komt nog bij dat het sterkere pond tot en met 2010 niet meer zo sterk zal zijn als in 2007 en de jaren daarvoor. Britse exporteurs zullen dus jarenlang profiteren van het valutavoordeel. Volgend jaar zullen ook de economieën van de belangrijkste handelspartners, continentaal Europa en de VS, hun herstel inzetten, waardoor de vraag naar allerlei goederen, ook die uit het Verenigd Koninkrijk, zal toenemen.

Daarnaast is de Britse economie, net als vóór de crisis, nog steeds een economie met een flexibele arbeidsmarkt en geavanceerde bedrijven. Ze munt bovendien uit in innovatie, zoals uit de laatste Global Competitiveness Index van het World Economic Forum blijkt. In het overall klassement staan de Britten op de twaalfde plek. Nederland is te vinden op plek acht. Die notering is een vruchtbare bodem voor gezonde groei van de Britse economie ná de crisis.

Craig van Aswegen maakt zich met zijn IT-bedrijf al op voor betere tijden. “Ik probeer dit jaar een zo goed mogelijke start te maken. In de komende maanden ga ik nieuwe producten in de markt zetten. Hopelijk kan ik binnenkort een contract tekenen met een grote bierproducent. De afgelopen maanden ben ik voor projecten ook in Spanje, Frankrijk en Zwitserland geweest.”[ edin.mujagic @reedbusiness.nl ]

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief