Hoe ondernemender een detacheerder zijn professionals beloont, des te harder ze werken. Totdat de economie instort. Zelfs de meest declarabele professional gedraagt zich plots weer als loonslaaf. Die weeffout in de detachering is nu hersteld, beweren twee detacheerders.
freelancemarkt | ondernemers
Terwijl de zakelijke dienstverlening zucht onder de recessie, blijven zzp’ers onveranderd optimistisch. Volgens recent onderzoek van verzekeraar Nationale-Nederlanden en belangenorganisatie ZZP Nederland denkt in deze economie slechts ‘een enkeling’ over terugkeer in loondienst. Driekwart van de onderzochte zzp’ers denkt met meer netwerken en persoonlijke marketing ook de komende jaren zelfstandig het eigen brood te kunnen blijven verdienen. Dat staat in schril contrast met de verwachtingen van hun concurrenten in loondienst. Reguliere detacheerders kampen met geannuleerde opdrachten, oplopende leegloop en winstverwachtingen die in rook opgaan. Bij Ordina leidt dat al tot gedwongen ontslagen. De recessie raakt de flexmarkt als een guillotine ooit de Franse adel.
Tijdens de vorige recessie was het niet anders. Althans, dat stelt ondernemer Marcel Broersma (41). Met zijn zakenpartner Rob de Laat ging hij er als eigenaar van ICT-detacheerder Flex “bijna aan onderdoor”. Flex, dat later opging in het beursgenoteerde DPA, kampte in 2002 met een sterk oplopende leegloop en daardoor snel stijgende niet te declareren personeelskosten. Broersma: “Iedereen was bij ons in vaste dienst. Toen de markt terugtrad, leunden veel jongens achterover en wachtten tot het bedrijf nieuwe opdrachten voor hen regelde. Maar die waren er steeds minder, en tegen steeds lagere marges. Het geld vloog de deur uit.” Het gevolg: er was geen geld meer voor beloofde bonussen, er ontstond al gauw flinke kift.
“Het was een weeffout”, erkent Broersma, en die had wrang genoeg alles te maken met het “zeer ondernemende businessmodel” van Flex, dat daardoor in goede tijden snel groeide. “Onze droom was dat onze mensen zich als ondernemer in het bedrijf zouden gedragen. Omdat het gebruikelijk was, gaven wij onze mensen een contract voor onbepaalde tijd. Ook ons afrekenmodel paste daarbij. Van de omzet ging 70 procent naar de werknemers, in de vorm van serieuze bonussen. Dat werkt prima als je snel wilt groeien. Maar in deze markt werkt generositeit slechts tegen je.”
Toch waagt Broersma een tweede poging in de detacheringsmarkt. Sinds begin 2008 bezit zijn investerings-BV Afterflex een belang in The Future Group (TFG). Deze kleine ICT-detacheerder in Zoetermeer beweert de weeffout van de meeste detacheerders te hebben gecorrigeerd. TFG-directeuren en oprichters Pascal de Koning (38) en Bart Timmer (38), werken sinds 2000 aan een businessmodel waarmee “iedere specialist daadwerkelijk ondernemer” is. Het werkt aldus: professionals kopen zich in een maatschap in. Van hun uurtarief verdienen ze 75 procent zelf en het resterende kwart dragen ze af aan TFG, dat het merendeel in de kas van de maatschap stort. TFG regelt als overkoepelende merknaam de acquisitie van opdrachten en de administratie. De overige zaken regelt de maatschap zelf.
Timmer: “Het mooie aan dit nieuwe model is dat mensen scherp blijven, omdat ze zelfstandig zijn. Ze tonen zich net een tikkie ondernemender en dat maakt het verschil bij de klant. Onze professionals zeuren niet als ze bij de koffieautomaat van de klant staan. Geen professional is ontevreden omdat hij weer geen grotere auto mocht bestellen. Dat regelen ze allemaal zelf.” Voor elke professional geldt: geen werk is geen inkomsten, volgens Timmer het wapen om leegloop te bestrijden: “Reguliere detacheerders hebben hun professionals dit jaar bonussen beloofd, die ze in deze economie niet meer kunnen waarmaken. Die beloften hebben wij nooit gedaan – iedereen weet waar hij aan toe is. Je zult hier geen oud zeer aantreffen.”
