Peter Voser volgt dit jaar Jeroen van der Veer op als bestuursvoorzitter van Shell. Portret van een degelijke, onopvallende Zwitser met een voorliefde voor crisissituaties. “Peter is een waardig opvolger van Van der Veer.”
peter voser | omslagartikel
De man die Jeroen van der Veer de afgelopen jaren trouw secondeerde, wordt in juli zélf de bestuursvoorzitter van Shell. Analisten en journalisten kennen Peter Voser (50) als de gedrongen chief financial officer (cfo) die bij cijferpresentaties op sonore toon een degelijk betoog houdt over earnings , margins en de capex (investeringen).
Voor het grote publiek is Voser echter een onbekende. Zelden treedt hij in de schijnwerpers. Zelfs in huisblad Shell Venster heeft hij nooit gestaan. Interviews geeft hij pas na zijn aantreden als chief executive officer (ceo). Wie is deze man die een carrière van 25 jaar bij Shell – een uitstapje naar machinebouwer ABB uitgezonderd – recent beloond zag met promotie tot baas van een van de grootste olieconcerns ter wereld? En wat staat hem te doen?
Een sobere, hardwerkende en sociale man, zo omschrijven (ex-)collega’s Voser. Volgens voormalig president-directeur Nederland Rein Willems is de Zwitser “een zeer innemend mens” en iemand die “breed” denkt. Geen droge boekhouder, maar een financieel manager die ook met zijn laarzen in de olie heeft gestaan. Willems: “Hij ziet bijvoorbeeld het belang van technologie voor de toekomst van Shell.”
Essent-bestuursvoorzitter Michiel Boersma, tot 2003 in dienst van Shell, betitelt de aankomende Shell-ceo als “heel gedegen, heel gebalanceerd en no-nonsense”. “Peter is een partner in de business. Sommige cfo’s werpen wegversperringen op, maar Peter probeerde je te helpen. Hij kende de business inside out .”
Ook professor (en landgenoot) Hans Peter Walter heeft louter lovende woorden over voor Voser. In het bestuur van de Revisionsaufsichtsbehörde (RAB), een Zwitsers overheidsorgaan dat toezicht houdt op accountantskantoren, werkt hij als voorzitter samen met de nieuwe Shell-baas. “Peter neemt zijn taak erg serieus. Ondanks zijn drukke baan komt hij altijd erg goed voorbereid naar vergaderingen. En als ik hem e-mail, krijg ik onmiddellijk antwoord.”
Het beeld van een degelijke Zwitser doemt op, iets wat wordt bevestigd door Vosers achtergrond. Hij groeit op in Neuenhof en Würenlos, twee plaatsjes ten noorden van Zürich. Vosers accent verraadt nog steeds zijn afkomst uit het kanton Aargau. Zijn vader is montagechef bij machinebouwer BBC Brown Boveri, het bedrijf dat frappant genoeg later (na de fusie met het Zweedse Asea) de werkgever wordt van zijn zoon. Voser is geen studiebol: al op zijn zestiende verlaat hij school om een zogenoemde KV-Lehre te volgen, een soort opleiding in stagevorm tot commercieel medewerker. ‘Ik wilde weten hoe de werkende wereld eruit zag’, verklaart hij tegenover de Neue Zürcher Zeitung . “Langer in de schoolbanken zitten vond ik niet zinvol.” Voser is in die tijd bovendien een enthousiast voetballer: hij speelt als laatste man bij tweede divisieclub FC Wettingen, hoewel navraag leert dat hij daar het eerste elftal nooit haalt.
Omdat een goede opleiding toch onontbeerlijk blijkt te zijn om carrière te maken gaat Voser bedrijfseconomie studeren aan de Hochschule für Angewandte Wissenschaften in Zürich. Op z’n 24ste behaalt hij daar zijn bul en kiest hij voor Shell, naar eigen zeggen onder meer om iets van de wereld te kunnen zien. Via functies in Zwitserland, Groot-Brittannië, Argentinië en Chili stijgt hij snel in de Shell-hiërarchie. In Zuid-Amerika houdt hij zich niet alleen bezig met cijfers, maar heeft hij ook operationele verantwoordelijkheid. Bovendien doet hij er een voorliefde op voor de Argentijnse voetbalclub Boca Juniors.
Eind jaren negentig komt de top voor de dan pas 40-jarige Voser in zicht. Hij wordt naar het hoofdkantoor in Londen gehaald als internal auditor van het hele concern. Daar komt Willems, tot eind 2007 president-directeur van Shell Nederland, hem voor het eerst tegen. Willems, die vooral na Vosers terugkeer bij Shell in 2004 met hem te maken krijgt: “Peter viel op omdat hij als begin veertiger al die functie kreeg. Hij was relatief jong. Het was duidelijk dat hij tot grote hoogten kon gaan stijgen.”
Het beeld van een high potential wordt bevestigd door Boersma, die bij de divisie Oil Products nauw met de Zwitser samenwerkt. Voser klimt daar op tot financieel directeur, de huidige Essent-topman is er hoofd strategie. “Het was voor iedereen duidelijk dat Peter een hoogvlieger was.”
Voser is hard op weg naar de top van Shell wanneer hij eind 2001 plots overstapt naar ABB. Bij het Zweeds-Zwitserse concern wordt hij cfo. Naar buiten toe zegt hij vooral te kiezen voor ABB vanwege de klus die hem daar te wachten staat. De machinebouwer heeft zich verslikt in een reeks overnames en bovendien hangt er een grote asbestclaim boven het miljardenconcern. ‘Crises trekken mij aan. Ik heb turbulente tijden nodig om me te kunnen ontplooien’, zegt hij in de Neue Zürcher . En tegenover persbureau Reuters: ‘Ik houd van een uitdaging. Ik vind het leuk om organisaties, zelfverzekerdheid en vertrouwen weer op te bouwen.’ Voor Shell in Argentinië heeft Voser al te maken gehad met hyperinflatie. Een corporate firefighter , zo wordt hij in de Britse pers genoemd.
Er zijn echter ook berichten dat Voser vertrekt bij Shell omdat hij wordt gepasseerd voor de positie van cfo van het megaconcern. Judy Boynton, afkomstig van Polaroid, treedt in 2001 aan als de nieuwe financieel directeur van Shell. Boersma zegt wel te vermoeden waarom Voser naar ABB overstapt, maar wil daar niets over kwijt.
Samen met ceo Jürgen Dormann helpt Voser ABB er weer bovenop. Harde ingrepen worden daarbij niet geschuwd. Duizenden banen verdwijnen en onderdelen van het technologieconcern worden verkocht.
In 2004, wanneer ABB uit het dal is geholpen, wordt Voser alsnog financieel directeur van Shell. De energiereus is dan gedwongen fors af te boeken op de bewezen olie- en gasreserves. Het aangeslagen bedrijf schudt op zijn grondvesten, topman Philip Watts, productiechef Walter van de Vijver en cfo Judy Boynton ruimen het veld.
Voser is volgens Shell-watchers de ideale kandidaat als nieuwe financiële man: iemand van buiten, maar mét recente kennis van de Shell-organisatie en toch niet besmet door het reserveschandaal. Daarnaast heeft bij ABB het scenario van Shell zich herhaald. Voser wordt wéér gepasseerd ten faveure van een buitenstaander. Niet hij, maar Fred Kindle (ex-Sulzer) wordt de nieuwe ceo van ABB als opvolger van Dormann.
Opvallend genoeg is Voser al eerder teruggekeerd in het Nederlandse bedrijfsleven. In maart 2004, drie maanden vóór de aankondiging van zijn benoeming door Shell, wordt Voser door Aegon voorgedragen als commissaris. Lang blijft hij overigens niet bij de verzekeraar. Twee jaar later treedt hij alweer af. Uit het persbericht van Aegon valt op te maken dat hij het te druk heeft bij Shell. Voser blijft echter wél non-executive director bij de (prestigieuzere) UBS-bank in thuisland Zwitserland. Veel indruk heeft hij niet gemaakt bij Aegon: voormalig topman en mede-commissaris Kees Storm zegt niets over Voser te kunnen zeggen, omdat hij hem te kort heeft meegemaakt.
De degelijke Voser is precies wat Shell na de ingrijpende reservecrisis nodig heeft. Samen met Van der Veer slaagt hij erin het geschonden imago van Shell te herstellen. De juridische procedures en schadeclaims worden snel weggewerkt. Daarnaast tuigen Van der Veer en Voser een ambitieus investeringsprogramma op om de toekomst van Shell te verzekeren. De duale bedrijfsstructuur, volgens velen debet aan het reserveschandaal, wordt vereenvoudigd door de samenvoeging van Shell Transport & Trading en Koninklijke Olie. “Peter heeft de relatie met de financiële wereld hersteld. Dat heeft hij uitstekend gedaan”, zegt Willems, die Voser (net als veel analisten) ook prijst voor het opzetten van een strakke financiële organisatie. Bij die hersteloperatie wordt Voser geholpen door stijgende olieprijzen, met recordwinsten tot gevolg. Bovendien worden op het toppunt van de markt diverse raffinaderijen verkocht. Vier jaar na het aantreden van Voser, die wel Nederlands verstaat, maar zich in het Engels uitdrukt, staat Shell er financieel gezien uitstekend voor (zie kader).
In maart 2007 maakt Van der Veer bekend twee jaar later met pensioen te gaan. Omdat Shell traditioneel uit eigen gelederen een opvolger kiest wordt er direct gekeken naar de rest van de board : de Britse productiechef Malcolm Brinded, de Amerikaanse Linda Cook (Gas & Power) en Voser. Rob Routs, verantwoordelijk voor Downstream (olieverkoop en chemie), heeft dan ook al zijn pensionering aangekondigd.
In FEM dichten analisten begin 2007 Brinded de meeste kansen toe. De divisie Upstream (het winnen van olie en gas) is nu eenmaal de belangrijkste en meest lucratieve activiteit van Shell. Financiële man Voser wordt niet gezien als de voornaamste kandidaat. “Voser is niet echt een olieman”, zegt analist Herman Bots van Theodoor Gilissen.
Maar toch wordt deze dark horse in oktober vorig jaar aangewezen als opvolger van Van der Veer. “Peter heeft de ervaring, kwaliteiten en het persoonlijke leiderschap”, stelt de (Finse) chairman Jorma Ollila in een verklaring. De benoeming wordt door de markt positief ontvangen. Na de bekendmaking stijgt de koers van Shell met 9 procent. Analisten prijzen zijn nuchterheid en doorzettingsvermogen. Ze wijzen ook op de sterk gedaalde olieprijs, waardoor Shell zuiniger aan moet doen (zie kader). Een financiële man aan de top is dan een logische keuze. De benoeming van Voser is een unicum voor Shell: voor het eerst in de 101-jarige historie komt er geen Nederlander of Brit aan het roer. En de Zwitser mag dan geen echte olieman zijn, dat was zijn voorganger Van der Veer – van oorsprong een chemieman – ook niet.
Analist Alexandre Weinberg van Petercam wijst ook op de tekortkomingen van de twee andere kandidaten. “Brinded heeft met Sachalin II, het Russisch megaproject van Shell, een slippertje gemaakt door de kosten niet in de hand te houden. Bovendien is hij een beetje een micromanager. Cook miste ervaring.”
Voormalig president-directeur Nederland Willems stelt dat Shell kon kiezen uit “drie goede kandidaten”, maar dat het met Voser “verreweg de beste teamplayer van de drie” geworden. Volgens hem lijkt de nieuwe man qua managementstijl sprekend op zijn voorganger Van der Veer. “Peter heeft ook veel vertrouwen in de mensen met wie hij werkt. In dat opzicht is hij een waardig opvolger van Jeroen van der Veer.” Ook Essent-bestuursvoorzitter Boersma is niet verbaasd over de keuze voor Voser: “Hij heeft heel veel draagvlak binnen Shell.”
Voser heeft eigenlijk maar één zwakke plek in zijn cv: zijn eerdergenoemde nevenfunctie als non-executive director bij UBS. De Zwitserse bankreus is door de kredietcrisis in uiterst zwaar weer terechtgekomen. Het bedrijf heeft voor 49 miljard dollar aan sub prime -leningen moeten afschrijven. Met een kapitaalinjectie van 6 miljard frank (3,9 miljard euro) houdt de overheid in Bern UBS overeind. Voser heeft het druk met zijn nevenfunctie: in 2008 worden er maar liefst drie buitengewone aandeelhoudersvergaderingen gehouden, naast de gewone bijeenkomst.
Voser zit als lid (en sinds april vorig jaar voorzitter) van de audit committee dicht bij het vuur, maar analist Weinberg denkt niet dat de problemen bij UBS Voser zijn aan te wrijven. Dat blijkt ook uit geruchten in de pers dat hij Peter Kurer zou opvolgen als chairman van UBS. “Daarom was ik een beetje verrast dat hij ceo van Shell werd.” Topman zijn van Shell is een tijdverslindende aangelegenheid. Toch wil Voser verbonden blijven met zijn vaderland. Hij behoudt daarom zijn nevenfuncties bij zowel UBS als accountantswaakhond RAB.
[ jacco.neleman @reedbusiness.nl ]
Peter Voser (50)
Geboren:
29 augustus 1958 in Baden (Zwitserland)
Opleiding:
Bedrijfseconomie aan Zürcher Hochschule für Angewandte Wissenschaften. Afgestudeerd in 1982
Carrière:
1982-1997: diverse (financiële) functies bij Shell in achtereenvolgens Zwitserland, Verenigd Koninkrijk, Argentinië en Chili 1997-1999: group internal auditor Shell 1999-2000: cfo Shell Europe Oil Products 2001: cfo Global Oil Products Business Shell 2002-2004: cfo ABB 2004-heden: cfo Shell Vanaf juli 2009: ceo Shell
Nevenfuncties:
Boardmember UBS (hoofd audit committee), director Revisionsaufsichtsbehörde
Privé:
Getrouwd met Daniela, twee dochters en een zoon
Hobby’s:
Voetbal, skiën, duiken
Beloning:
In 2007 2,4 miljoen euro (inclusief bonus van 1,4 miljoen)
De erfenis van Van der Veer
Toen Jeroen van der Veer in 2004 aantrad als topman van Shell moest hij het vertrouwen in de oliemaatschappij weer zien op te bouwen. Die had een flinke douw gekregen door de reservecrisis, waarbij de bewezen voorraden overschat bleken te zijn. Peter Voser lijkt een makkelijkere start te krijgen. De Zwitser erft een concern dat dankzij de olieprijs miljardenwinsten behaalt. De herinnering aan het reserveschandaal is vervaagd, de daaruit voortkomende claims afgewerkt. Bovendien werkt Shell aan 50 megaprojecten waarmee het volgens Van der Veer decennia vooruit kan. “Van der Veer heeft een fantastische portefeuille opgebouwd, met nieuwe projecten in Brazilië, Kazachstan en Canada. En in Irak is Shell nu de eerste”, zegt analist Alexandre Weinberg van Petercam. “Bovendien heeft Shell de kleinste schuld op de balans staan van alle grote oliemaatschappijen.” Toch is er voor Voser nog heel wat werk aan de winkel. De productie van Shell daalt al jaren, van 3,8 miljoen vaten per dag in 2004 tot 3,2 miljoen vaten in het derde kwartaal van vorig jaar (zie grafiek). De oliereus heeft nog steeds last van de achterblijvende investeringen eind jaren negentig, toen de olieprijs tot 10 dollar per vat bedroeg. Zowel Weinberg als Cyril Widdershoven, olie-analist bij consultancybedrijf TMC, maken zich weinig echter weinig zorgen over de alsmaar dalende productie. “Door de nieuwe projecten zal de productie vanaf 2010 weer gaan stijgen met 2 tot 3 procent.” Volgens Widdershoven ontkomt Voser niet aan het plegen van overnames. “Die kunnen zorgen voor groei de komende jaren. Zelfstandig wordt dat steeds moeilijker.” Het verhogen van de productie is onlosmakelijk verbonden met het vinden van nieuwe voorraden. Op het eerste gezicht staat Shell er op dat gebied goed voor. Met bewezen reserves van 11,9 miljard vaten kan het bedrijf tien jaar vooruit. De hele resource base is zelfs goed voor 55 jaar. Maar een blik op de zogenoemde reserves replacement ratio (RRR) roept vragen op. Die RRR geeft aan in welke mate Shell erin slaagt de opgepompte olie te vervangen door nieuwe bewezen voorraden. In 2007 bedroeg deze ratio 124 procent. Maar wie de prijseffecten en de Canadese oliezanden (die Shell van de Amerikaanse beurswaakhond SEC niet mag meetellen) ervan aftrekt, komt onder de 100 procent uit. In 2007 teerde Shell dus in op zijn eigen reserves. Het vinden van nieuwe voorraden is geen sinecure. Het tijdperk van easy oil is voorbij, het barre Alaska en de kilometerdiepe wateren van de Golf van Mexico zijn de nieuwe wingebieden. Bovendien houden nationale oliemaatschappijen bedrijven als Shell en BP steeds vaker buiten de deur. Alleen hun technische kennis wordt nog gewaardeerd.
Kosten
Maar bij het opschroeven van de productie en het vergroten van de voorraden wordt het Voser niet gemakkelijk gemaakt. Met een olieprijs die is gedaald tot onder de 50 dollar per vat is het voorlopig gedaan met de recordwinsten bij Shell. En die maakten de afgelopen jaren de torenhoge investeringen mogelijk. Ook komen bij zo’n lage olieprijs veel projecten qua rentabiliteit onder water te staan. “Voser zal goed moeten kiezen uit de beschikbare projecten”, zegt Weinberg. Maar dat is hem wel toevertrouwd, stelt de Petercam-analist. “Het is een conservatieve man.” Voser zelf repte tijdens een presentatie vorig jaar over een kosteninflatie in de sector van 20 procent per jaar, Shell had dat beperkt weten te houden tot 10 procent. Widdershoven vreest juist de gevolgen van dat conservatisme. Volgens hem dreigt bij Shell het scenario uit de jaren negentig zich te herhalen: het uitstellen van investeringen vanwege een te lage olieprijs, met rampzalige gevolgen op de lange termijn. “Je ziet het al gebeuren”, zegt hij, verwijzend naar het recente besluit om uitbreiding van de Canadese oliezanden uit te stellen. Deze vorm van oliewinning is rendabel bij een olieprijs van 30 tot 35 dollar. In een interview met FEM wees verantwoordelijk bestuurslid Rob Routs die suggestie echter fel van de hand. Volgens hem was het uitstel te wijten aan de rap gestegen kosten, niet aan de gekelderde olieprijs. “Dat besluit hebben we genomen omdat mensen en materiaal meer dan twee keer zo duur zijn geworden (...) We hebben even een pauze genomen om de markt af te laten koelen.” Widdershoven is echter niet overtuigd: “Olie winnen bij Alaska of in de wateren voor Brazilië is heel duur. Heel veel projecten zullen bij een olieprijs van 50 dollar niet doorgaan.”
takenlijst voser
1 Zuinig zijn i.v.m. lage olieprijs
2 Productie stimuleren
3 Reserves op peil houden en vergroten
omslagartikel | peter voser
peter voser | omslagartikel
Auteur(s): Jacco Neleman
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 2 , datum 10-1-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business