Het Koninklijk Concertgebouworkest, recent verkozen tot beste orkest in de wereld, wil de financiële reserve versterken. Maar het is moeilijk om in deze tijd substantiële sponsoring binnen te halen.
Concertgebouworkest | financieel
Beter dan de Wiener Philharmoniker, de Berliner Philharmoniker en het Chicago Symphony Orchestra. Bovenaan het lijstje van beste orkesten in de wereld, opgesteld door het gerenommeerde vakblad Gramophone , prijkte recent het Koninklijk Concertgebouworkest. Applaus en een staande ovatie dus.
“Eigenlijk mogen we er niet meer verbaasd over zijn dat het orkest bovenaan staat”, vindt David Bazen, commercieel manager van het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO). “We stonden twee jaar terug in een Franse lijst op de tweede plaats. Het bevestigt dat we internationaal tot de top worden gerekend. Maar toch wordt Amsterdam niet zo snel gezien als een muziekstad, in tegenstelling tot Wenen en Berlijn.”
Het beste orkest in de wereld draait met een jaaromzet van 21 miljoen euro. In 2007 hield het 412.000 euro over, waar het volgens de meerjarenbegroting uitging van een tekort van 200.000 euro. De zwarte cijfers waren het gevolg van langdurig openstaande vacatures bij het orkest, waardoor de personeelskosten lager waren. Om die reden was er toch een wrange nasmaak. “Over de afgelopen vier jaar ligt het overschot gemiddeld op 50.000 euro per jaar. Het zou prettig zijn als de marge iets groter is”, aldus Bazen. “De komende jaren zullen we dus extra inspanningen moeten doen op het gebied van prijsstelling, kaartverkoop en sponsoring.”
De verhouding tussen subsidie en eigen inkomsten ligt bij het KCO op ongeveer 50-50. “Daar zijn we, zeker binnen de Europese verhoudingen, tevreden mee”, zegt Bazen. Volgend jaar krijgt het KCO extra subsidie om salarissen te verhogen. Hard nodig, vindt Bazen: “We hebben internationaal gezien niet de meest aansprekende salarissen.” Het aandeel eigen inkomsten daalt door de nieuwe subsidie. “Ons streven is om het toch weer terug te brengen naar iets meer dan 50 procent. We vinden het ook leuk om eigen financiering binnen te halen.”
Een vergelijking met buitenlandse orkesten is lastig te maken. Bazen: “In Frankrijk en Duitsland krijgen orkesten meer subsidie. Bij Amerikaanse orkesten is het totaal anders georganiseerd, met een eigen vermogen van ettelijke honderden miljoenen dollars, opgebouwd met giften en legaten. Fiscaal zijn giften daar heel aantrekkelijk, veel meer dan hier. Die orkesten financieren zich vervolgens deels vanuit de rente die ze op hun vermogen ontvangen.”
De omzet uit kaartverkoop en inkomsten uit sponsoring zijn volgens Bazen ongeveer gelijk bij internationale toporkesten. Het KCO zag in Nederland het aantal betalende bezoekers stijgen van 225.000 twee seizoenen geleden naar 234.000 in het seizoen 2007/2008. Er waren iets minder abonnementhouders, toch blijven ze trouw. Bazen: “De afgelopen tien jaar zijn de prijzen vrijwel verdubbeld, zonder dat dat tot substantiële uitval leidde.”
Al enige tijd is er ruimte voor een vierde hoofdsponsor naast ING, Nuon en Philips, een plaats die openviel na het vertrek van Sara Lee in 2006. “Het is op dit moment niet eenvoudig om substantiële sponsoring binnen te halen”, zegt Bazen. De sponsors mogen zich tijdens buitenlandse reizen exclusief met het KCO promoten, vooral bij reizen naar het Verre Oosten is de animo groot. “Het orkest kan de deur openen waar dit op een andere manier lastig zou zijn.”
“Inkomsten uit cd’s zijn de afgelopen vijftien jaar verdampt”, zegt Bazen. Na het vertrek van chef-dirigent Ricardo Chailly in 2004 begon het KCO met uitgeven van muziek in eigen beheer, aangezien de nieuwe dirigent Maris Jansson geen platencontract meer had. “Met ons label RCO Live hebben we nu volledige zeggenschap over het traject dat met plaatopnamen samenhangt, waardoor we de releases beter kunnen inzetten voor het eigen merk. Het draait voor ons om concerten, de opnamen zijn er voor publicitaire ondersteuning. Dat is het gangbare model geworden in de klassieke muziek. Verder willen we om historische redenen vastgelegd worden op cd.”
Vanwege het 120-jarig bestaan van het KCO gaf het eind vorig jaar in samenwerking met Radio 4 gratis downloads weg. In de eerste week werd er meer dan 400.000 maal een werk gedownload. “Het zijn schrikwekkende aantallen. Voor ons is het interessant op die manier namen en adressen te ‘oogsten’.” Maar de markt voor betaalde downloads is nog bescheiden. “Als van alle muziek die we verkopen 10 procent uit downloads bestaat is het veel.”
Het KCO werft verder particuliere financiering via de Stichting Donateurs Koninklijk Concertgebouworkest, maar dat staat los van de lopende orkestbegroting. Het geld wordt aangewend voor bijzondere artistieke projecten, zoals een cyclus rond een componist, en vooral voor het aanschaffen van instrumenten. “De prijs van een viool en een strijkstok die passen bij de kwaliteit van dit orkest kan gemakkelijk oplopen tot anderhalve ton. Voor een cello betaal je zo het dubbele. Je hebt dus twee hypotheken nodig om als muzikant hier te wonen en je beroep te kunnen uitoefenen.” De helft van het orkest speelt nu op een instrument in bruikleen, over tien jaar moet dat voor alle muzikanten gelden. De Stichting Donateurs Koninklijk Concertgebouworkest heeft een vermogen van 9,9 miljoen euro, waarvan eenderde in instrumenten is geïnvesteerd.
De financiële crisis trof hoofdsponsor ING (“het contract loopt nog enkele jaren door en we verwachten samen verder te gaan”), maar volgens Bazen is het effect bij het KCO nog niet merkbaar, afgezien van gedaalde inkomsten uit beleggingen. “Kaarten en abonnementen worden ruim van tevoren verkocht. In maart moeten mensen weer een beslissing nemen voor het nieuwe seizoen. Tot die tijd zitten we goed.” Concerten worden jaren vooruit gepland. “Het wordt misschien wat frisser door de kredietcrisis. Dat is de reden waarom we willen werken aan een gezonde risicoreserve, die we indien mogelijk een aantal jaren zouden kunnen aanspreken.”
[ jasper.houtman @reedbusiness.nl ]
Het Koninklijk Concertgebouworkest, opgericht in 1888, verdient goed aan concerten in het buitenland. Het orkest geeft een kwart van zijn concerten over de grens, in 2007 leverde dat 3 miljoen euro omzet op. Concerten en andere activiteiten in Nederland zorgden toen voor 6 miljoen euro omzet. Het orkest heeft ook een ‘veilige’ beleggingsportefeuille met vooral obligaties en aandelen. Deze inkomsten zijn bescheiden, in 2007 lag het 317.000 euro. Voor het boekjaar 2008 verwacht het KCO resultaten “vergelijkbaar met voorgaande jaren”, afgaande op de behaalde inkomsten uit concerten.
Auteur(s): Jasper Houtman
Bron: FEM Business , jaargang 12 , nummer 1 , datum 3-1-2009
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business