Tegelijkertijd moet de professional profiteren van de groei van zijn maatschap, waarin iedereen een gelijk aandeel bezit. Timmer: “Niemand is de baas. Er is geen hiërarchie, iedereen is even verantwoordelijk voor de zaken in de maatschap en nieuwe leden ondergaan een strenge ballotage.”
Met die ballotage probeert TFG te voorkomen dat zzp’ers die vanwege de kredietcrisis even geen klus meer hebben, langswippen, meeprofiteren en weer vertrekken als de economie aantrekt. Volgens onderzoek van EIM is 24 procent van de zzp’ers ‘behoedzaam’ ingesteld en vatbaar voor terugkeer in loondienstverband. Deze zzp’er, die onder detacheerders bekendstaat als goudzoeker, is als de gemiddelde internetspaarder voor de val van Icesave: hij gaat een kortstondige relatie aan met de partij met de hoogste marge. En vertrekt als zich een aantrekkelijkere partij aandient.
Onder druk van een sterk gegroeid aantal zzp’ers zijn steeds meer detacheerders al wel bezig met flexibilisering van hun arbeidsvoorwaarden. Zo zijn bij financieel detacheerder Welten (omzet: 66 miljoen euro, 1.000 professionals) inmiddels 25 professionals werkzaam onder een zogeheten ‘krooncontract’. Dat contract biedt de gedetacheerde de mogelijkheid om meer eigen risico te dragen, extra inkomsten uit de eigen omzet te genereren en meer vrije dagen op te nemen. Daarmee moeten professionals quasi-ondernemers worden. Ook zijn er steeds meer detacheerders die voor zzp’ers bemiddelen, tegen een veel lagere bemiddelingsmarge. Dit is een gangbare praktijk bij De Nederlanden Compagnie.
Detacheerders zijn niet happig op dergelijke systemen, omdat dit de eigen gedetacheerden in loondienst kan verleiden tot zelfstandigheid. Die stap gaat direct ten koste van de brutomarge en dat schrikt aandeelhouders weer af. Tegelijkertijd moet ook Timmer niet veel hebben van wat hij het ‘cafetariamodel’ noemt. “Een beetje bonussen uitdelen en schuiven met lease-auto’s klinkt heel flexibel, maar het blijft een loondienstverband. Dat is voor de grote groep zzp’ers totaal niet interessant.”
Toch zijn er detacheerders, die verregaand flexibiliseren. Een ultiem voorbeeld hiervan is de beursgenoteerde TMC Group. Net als TFG grossiert dit bedrijf uit Eindhoven in celorganisaties van beperkte grootte, maximaal 80 professionals. En ook TMC beweert de meest vrije formule in de flexmarkt te hebben uitgevonden. De professionals heten er weliswaar ‘werkondernemers’ maar zijn juridisch gezien in loondienst. Dat werkondernemerschap is voor TMC vooral een uiterst serieuze werkhouding, die door onder anderen bestuursvoorzitter Thijs Manders (45) “volledig wetenschappelijk meetbaar” is gemaakt. Elke TMC-professional wordt voor zijn maandelijkse bonus langs de meetlat van het werkondernemerschap gelegd. Manders: “Hoe meer een professional werkondernemer is, des te meer marge hij zelf verdient.” Naast een “marktconform” basissalaris, deelt een werkondernemer in het zelf gegenereerde resultaat. Dit percentage varieert van 0 tot 50 procent van de winst.
