Horeca

Strandpaviljo€n

Aan de zon zal het niet meer liggen. Ook al verregent de zomer aan de Noordzee, strandpaviljoenhouders vinden steeds vaker onconventionele manieren om hun omzet aan te zwengelen. “Het strand is niet meer wat het geweest is.”

“Het is niet meer wat het geweest is, meneer. Vijftien jaar geleden groeven ze aan de Boulevard nog gewoon een groot gat in het zand. Dat was ’t riool. Toen was een strandtent nog een strandtent. Je liep het hele eind naar die tent toe, smeet je spullen in het zand, zakte in een versleten bankstel en dronk je eerste blikje. En nu? Dit jaar zijn er al vijf koks gesignaleerd aan Het Zwarte Pad. Nee, de tijden zijn veranderd.” Marcel – een glanzende krullengolf die eindigt in een Haags matje – die nog elke avond een ommetje maakt langs het beruchte Scheveningse volksstrand, is daar onlangs gestopt met zijn paviljoen. Niet omdat het niet liep, want, zoals hij zegt, een rasechte horeca-ondernemer verkoopt zijn tent vóórdat het foute boel wordt. Nee, er zijn andere risico’s. De zee is er een van. “Je weet gewoon: een keer in de tien jaar ben jij aan de beurt. Dan spoelt je nering voor je neus weg.”


De strandrevolutie 


Nederland telde begin vorig jaar 363 strandpaviljoenen. Ondanks de risico’s van brand, inbraak en overstromingen, is dat volgens het horeca-adviesbureau Van Spronsen & Partners een stijging van ruim 5 procent in 10 jaar tijd. Deze cijfers mogen niet revolutionair heten, toch verandert het Noordzeestrand radicaal onder de zich ontwikkelende strandpaviljoenenmarkt. De strandtent is steeds minder strandtent, steeds meer een gelegenheid –experiencein paviljoenhouderstaal – die toevallig aan zee ligt.


En die gelegenheden worden steeds groter. Tien jaar geleden besloeg een gemiddeld paviljoen een oppervlakte van 90 vierkante meter. Vorig jaar was dit al 142 vierkante meter. Op dit uitdijende verkoopoppervlak gaat het al lang niet meer om de verhuur van ligbedjes, laat staan de friet-met-mosselen. Paviljoenhouders trekken vaker goede koks aan en bieden op specifieke klantenkringen gerichte menukaarten, die steeds duurdere gerechten aanprijzen. In het geval van Elzenduin Beach in Ter Heijde aan Zee leverde dat zelfs al een notering op in de prestigieuze culinaire gidsGault Millau.

Tegelijkertijd zijn de paviljoenen langer open. Vroeger was een strandtent tien tot twaalf weken van het jaar geopend, zodat de duinen de overige negen maanden onze kust konden beschermen tegen het woeden van de zee. Tegenwoordig loopt het strandseizoen van stormmaand maart tot stormmaand oktober. En daarmee neemt ook het risico op stormschade aan de paviljoenen toe.

Traditioneel is elke strandtent afhankelijk van de zon. Als die het laat afweten, verkopen de uitbaters geen ligbedjes, nauwelijks consumpties en minder friet dan op een echte stranddag. Als vuistregel zijn er 30 goede stranddagen nodig om break-even te draaien. Bij het KNMI zijn deze zomer nog maar negentien dagen met meer dan twaalf uur zon geregistreerd. Maar bij de Nederlandse Vereniging van Strandexploitanten aan het Noordzeestrand (NVSN) maakt men zich geen zorgen meer over het slechte zomerweer. Zo stelt secretaris Paul Beek: “Ik erken dat deze zomer niet de beste is. Maar strandexploitanten zijn tegenwoordig steeds minder afhankelijk van de zon. De markt vindt andere manieren om omzet te maken aan het strand. Je kunt tegenwoordig zelfs trouwen op het strand.”

De strandpaviljoenen die nog niet het hele jaar door open zijn, proberen hun risico op omzetderving te spreiden. De een doet dat met het exploiteren van zalen voor vergaderingen of bruiloften, de ander met een goed overdekt restaurant. Weer andere paviljoenhouders proberen hun omzet in het weekend te stuwen door grootschalige en avondvullende evenementen te organiseren. Zo laat het Scheveningse Culpepper dj’s opdraven onder de uitheems klinkende namen als Tabass-Co, Afro-Iz en Floor Fucker, die tot laat in de nacht de lucratieve drankconsumptie in stand houden.

Toch is het omzetverschil tussen een stranddag en een doorsneedag volgens de doorFEM Businessgeïnterviewde paviljoenhouders enorm. Wie geluk heeft met het weer kan acht keer zoveel omzetten als op een druilerige dag. Nog altijd wordt 50 procent van de omzet gerealiseerd in juli en augustus. Dat is goed om te beseffen als over enkele weken de meeste paviljoenhouders hun gelegenheid weer aftuigen. Want het klimaat mag dan veranderen, een garantie op goed weer in Nederland heeft niemand.

Parnassia


Wilbert Geijtenbeek

Ooit waren Hans Slewe en Aliex Talen allebei inkopers voor de Bijenkorf. Maar sinds 2002 beheren zij het Bloemendaalse strandpaviljoen Parnassia.

