De Afrikaanse markt voor mobiele telefonie biedt nog steeds kansen. Maar nieuwe toetreders moeten fors investeren en niet bang zijn voor risico’s. Het zijn nu vooral de westerse maatschappijen die profiteren.
Vodafone moest flink in de buidel tasten om Ghana Telecom in bezit te krijgen. De Britse telefoonmaatschappij had 900 miljoen dollar over voor een meerderheidsbelang van 70 procent. En met deze investering is Vodafone nog niet klaar. De komende jaren steekt de telefoonmaatschappij nog eens 500 miljoen dollar in het verbeteren en uitbreiden van het mobiele netwerk.
Veel geld voor een land waar een inwoner gemiddeld 1.400 dollar per jaar verdient. En met deze investering is Vodafone niet eens marktleider. Het moet het Zuid-Afrikaanse MTN, met een marktaandeel van 53 procent en Millicom, een in Luxemburg gevestigd mobiele operator met een aandeel van 27 procent, voor zich laten. Maar daarmee is de lijst nog niet uitgeput. Hutchison uit Hongkong staat op nummer vier en Zain uit Koeweit op vijf. Er valt kennelijk goud geld te verdienen in een markt waar 32 op de 100 mensen een mobieltje heeft. Inmiddels staat ook Globacom aan de poorten te rammelen. Eerder dit jaar kocht het Nigeraanse bedrijf op een veiling de zesde licentie. Globacom is van plan om 2 miljard dollar te investeren in een nieuw netwerk.
De Ghanese verdringingsmarkt is een goed voorbeeld van de jacht op de Afrikaanse consument. De Soedanees Mo Ibrahim was in 1998 een van de eersten die zag dat er geld valt te verdienen met mobiel bellen in Afrika. Zijn bedrijf Celtel groeide in rap tempo uit tot een miljardenonderneming met het aanbieden van mobiele telefonie van Sierra Leone tot Soedan en van Zambia tot Burkina Faso. In 2005 verkocht hij zijn bedrijf voor 3,4 miljard dollar aan MTC uit het Midden-Oosten, dat tegenwoordig de naam Zain draagt.
De Afrikaanse markt voor mobiele telecom wordt gedomineerd door slechts een handjevol spelers. Zain, Millicom, MTN, Vodafone of France Telecom zijn, op een enkel land na, altijd wel ergens te vinden. France Telecom had ook graag Vodafone afgetroefd in Ghana. In Kenia had de Franse telefoonmaatschappij – in Afrika vooral actief onder het Orange-label – meer geluk. France Telecom kocht 51 procent in Telkom Kenya voor 390 miljoen dollar. Daarmee verovert Orange de derde plaats, achter Vodafone en Zain. Ook in Kenia is het dringen. Het Indiase Essar wil daar marktaandeel verwerven door goedkope diensten aan te bieden. En dit zijn zeker niet de enige Afrikaanse landen waar het vechten is voor een plaatsje. De Tanzaniaanse consument kan kiezen uit vijf telefoonmaatschappijen, de Congolees uit vier.
Hoe meer concurrentie, hoe lager de prijzen. Dat is goed voor de Afrikaan, maar slecht voor de telefoonmaatschappijen. Een nieuwe aanbieder kan immers alleen maar marktaandeel winnen door lagere prijzen te bieden of betere diensten te leveren. Dat laatste betekent investeren in een degelijk netwerk en een zo groot mogelijke landelijke dekking. Een lastige afweging in de dunbevolkte regio.
Met de grote groep aanbieders begint de Afrikaanse telecommarkt snel volwassen te worden. Toch valt er nog steeds veel te winnen. Een grote groep Afrikanen heeft nog steeds geen telefoon. Zo had eind 2007 32 procent van de Ghanezen een mobieltje. Dat is hoog voor Afrikaanse begrippen. Met een dekking van 11 procent valt er in Congo ook nog een hele markt te veroveren. Analisten verwachten dat er nog een behoorlijke groei zit in de Afrikaanse markt. Zij denken dat de penetratiegraad in Ghana verder zal stijgen naar 43 procent in 2008 en naar bijna 60 procent in 2010. In Congo wordt een toename naar 26 procent in 2010 verwacht.
Maar de jacht vindt vooral plaats op de welvarende beller in de grote steden. Daar is het relatief eenvoudig om een netwerk aan te leggen en elkaars klanten af te pakken door een lagere prijs te bieden. Wie zich meer op het platteland wil richten, zal grote investeringen moeten doen. De vraag is of dat zich ooit zal terugverdienen.
Hoeveel rek zit er nog in de Afrikaanse markt? Met een gemiddeld jaarinkomen van ruim 2.000 dollar, houdt een Afrikaan beneden de Sahara weinig geld over voor luxegoederen. Toch is een mobiele telefoon niet voor iedere Afrikaan een luxegoed. Boeren kunnen bijvoorbeeld via hun gsm de marktprijs van hun verbouwde groente opvragen. Voor het mobiele tijdperk was hij afhankelijk van die ene tussenhandelaar die aan het einde van de dag de oogst kwam ophalen. Nu kan hij op zoek naar de beste prijs. Ook is de telefoon een handig middel geworden om geld over te boeken. Bovendien is het mobieltje vaak het enige communicatiemiddel. Vaste telefoonlijnen zijn nauwelijks te vinden of werken slecht. De vroege ontdekker van Afrika heeft in de afgelopen jaren een flinke voorsprong kunnen opbouwen. Millicom, dat voornamelijk in opkomende markten investeert, boekte op jaarbasis in het eerste kwartaal van 2008 een omzetgroei van 60 procent in Afrika. Vodafone zag de omzet met 66 procent stijgen in de regio Afrika, Oost-Europa en Azië. Groeicijfers waar KPN jaloers op mag zijn.
Biedt Afrika nog kansen voor wie nu in wil stappen? Door de toenemende concurrentie zien de mobiele aanbieders de maandelijkse gemiddelde omzet per gebruiker langzaam dalen. Analisten voorspellen een afname tot ongeveer 9 dollar per maand in 2006, en 8 dollar in 2010. Overigens zijn bijna alle aansluitingen in Afrika prepaid, waardoor de aanbieders volledig afhankelijk zijn van de hoeveelheid belminuten. De marges zijn dun. Ter vergelijking; KPN realiseert een maandomzet per gebruiker van 25 euro (37,50 dollar). In deze concurrentiemarkt hebben de pioniers een flinke voorsprong genomen. Zij hebben kunnen profiteren van de hoge marges. De winst kunnen ze vervolgens weer investeren in de uitbreiding van het landelijke netwerk.
Pionieren biedt de meeste kansen, maar brengt ook de hoogste risico’s met zich mee. De kunst is om het juiste instapmoment te bepalen. In Somalië hebben slechts 7 op de 100 inwoners een mobiel. In Ethiopië 1,5 op de 100. Wie durft?
De Afrikaanse mobiele telefoonmarkt wordt gedomineerd door een klein aantal internationale spelers . Politiek instabiele landen als Zimbabwe, Ethiopië en Somalië worden nog steeds angstvallig gemeden. Voor de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO een reden om dergelijke markten rijp te maken voor commerciële investeerders . Zo was er in de Somalische provincies Somaliland en Puntland nog geen enkele vorm van wet-en regelgeving aanwezig op het gebied van mobiele telefonie. FMO heeft een belang in de Somalische telecommaatschappij en heeft met veel adviezen de Telecom Regulator geprofessionaliseerd. Daardoor kunnen toekomstige mobiele aanbieders nu hun eigen frequentie aanvragen. Een belangrijke voorwaarde om een normale mobiele telefoonmarkt mogelijk te maken in Somalië.
Auteur(s): Corina Ruhe
Bron: FEM Business , jaargang 11 , nummer 34 , datum 22-8-2008
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business