Ook TMC heeft sinds het begin van de kredietcrisis 40 procent van zijn beurswaarde verloren. Hoewel TMC als hoogtechnisch detacheerder – 120 van de 450 professionals is gepromoveerd – sterk afhankelijk is van zwaar sanerende bedrijven als Asmi, NXP, DAF en DSM, valt die koersval nog alleszins mee. Ter vergelijking: uitzenders als Randstad en USG People raakten in dezelfde periode ruim 70 procent kwijt. En de koers-winstverhouding van TMC torent met 5,9 boven die van de concurrentie op de flexmarkt uit.
Nu is dan ook de tijd waarop de jongens van de mannen worden gescheiden. Timmer ziet het voor de reguliere detacheerders somber in: “Voor hen is de markt radicaal anders dan een half jaar geleden. Hun ervaring met de freelancemarkt is net als de ervaring die de reisbranche had met de opkomst van het internet.” Dat zou betekenen dat grote detacheerders omvallen. Timmer: “Dat is een zekerheid. De vraag is: staat je organisatie wel strak genoeg? Je zet ‘m niet zomaar weer even overeind.” Lachend: “Wij staan strak zat. Deze recessie kunnen wij aan.”
[ wilbert.geijtenbeek @reedbusiness.nl ]
The Future Group
LOcATIE:Zoetermeer AANDEELHOUDERS:Bart Timmer (ca. 30%), Pascal de Koning (ca. 30%), John Ewbank (ca. 30%) en Marcel Broersma (ca. 10%). Pitch: ‘TFG bedenkt en operationaliseert arbeidsmarktconcepten en past deze toe in branches waar deze onbekend zijn. Het voorbeeld hiervan is het maatschapconcept in de ICT-branche.’ OMZET:€10 miljoen
Het bedrijf
- is een bundeling van 5 gespecialiseerde maatschappen onder een holdingmaatschappij - maakt een brutomarge van 19% - heeft een leegloop van 3% - levert voornamelijk ICT-diensten - richt komend jaar ook een maatschap op voor de financiële en ingenieursmarkt - krijgt 25% van de omzet van elke professional, waarvan driekwart bij de maatschappen terechtkomt - verzorgt de administratie, acquisitie en de maandelijkse evenementen - koopt daarnaast collectief verzekeringen, leasewagens en hypotheken in - verstrekt bonussen voor professionals die werk of collegae aanbrengen
De Professionals
- kopen zich in een maatschap in - werken exclusief voor de maatschap - bepalen zelf over hun werk en de toetreding van nieuwe maten - delen kennis, kunde en kosten - krijgen per maand een voorschot van 4.000 euro - verdienen 75% van hun eigen omzet - die geen uren maken, verdienen niets
TMC Group
LOcATIE:Eindhoven AANDEELHOUDERS:het management (51%), een ‘strategisch adviseur’ (21%), een commissaris (9%), overige managers en werknemers (11%). Free float: 9%. Pitch: ‘De kracht achter TMC Group is ons bewezen én het onderscheidende businessmodel, dat werken en ondernemen in nieuwe arbeidsverhoudingen combineert. Wij noemen dit het ‘werkondernemerschap’, hét model voor de 21ste eeuw.’ OMZET (2007):€27 miljoen
Het bedrijf
- is een bundeling van 15 gespeciali-seerde businesscellen onder een beurs-genoteerde holdingmaatschappij - maakte in 2007 een brutomarge van 37 procent - had in 2007 een leegloop van 1 procent
De Professionals
- zijn hoogtechnisch geschoolde hbo’ers, academici en PhD’s - treden in loondienst bij TMC - krijgen verplichte individuele coaching van de externe vaste partij TMC Assessment & Development - toucheren een ‘marktconform loon’ - delen daarop in de winst in de vorm van bonussen voor ‘ondernemend gedrag’, oplopend tot 50 procent van de eigen gegenereerde winst - die geen uren maken, verdienen alsnog een basisloon - hebben geen concurrentiebeding - mogen in dienst treden bij hun opdrachtgever - maar mogen niet als zzp’er bijverdienen
Auteur(s): Wilbert Geijtenbeek
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 2 , datum 10-1-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business