De droom
Aliex:“Wij kwamen hier weleens na een fietstochtje door de duinen om een werkdag af te maken en een kopje warme chocola te drinken. Op zekere dag was de keuken dicht, ondanks het heerlijke weer. Wij teleurgesteld, maar ik zei impulsief tegen Hans: ‘Dan nemen wij de tent toch over? Laat mij maar even met de eigenaar praten.’ Een paar jaar later kwam hij op me af met de vraag of we nog geïnteresseerd waren. Toen werd het ineens een heel serieuze grap.”
De bank
Hans:“Wij hadden onze zinnen gezet op Parnassia. Maar de bank deed niet gemakkelijk. De eerste jaren hebben we hard moeten vechten voor een lening. Wij hadden dan ook geen horeca-ervaring. Bovendien is ons strand een natuurgebied – grootschalige en dus lucratieve feesten zijn hier niet toegestaan. Toch hebben we een lening losgekregen, wel met ons eigen huis in onderpand. Sinds dit jaar is het onderpand van ons huis af. Je moet je sporen verdienen.”
De niche
Aliex:“Ons paviljoen is het gehele jaar open. In de winter trekt Parnassia weer veel wandelaars aan, maar dat haalt het niet bij de omzet van een echte zomerse stranddag. Om de dalen uit de omzet te halen, hebben we vergaderzalen laten bouwen. Vergaderen doet men namelijk doordeweeks en buiten de vakanties. We hebben nu zeven zalen, waarvan er drie ook in het weekend voor partijen worden gebruikt. Daar merken de meeste recreanten die ons paviljoen bezoeken niets van. Recreanten moeten kunnen genieten, zonder dat vergaderaars worden gestoord door spelende kinderen. Die twee delen van ons paviljoen hebben we nu gesplitst: maar goed ook.” 


Culpepper



Wilbert Geijtenbeek

Tot 2006 vulde de anarche strandkolonie Mecca het Scheveningse Zwarte Pad met zijn versleten bankstellen en camouflagenetten. Tegenwoordig beheren drie ondernemers en een ambtenaar – zonder noemenswaardige horeca-ervaring – er de veel frissere beachclub Culpepper. Een deel van het geld komt van 25 ‘fun-investeerders’, die aandelen in de beachclub bezitten.

De droom
Hein:“We werden voor gek verklaard toen we juist op deze plek een restaurant begonnen. Zeker toen de concurrentie hoorde dat we ook nog eens geen friet op de kaart hebben. Maar we blijken echte trendsetters – dit jaar hebben vier van onze buren een restaurant geopend.”
Annejet:“De ene dag is de een verantwoordelijk, de andere dag de ander; althans, voor de operatie. We helpen ook gewoon mee de plees schoonmaken. Of we gaan de keuken in om pizza’s mee te bakken.”
De bank Hein:“Het andere deel van onze investering komt van een rekening-courant van de bank. De bank wilde dat wij ons persoonlijk garant stelden voor de schulden. Maar we wilden niet ons huis of de toekomst van onze kinderen riskeren.”
Joachim:“Vorige week zat hier nog iemand met een slijptol bij de kluis. Dat gebeurt hier bij elke strandtent. Wij zijn niet bang voor inbraak. We hebben iemand ingehuurd die hier ’s nachts slaapt.”
De niche Frédérique:“We organiseren veel feesten en partijen: een kids club, open podia, toneeloptredens, jazzavonden, modeshows en discofeesten tot 4 uur ’s nachts. Daarvoor proberen we zo veel mogelijk sponsors te vinden. Als het evenement dan verregent, zijn wij in elk geval uit de kosten. Distillateur Bols en wijnproducent Gallo zijn onze vaste sponsors, het hele jaar door.”

Paal 69


Wilbert Geijtenbeek

Mirjam van Ewijk en Patrick Lespinasse hadden bloeiende carrières bij logistieke bedrijven als DHL en Westermann Logistik. Maar met hun spaargeld kochten zij dit jaar paviljoen Paal 69 in Zandvoort.

De droom
Patrick:“Sinds we Paal 69 hebben, wonen we ruim de helft van ons jaar aan het strand. Mirjam doet de inrichting, dat zit in haar bloed. Ik kan me uitleven in de keuken, dat is mijn passie. En ik kan elke dag kitesurfen.”
Mirjam:“Elke maand vraagt iemand ons wel of we niet te koop staan. De meeste mensen die dat vragen, zijn dagdromers. Die zijn hier dan de hele dag en krijgen het in hun bol.”
Patrick:“We hadden de tent net overgenomen en opgetuigd, toen de storm kwam. Het was zo’n gure maartse zuidwesterstorm. Ik zag het water steeds hoger komen, uiteindelijk zelfs tot onze voordeur. In drie uur tijd was al het zand dat ik voor het terras van het paviljoen had laten opspuiten, weggeslagen. Het ging maar nét goed, maar ik vind, het hoort erbij. De vorige eigenaar heeft het twaalf jaar zonder storm gedaan.”
De bank
Patrick:“De bank lachte ons uit. Het is roerend goed. In Zandvoort. Op het naaktstrand. Met een vegetarische keuken... Wat dacht je dan? We hebben het zonder de bank moeten doen. Als het allemaal goed gaat, komen we financieel rond. We hebben bewust de keuze gemaakt om niets over te houden. Dat wil zeggen: we verdienen minder dan we voorheen verdienden in de logistiek. Maar we zijn ondernemer genoeg om er zeker niet op in te leveren.”
De niche
Mirjam:“We staan aan het naaktstrand. Wat wij hier gelukkig niet hebben, zijn de groepjes jongeren met gettoblasters. Ons strand trekt een ander publiek. De meeste mensen brengen hun vieze spullen zelf terug. Ze zijn erg netjes. Onze wc’s blijven altijd schoon.”

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief