De Nederlandsche Bank had kunnen weten dat de overname van ABN Amro voor Fortis rampzalig zou uitpakken.
Sinds het tientje van Lieftinck vlak na de Tweede Wereldoorlog het daglicht zag, was het rustig in het Nederlandse bankwezen. Eind 2005 werd die rust ruw verstoord. Het licht doofde voor Van der Hoop Bankiers. Al snel kwam er een stroom van kritiek op het optreden van De Nederlandsche Bank (DNB). De kritiek is nauwelijks verstomd of DNB krijgt weer kritiek. Deze keer is de overname van ABN Amro de aanleiding. Voor de Belgisch-Nederlandse bank-verzekeraar Fortis pakte die aankoop rampzalig uit; Fortis moest door de Nederlandse en Belgische overheden van de ondergang worden gered. Die overname kon alleen doorgaan met DNB’s zegen, die kreeg Fortis. Had DNB kunnen weten dat die overname Fortis noodlottig kon zijn? Is DNB te laconiek omgegaan met de kritiek op haar toezicht na de ondergang van Van der Hoop? Is het toezicht van DNB door de jaren heen verslapt?
Aan het Amsterdamse Frederiksplein, waar het hoofdkantoor van DNB staat, zijn ze de eersten die roepen dat goed toezicht nog geen garantie is voor eeuwige rust. Daarin heeft DNB gelijk: een drama als bij Van der Hoop is niet uit te sluiten, hoe goed het toezicht ook is. Maar een paar jaar daarna lijkt het er sterk op dat DNB opnieuw fouten maakt. Al snel na het Van der Hoop-drama stelden curatoren van Van der Hoop Bankiers in hun rapport onomwonden vast dat DNB tekort was geschoten in het toezicht. Een hele waslijst aan signalen dat het mis zou gaan met Van der Hoop had DNB niet opgepikt. Het bleef echter stil vanuit DNB. De vraag is of het symptomatisch is voor de bank.
DNB heeft nogal wat instrumenten om bij mogelijk onraad in te grijpen: van steekproefcontroles en elektronische rapportages tot periodieke gesprekken met bestuurders en onderzoek door DNB-teams op locatie. Hoe intensief DNB een instelling controleert, hangt voor een belangrijk deel af van het oordeel van de Financiële Instellingen Risicoanalyse Methode. Daaruit rolt voor elke bank een score die aangeeft hoe groot de kans op problemen is.
Die methode is niet toereikend, want het model gaf immers aan dat er bij Van der Hoop weinig aan de hand was, terwijl achteraf bleek dat de problemen wel degelijk te signaleren waren. DNB greep te laat en onvoldoende in. Het stof rondom Van der Hoop was nog maar net neergedaald of het volgende probleem kwam aan het licht.
In 2007 melden het consortium van de Spaanse Banco Santander, de Britse Royal Bank of Scotland en de Belgisch-Nederlandse bank-verzekeraar Fortis zich bij de aandeelhouders van ABN Amro. Het drietal wil de bank kopen. Er volgt was een verbeten strijd tussen de drie banken enerzijds en de Britse Barclays-bank, die de voorkeur had van het bestuur van ABN Amro. DNB vervult een sleutelrol, omdat die de minister moet adviseren de koper wel of geen verklaring van geen bezwaar te verlenen. Zonder die verklaring kan niemand in Nederland een bank overnemen. Op 17 september 2007 adviseert DNB de genoemde verklaring, onder voorwaarden, aan het drietal af te geven. Daarmee lijkt DNB, minder dan drie jaar na het Van der Hoop-drama, zijn fouten te herhalen. Tijdens het spoedoverleg in de Tweede Kamer over Fortis suggereerde Wouter Bos, minister van Financiën, dat DNB nalatig is geweest.
Natuurlijk is het makkelijk om achteraf te zeggen dat DNB beter had moeten weten. Maar DNB kon ook vóóraf weten dat het geven van groen licht aan Fortis gevaarlijk is. In de zomer van vorig jaar sprak FEM een Londense bankier die Barclays als adviseur bijstond in de pogingen ABN Amro in te lijven. De bankier, die anoniem wil blijven, had berekend dat zowel Fortis als de Royal Bank of Scotland kapitaal tekort zouden komen om de koop van ABN Amro te financieren. De belangrijke core tier-one-ratio zou na de transactie volgens zijn berekeningen tot ver onder het minimum zakken. “Als je naar die cijfers kijkt kan ik me niet voorstellen dat DNB Wouter Bos zal adviseren een verklaring van geen bezwaar te geven”, aldus de bankier toen.
Als een Londense bankier tot die conclusie kon komen, dan mag Nederland zeker hetzelfde verwachten van het ijzersterke toezichtteam van DNB. De conclusie van curatoren van Van der Hoop: ‘als een diepgaande analyse eerder was uitgevoerd, was gebleken dat de solvabiliteit ontoereikend was’, is ook op Fortis van toepassing.
Hoewel er aantoonbaar fouten zijn gemaakt bij Van der Hoop, trok DNB zich weinig van de kritiek aan, vooral afkomstig uit de politiek. DNB stelde ‘niet alle opvattingen uit het curatorenrapport te delen’, trof een schikking met gedupeerden en daarmee was de kous wat DNB betreft af.
Opvallend is ook dat DNB weinig tegenwind krijgt vanuit de wetenschap, normaliter nooit wars van kritiek. Feit is wel dat er veel persoonlijke en zakelijke banden zijn tussen de wetenschap en DNB. Onderzoekers van universiteiten maken veelvuldig gebruik van de expertise en faciliteiten van DNB. De centrale bank is direct en indirect een belangrijke geldschieter voor alle economische faculteiten in Nederland en financiert ook initiatieven als de Duisenberg School of Finance.
Jaren in de luwte hebben ervoor gezorgd dat DNB zich niet alleen weinig van de kritiek aantrekt, maar ook moeilijk tegen de kritiek kan. Het gebrek aan kritiek en de onaantastbare status van de bank (zie kader) kan ertoe hebben geleid dat DNB weinig heeft geleerd van het Van der Hoop-faillissement. Dat wreekt zich nu. Het ziet er sterk naar uit dat DNB niet feilloos heeft geopereerd in de zaak-Fortis. Op papier beloofde de bank al eerder verbetering. In het document ‘Visie DNB toezicht 2006-2010’ zegt DNB de komende jaren het accent te verschuiven naar meer openheid. Dat draagt bij aan de effectiviteit en efficiëntie van het toezicht en de verantwoording over die taak, aldus de bank. Het accent is blijkbaar nog niet verschoven. FEM heeft tevergeefs geprobeerd een antwoord te vinden op de vraag of DNB financiële rampen simuleert in zijn modellen, om te achterhalen wat de potentiële schade kan zijn voor het bankwezen en de economie.
Het is de hoogste tijd de bank zelf aan toezicht te onderwerpen. Op nationaal niveau zal dat moeilijk gaan. Europese regels maken het lastig voor de Tweede Kamer DNB ter verantwoording te roepen.
Harald Benink, hoogleraar economie aan de Universiteit van Tilburg en oprichter van het Europese Shadow Financial Regulatory Committee, vindt dat Europa een instelling nodig heeft om toezicht te houden op de nationale banktoezichthouders. Roel Beetsma en Sylvester Eijffinger, hoogleraren economie aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit van Tilburg, pleiten ook voor een nieuwe en onafhankelijke Europese toezichthouder voor banken die grensoverschrijdend opereren. De nationale toezichthouders blijven dan toezichthouden op andere banken, maar doen dat wel onder het paraplu van die Europese instelling, die ook de bevoegdheid moet krijgen regels aan de nationale toezichthouders op te leggen. De Europese Commissie en de Europese Centrale Bank moeten het initiatief nemen, aldus Beetsma en Eijffinger omdat “nationale toezichthouders niet geneigd zullen zijn die discussie te starten, uit vrees voor machtsverlies.” Dat is echter juist wat Europa nodig heeft om herhalingen van fouten bij de nationale toezichthouders zo veel mogelijk te voorkomen.
[ edin.mujagic@ reedbusiness.nl ]
In1999 is de Europese Centrale Bank (ECB) opgericht. De ECB en de centrale banken van de landen van de Europese Unie vormen samen het Europese Stelsel van Centrale Banken. In 1992, in Maastricht, spraken de Europese leiders af dat alle centrale banken volkomen onafhankelijk moeten zijn van de politiek. In Nederland verdween een, overigens nooit gebruikte, bepaling dat de minister van Financiën DNB aanwijzing kon geven wat te doen. Ook moesten de centrale banken financieel onafhankelijk worden. De president van DNB wordt benoemd voor een termijn van 7 jaar en is eenmalig herbenoembaar. Hij kan tussentijds niet ontslagen worden als de politici hem niet zien zitten, maar ook als DNB haar taken slecht uitvoert. Omdat de nationale centrale banken onderdeel uitmaken van het Europese Stelsel van Centrale Banken, kan de Tweede Kamer de president van DNB niet, zoals voorheen, laten opdraven om verantwoording af te leggen. Daardoor zou de onafhankelijkheid van de centrale bank in het geding kunnen komen.
Auteur(s): Edin Mujagic
Bron: FEM Business , jaargang 11 , nummer 41 , datum 11-10-2008
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business