Henri ter Meer

topman biotechbedrijf genzyme

Zijn bedrijf is er niet op uit een blockbuster als Viagra te ontwikkelen. Genzyme, het op twee na grootste biotechbedrijf op aarde, doet uitsluitend onderzoek naar zeldzame aandoeningen. Ceo Henri Termeer: “Je hebt geen idee of het ook echt gaat lukken.”

ls de deuren van de vergaderzaal op de negende verdieping van het hoofdkantoor van Genzyme opengaan, stapt Henri Termeer als eerste naar buiten. Zijn smalle pretogen lichten op als hij zijn landgenoot ontwaart. Hij geeft een stevige hand. “Geef me een minuut, dan ben ik bij je.”

Termeer is sinds 1985 bestuursvoorzitter van het Amerikaanse biotechnologiebedrijf, waar hij in 1983 begon. In die kwart eeuw groeide Genzyme van een start-up op een zolderverdieping tot een multinational met een jaaromzet van bijna 4 miljard dollar en 11.000 werknemers.

Die jaaromzet dankt Genzyme nog altijd voor een aanzienlijk deel aan Cerezyme, het medicijn tegen de zeldzame stofwisselingsziekte van Gaucher, dat in 2007 ongeveer 1,1 miljard dollar in het laatje bracht. Andere geldmakers zijn Renagel, een middel tegen een aandoening waarbij het fosfaatgehalte in het bloed hoger is dan normaal, en Fabrazyme, een medicijn tegen de ziekte van Fabry, waarbij afvalstoffen niet goed worden afgebroken. Genzyme is, na Amgen en Genentech, het derde biotechbedrijf ter wereld.

Als Termeer een minuut later plaatsneemt, heeft hij een verzoek: of het interview in het Engels kan. “Mijn hele gedachtegang is in het Engels,” zegt hij in uitstekend Nederlands. “Ik ben veertig jaar geleden uit Nederland weggegaan. Ik gebruik Nederlands alleen voor social talk . Als het echt ergens over gaat liever niet.” Engels dus.


U hebt destijds uw economiestudie vroegtijdig afgebroken. Bent u meer doener dan academicus?


“Absoluut. Ik had weinig geduld in mijn studiejaren. Economie in Rotterdam was in die jaren heel theoretisch, waardoor het heel moeilijk was om de connectie met het echte leven te maken. Ik was vooral heel nieuwsgierig naar de zakenwereld.”

Toch werkt u al een kwart eeuw bij Genzyme, dat klinkt niet ongeduldig.


“Ik ben hier in de positie om iets te doen als ik ongeduldig word. Bovendien is het enorm motiverend om aan dingen te werken die nog niet bestaan en de gezondheid van een patiënt positief te kunnen beïnvloeden. Al die tijd heb je geen idee of het ook echt gaat lukken. Totdat je alle hordes hebt genomen – de achterdocht, de investeringsbeslissingen, de risico’s - en je ziet patiënten die niets hadden opeens weer een leven hebben.”

Dat lukte voor het eerst met Cerezyme. Wat waren de grootste hordes?


“Om één patiënt te kunnen behandelen, hadden we 22.000 placenta’s nodig. En dat ten tijde van de HIV-crisis. Het leek compleet onmogelijk, vanuit logistiek, veiligheids- en regulatief oogpunt. We hebben toen een fabriek gebouwd in Lyon, naast een bedrijf dat de vloeistof van placenta’s gebruikte voor de productie van een bloedvervanger. Het placentaweefsel, dat anders verbrand zou worden, zijn wij gaan gebruiken om er enzymen aan te onttrekken.”

Met 300.000 dollar per patiënt per jaar is Cerezyme niet goedkoop. Begrijpt u de kritiek op de prijs?


“De discussie is fair. De prijs overigens ook, hoewel ik moeilijk kan zeggen dat het niet duur is. Maar wij zijn geheel transparant, zowel over de prijs als over de onderbouwing ervan. In de gezondheidszorg worden kosten niet alleen gekoppeld aan succesvolle onderzoeken, maar ook aan onderzoeken die geen resultaat opleverden. Ons onderzoek naar taaislijmziekte is een goed voorbeeld daarvan. Het past allemaal binnen de ultrazeldzame omgeving waarin een biotechbedrijf werkt. Er lijden bijvoorbeeld in Nederland maar honderd mensen aan de ziekte van Gaucher.”

Ondertussen rijzen de gezondheidszorgkosten de pan uit in de VS. Vindt u dat niet zorgwekkend?


“Ja. Dat geldt ook voor Europa. Het is heel moeilijk dat te veranderen. Als wij met een behandeling voor de ziekte van Alzheimer komen, dan betekent dat een enorm economisch probleem voor de mensen die voor die patiënten zorgen. Dat bemoeilijkt de hervorming van de gezondheidszorg. Ik hoop dat we die valkuilen kunnen omzeilen in landen China en India, waar nog geen gezondheidszorgstelsels bestaan.”


Wacht even: zei u nou net dat Genzyme een middel tegen Alzheimer heeft ontwikkeld?


“Nee, was het maar zo. Ik noem het alleen omdat het zo’n aansprekend voorbeeld is. Het is een ziekte waar we heel veel geld aan uitgeven, zonder met een oplossing te komen. We werken wel aan Parkinson. Maar zodra we een goed idee hebben voor een middel tegen Alzheimer, dan beginnen we meteen.”

Zou u niet eens een blockbuster als Viagra willen ontwikkelen?


“Nee. Dat is net zoiets als bier produceren, ook een business. Wij willen alleen dingen maken die een dramatische impact hebben.”

Ziet u zichzelf überhaupt als concurrent van grote farmaceuten als Pfizer?


“Niet echt. Wij werken wel aan het verlagen van cholesterol, maar niet om met het algemene middel statine te concurreren. Wij richten ons op zeer zieke patiënten met extreem hoge cholesterolgehaltes die vaak gepaard gaan met hartproblemen.”

U bent zeer actief buiten de VS, vooral in Europa. Waarom? 


“Europa is groot en sophisticated , vooral West-Europa. Wij zijn er groter dan in de VS, met fabrieken in onder meer Ierland, Engeland, België, Duitsland en Zwitserland. In Nederland, in Naarden, werken 450 mensen. Daar vindt een groot deel van het klinische werk plaats.”

U hebt onlangs ook in Almere kantoorruimte van IBM overgenomen. Wat betekent dit voor uw plannen met Nederland?


“Ik wil graag iets heel bijzonders doen. Ons werk is complex, dus moeten we veel gelegenheid hebben om bij elkaar te komen. Daarom wil ik een kenniscentrum opzetten, ergens in de buurt van Naarden, waar mensen vanuit de hele wereld makkelijk terecht kunnen – bij voorkeur met de trein vanuit Schiphol. We hebben ook in Cambridge in het Verenigd Koninkrijk een onderzoekscentrum, maar dat is meer een laboratorium.”

Kleinere bedrijven zijn in de regel innovatiever dan grote multinationals. Wanneer is Genzyme te groot?


“Als we de moed verliezen om te innoveren. Zodra wij niet meer aan Parkinson, kanker of multiple sclerose werken, maar aan de volgende Lipitor, een cholesterolverlager voor een groot publiek, dan zijn we te groot. We mogen niet verstrikt raken in alleen maar beschermen wat we al hebben. Dan raak je in de ban van wie je al bent, en dat is niet interessant.”


Wat zijn de gevolgen van de huidige financiële crisis voor Genzyme?


“Gelukkig hebben wij een positieve cashflow, waardoor we niet afhankelijk zijn van krediet. Tegelijkertijd zijn we wel onderdeel van deze wereld, dus we moeten oppassen met cash commitments die de flexibiliteit van onze zelfstandigheid zouden kunnen reduceren. Op het moment voelen we ons veilig, maar dat gevoel zullen we continu moeten blijven verdienen.”

Wat betekent de crisis voor de biotechsector?


“Het heeft een slechte invloed. De hele biotechindustrie heeft dit jaar slechts de helft opgehaald van het geld dat zij vorig jaar ophaalde. Dat zal in de toekomst gevoeld worden.”


Waarom zitten er zoveel biotechbedrijven in Boston?


“Vanwege de goed opgeleide beroepsbevolking. Het Massachusetts Institute of Technology en het Massachusetts General Hospital zitten hier, net als Harvard. Daarom zit hier een cluster aan bedrijven dat in de hele wereld geen gelijke kent.”

U hebt in 2007 de National Medal of Technology van president Bush ontvangen. Een hoogtepunt in uw carrière?


“Nee, maar de erkenning was geweldig. De Nederlandse televisie was er ook. Een mooi moment waardoor de adrenaline harder ging stromen. Ik vroeg me af: wat kunnen we nog meer doen?”

Hoe was het om Bush te ontmoeten?


“Ik had hem al eerder ontmoet. Het is een zeer zelfverzekerde man, heeft kennis van zaken en stelt goede vragen. Over de afgelopen acht jaar zijn overigens ook nog wel wat vragen te stellen.”

Bent u actief betrokken bij de huidige verkiezingen?


“Ik heb de maximale donatie gegeven aan beide kanten, aan Obama en aan McCain. McCain heb ik al ontmoet, Obama komt binnenkort. Zo werkt het in de Amerikaanse politiek: ze komen naar ons toe omdat ze willen weten hoe een bekend biotechbedrijf over innovatie denkt.”

Wie van de twee draagt innovatie een warmer hart toe?


“Op het moment zijn ze allebei zo in beslag genomen door Irak, de economie en de gezondheidszorg, dat ze nog geen antwoord hebben op de vraag: hoe creëer je een doorbraak?”

Stemt u nog in Nederland?


“Nee, maar ik heb wel Balkenende eens ontmoet. Een erg aardige man. Mijn moeder is mijn correspondent in Nederland. Zij is 94 jaar en woont in Tilburg. Vanochtend vertelde ze me nog precies wat er allemaal gebeurt met Fortis. Ze hoopt dat de overheid geen eigenaar blijft van Fortis.”

Heeft uw moeder het idee dat haar zoon ooit nog terugkeert opgegeven?


“Dat heeft ze nooit echt gepusht. Ik heb vijf broers en zussen, van wie er vier nog in Nederland wonen enéén in Frankrijk. Ze hebben allemaal kinderen, die ook weer kinderen hebben, dus ze mist deze ene niet.”


[ Mars van Grunsven - new york ]

Henri A. termeer (62) 


De in 1946 in Tilburg geboren econoom is chief executive officer van het wereldwijd opererende biotechbe-drijf Genzyme Corporation uit Cambridge in de Amerikaanse staat Massachusetts. Op de beloningslijst van het Amerikaanse zakenblad Forbes, de Executive Pay, neemt hij met een beloning van 24,74 miljoen Amerikaanse dollar de zestigste plaats in. Genzyme is opgericht in 1981 en had in 2007 een omzet van 3,81 miljard Amerikaanse dollar. Het bedrijf heeft 10.788 werknemers.

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief