Alitalia: Wie wint en wie verliest

De deal die Air France-KLM onlangs sloot met Alitalia kent verschillende winnaars. De werknemers van de Italiaanse luchtvaartmaatschappij en de Italiaanse reiziger hebben echter minder reden tot juichen.

Dat Air France-KLM blij mag zijn met de (voorlopige) afloop van de Alitalia-soap is duidelijk. De vorig jaar geplande overname zou door de gestegen brandstofkosten en de kredietcrisis achteraf gezien niet gunstig zijn geweest. Ceo Jean-Cyril Spinetta mag de Italiaanse premier Sylvio Berlusconi en de Italiaanse bonden daarom danken dat zij die transactie toen hebben verhinderd. Minder dan een jaar later heeft Parijs alsnog een overheersende positie verworven binnen Alitalia, dat in de tussentijd danig is afgeslankt en geen schulden meer heeft.


Ook de Compagnia Aerea Italiana (CAI), Berlusconi’s vriendenclub die het gezonde deel van Alitalia voor 1.052 miljoen euro heeft opgekocht, profiteert van de deal. Voor een kwart daarvan heeft Air France-KLM 320 miljoen betaald, een winst van 28 procent. En als de 21 beleggers, bouwbaronnen, staalmagnaten en truitjesfabrikanten in 2013 al hun aandelen mogen verkopen, kan dat weleens veel meer opleveren.

Blij is ook Carlo Toto, eigenaar van het voorheen wankele Air One. Door de inlijving van zijn bedrijf door Alitalia zag hij een half miljard euro schuld verdwijnen. Niet minder tevreden zijn de banken, die bij Alitalia en Air One honderden miljoenen aan leningen hadden uitstaan waarvan de restitutie nu in elk geval is gegarandeerd. Niet voor niets is het bijeenbrengen van de CAI het werk geweest van Corrado Passera, ceo van Banca Intesa, die de grootste schuldeiser is, of liever gezegd was, van Air One.
Tot slot mag ook Berlusconi zelf niet klagen. Bij de verkiezingen vorig jaar april leverde zijn patriottisch verzet tegen de ‘uitverkoop’ van Italië’s nationale trots aan de Fransen – die Alitalia natuurlijk zouden gebruiken om toeristen uit Italië weg te lokken – hem naar schatting 1 procent meer stemmen op. Weliswaar heeft dat miljarden gekost en komt Alitalia uiteindelijk toch in Franse handen, maar bij de volgende verkiezingen herinnert niemand zich dat meer.

De Italiaanse belastingbetaler daarentegen is gesjochten. Bij de saneringsoperatie is Alitalia gesplitst in een good en in een bad company . De eerste is overgenomen door de CAI, de ander blijft van de staat, die daarmee ook de schulden van het oude Alitalia overneemt, alsmede zeven jaar wachtgeld voor de afgeserveerde werknemers. Al met al een extra last van 3 miljard euro.

Het personeel van Alitalia heeft evenmin reden tot juichen. De nieuwe arbeidsvoorwaarden zijn zeker niet gunstiger dan die welke Air France-KLM in het vooruitzicht had gesteld en in plaats van 2.000 zijn er nu 7.000 banen verloren gegaan. Daarmee zijn ook de negen luchtvaartbonden, die vorig jaar Air France-KLM afwezen en nu met veel minder akkoord moesten gaan, vernederd.

Ook de Italiaanse reiziger moet bloeden. Een extra heffing op vliegtickets moet een deel van de kosten terugbetalen en op de drukke route Rome-Milaan krijgt het nieuwe Alitalia een bijna-monopolie, zodat het de prijzen rustig kan opschroeven. Om dat mogelijk te maken heeft de Italiaanse mededingingsautoriteit ontheffing verleend op de geldende concurrentiewetgeving. Daarmee trekt ook de EU aan het kortste eind. De Italiaanse overheidssteun is nauwelijks meer verkapt te noemen, maar denkende aan de maatregelen die verscheidene lidstaten onlangs ten gunste van banken hebben genomen, zal Brussel zich er vermoedelijk niet tegen verzetten.


[ Aart Heering - Rome ]

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief