Verkoop energiebedrijven: IDanger?

Essent wordt de zevende divisie van het Duitse RWE, Nuon staat op het punt in Deense of Zweedse handen te vallen. De Nederlandse energiebedrijven staan in de uitverkoop. Hoe komt dat eigenlijk? En hoe gevaarlijk is dat voor onze energievoorziening?

verkoop energiebedrijven | omslagartikel

n het eerste jaarverslag van zijn bestaan blaakt Essent van zelfvertrouwen. Het energiebedrijf, eind 1999 ontstaan uit een fusie van diverse regionale spelers, wil vooruit. Bestuursvoorzitter Kees Wiechers rept in het jaarrapport over 2000 over expansie naar het buitenland en een beursgang. “Het aantrekken van kapitaal is gewenst om op het Europese speelveld een zelfstandige rol te blijven spelen.” 


Ook concurrent Nuon, slechts een jaar ouder dan Essent, is ambitieus. De Amsterdammers willen een ‘totaaloplosser’ worden met niet alleen stroom en gas, maar ook zuiveringsbedrijf Norit en waterbedrijven tot in de VS. Ook bij Nuon wordt gedacht aan een beursgang.

Tien jaar na het ontstaan van Essent is de realiteit ontnuchterend anders. Het energiebedrijf uit Arnhem wordt voor 9,3 miljard euro ingelijfd door het Duitse RWE. Nuon volgt waarschijnlijk binnenkort het voorbeeld van Essent, met het Zweedse Vattenfall en het Deense Dong naar verluidt als belangrijkste kandidaten. Eneco denkt nog na over de toekomst, maar sluit een overname niet uit.

Wat is er in die tien jaar gebeurd? Wat heeft tot dit slagveld geleid? Vijf oorzaken waardoor de Nederlandse energiebedrijven nu in de uitverkoop staan. 



1: opkomstenergiereuzen


De energiemarkt in Europa wordt steeds meer gedomineerd door reuzen, mogelijk gemaakt door het wegvallen van grenzen. Het Italiaanse Enel won de overnamestrijd om het Spaanse Endesa, in Frankrijk gingen Gaz de France en Suez samen. Vergeleken met deze energiegiganten zijn de Nederlandse energiebedrijven kleintjes (zie grafiek). “Schaalgrootte is noodzakelijk voor de toevoer van brandstoffen als gas en kolen”, zegt Arnoud van der Slot, energiespecialist van Roland Berger. Dat is ook de reden die Essent-topman Michiel Boersma noemt verderop in dit blad (zie pagina 26). Van der Slot spreekt over de wet van de remmende voorsprong. “In Nederland was niemand echt bezig met het zoeken van gas. Wij hadden immers een luxepositie met ons eigen gas uit Groningen en de Noordzee.”


Essent en Nuon, die zich inmiddels weer concentreren op gas en stroom, proberen mee te gaan in de consolidatieslag door begin 2007 een fusie aan te kondigen. Deze strandt echter al snel door wantrouwen tussen de twee partners en verwachte weerstand van de NMa. Maar, zo erkent oud-Nuon-topman Ludo van Halderen nu, een fusie had op termijn geen zoden aan de dijk gezet. “EssentNuon was net zo hard overgenomen.” Er is echter een factor die de overname van de Nederlandse energiebedrijven danig heeft versneld:

2: Splitsing


Donderdag 7 juni 2007 is een rampzalige dag voor de Nederlandse energiebedrijven. Op die dag maakt minister Maria van der Hoeven van Economische Zaken (EZ) bekend dat Essent, Nuon, Eneco en Delta vóór 2011 hun netwerkbedrijf moeten afsplitsen. De toch al relatief kleine energiebedrijven worden daarmee gedecimeerd tot productie- en leveringsbedrijven met een aanzienlijk lagere creditrating. 


Door de splitsing worden de provincies en gemeenten, de aandeelhouders, eigenaar van een puur commercieel bedrijf met een veel hoger risicoprofiel dan een ongesplitst Nuon of Essent. “Ik kan me voorstellen dat de aandeelhouders zich niet thuis voelen bij zo’n onderneming”, zegt Van Halderen. Samen met de andere energiebedrijven verzette hij zich fel tegen splitsing.

Het splitsingsplan komt uit de koker van Van der Hoevens voorganger Laurens Jan Brinkhorst. Met de opdeling wil hij voorkomen dat de netten in buitenlandse handen zouden komen. Overname van de Nederlandse energiebedrijven zat er namelijk al heel lang aan te komen, zegt Brinkhorst, tegenwoordig actief als consultant. “Dit is de onvermijdelijke uitkomst van een Europees proces. Toen ik in 2004 aantrad als minister was de helft van de Nederlandse stroomproductie al in buitenlandse handen. Maar de verkoop gaat wel sneller dan ik had gedacht.” Brinkhorst ergert zich aan het Oranjegevoel waarmee de inlijving van Essent wordt omgeven. “Dat soort nationalistische oprispingen heb ik nooit begrepen. We leven niet meer in de Tweede Wereldoorlog!” Hij vreest niet voor de toekomst van de Nederlandse energievoorziening, Brinkhorst ziet zelfs een voordeel: “Duitsland heeft veel meer groene energie dan wij.”

Volgens Ferd Crone hoéven de provincies en gemeenten hun aandelen helemaal niet te verkopen. De PvdA’er, tegenwoordig burgemeester van Leeuwarden, was als energiewoordvoerder in de Kamer fervent voorstander van splitsing. “Splitsing moet, verkoop niet.” Volgens hem hadden de energiebedrijven bijvoorbeeld samen een inkoopalliantie kunnen sluiten. “Waarom niet vijf jaar wachten met verkoop? En waarom gelijk alle aandelen van de hand doen? Door verkoop van een minderheidsbelang hadden de provincies en aandeelhouders eerst aan een partner kunnen wennen.”

Crone is niet principieel tegen verkoop, maar vindt het jammer dat Essent geen duurzamere partner heeft uitgekozen dan RWE. “Ik maak me geen zorgen over de energievoorziening zolang er maar vijf of zes spelers overblijven. En met Vattenfall zijn we in Nederland nog beter af, ook als het om duurzaamheid gaat.” Ook Van Halderen is niet bang dat ‘Berlijn’ of ‘Parijs’ hier het licht uitdoet als deze de energievoorziening in handen heeft. “We praten over professionele, beursgenoteerde bedrijven”, zegt de oud-Nuon-topman, tegenwoordig president-commissaris van Econcern. 



3: Fouten energiebedrijven


De energiebedrijven hebben de splitsing – en daarmee de versnelde verkoop aan RWE cum suis – aan zichzelf te danken, stelt Crone. “Het geld uit de netten ging naar buitenlandse avonturen in Duitsland en België”, zegt het voormalig Tweede Kamerlid. “De energiebedrijven wilden alleen maar groter en groter worden. De documenten voor een beursgang lagen klaar. We wilden niet dat de bedrijven lock, stock and barrel , inclusief de netten, in buitenlandse handen zouden kunnen vallen.” 


Volgens Van der Slot van Roland Berger was de relatie tussen EZ en de energiebedrijven al vóór de splitsingsdiscussie danig bekoeld. “Dat kwam door een serie gebeurtenissen. Denk aan het mislukken van de vorming van een Grootschalig Productiebedrijf in 1998 en de verwachtingen over de effecten van liberalisering. EZ had een lagere stroomprijs verwacht, maar energiebedrijven hebben te maken met een marktprijs. Die is soms laag, maar soms ook hoog.” Brinkhorst blijft ontevreden: “Nederland is nog steeds een eiland in Europa. Stroom is hier nog altijd duurder dan in het buitenland.”

Van Halderen erkent dat de energiebedrijven fouten hebben gemaakt. “Vóór 2004 was onze prestatie niet echt heel sterk”, zegt hij daarmee verwijzend naar de administratieve chaos bij het overschrijven van klanten. “En hoe moet je als gedeputeerde uitleggen dat Nuon een waterbedrijf in Chili heeft gekocht?” Van Halderen verkocht dergelijke avonturen van zijn voorganger Tob Swelheim. 


4: traag optreden Brussel


Essent is (bijna) gesplitst, maar koper RWE voorlopig nog niet. Die scheve verhouding is het gevolg van een groot tempo-verschil tussen Den Haag en Brussel. Want terwijl Nederland druk bezig is met het opdelen van de energiebedrijven loopt de rest van Europa lang niet zo hard. In Brussel wordt al jarenlang gepraat over de gas- en elektriciteitsnetten. Bovendien gaat het niet om het afsplitsen van alle netten, zoals Van Halderen fijntjes opmerkt, maar alleen over de hoofdverbindingen. In Nederland zijn vrijwel alle hoogspanningskabels bijvoorbeeld al sinds 1998 ondergebracht bij staatsbedrijf Tennet. Duitsland en Frankrijk verzetten zich tot op heden met succes tegen het opdelen van hun energiebedrijven. Van der Slot: “Vooral de grote lidstaten hechten veel meer belang aan de relatie met Gazprom dan aan marktwerking. Marktwerking is nice to have , brandstoftoevoer is veel belangrijker.”


Oud-minister Brinkhorst erkent dat Brussel mijlenver achterligt. De trage onderhandelingen over splitsing van Europese energiereuzen als RWE noemt hij “niet helemaal bevredigend. Ik hoop dat er bij de verkoop van Essent druk kan worden uitgeoefend op RWE om te gaan splitsen.” Maar, zo stelt hij, splitsing is ook voor de Europese energiereuzen op de lange termijn onontkoombaar.

Crone vindt dat eurocommissaris Neelie Kroes (mededinging) dit moment moet aangrijpen om splitsing van RWE af te dwingen. Hij is bang dat de energiereus, afkomstig uit het nabijgelegen Noordrijn-Westfalen, door de overname van Essent een te grote machtspositie krijgt bij de doorvoer van elektriciteit en gas tussen Nederland en Duitsland. 






5: Verkeerde aandeelhouders


Energie is een goed van nationaal belang. Maar waar bedrijven als GDF Suez, Vattenfall en Dong (grotendeels) in handen zijn van de staat, daar schuiven bij de Nederlandse energiebedrijven een hele batterij provincies en gemeenten, van Noord-Brabant tot Wymbritseradiel (Friesland), aan tijdens de aandeelhoudersvergaderingen. Minister Van der Hoeven staat aan de zijlijn bij de verkoop van Essent, Nuon en Eneco. Het enige wat de bewindsvrouw kan doen is de provincies en gemeenten oproepen hun aandelen niet overhaast te verkopen omdat “energie veel te belangrijk is om lichtvaardig over te besluiten”. En dat terwijl privatisering van Schiphol tijdens deze kabinetsperiode van de baan is en de Staat bij het Havenbedrijf Rotterdam aandeelhouder is geworden. 


Volgens Van Halderen is er weinig mis met de bestaande eigendomsstructuur. “Het energiebeleid wordt toch in Den Haag gemaakt.” Maar Brinkhorst noemt het aandeelhoudersschap van provincies en gemeentes “een inconsequentie die nu eenmaal zo is gegroeid”. De aandeelhouders bleken de afgelopen jaren moeilijk op één lijn te krijgen en kennis over de internationale energiewereld was niet altijd aanwezig bij de betrokken gedeputeerden en wethouders, zoals Brinkhorst ook heeft gemerkt: “Ik heb met veel tweede- en derderangsfiguren te maken gehad. Voor hen was de energieproblematiek een maatje te groot.”

Crone noemt het “een grote fout” dat de Staat in het verleden niet is ingestapt bij de energiebedrijven. “Al was het maar voor 20 of 30 procent. Zo heb je tenminste medezeggenschap.” Bovendien schieten de provincies zichzelf in de voet, vindt hij. “De renteopbrengsten uit de miljarden die de verkoop opleverde, zijn lager dan het dividend dat ze jaarlijks kregen uitgekeerd.”

Volgens Crone is het nog niet te laat. “Wouter Bos kan nog steeds de kleine aandeelhouders uitkopen.” Een dergelijke actie zou in elk geval goed passen in de tijdgeest, met de nationalisering van ABN en Fortis vers in het geheugen.

Bos wil ook wel dat de energiebedrijven in publieke handen blijven, zo laat hij duidelijk in zijn weblog doorschemeren, maar de vicepremier merkt enigszins beteuterd op dat de rijksoverheid er niets over te zeggen heeft. En daarom kan Bos de provincies en gemeenten alleen oproepen de  Essent-miljoenen niet te ‘verbrassen’. 



[ jacco.neleman @reedbusiness.nl ]

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief