De consument schakelt over op de spaarlamp, maar de toekomst schuilt in ledverlichting . Philips verbouwde zijn lichtdivisie met 4 miljard aan overnames om die revolutie te kunnen leiden.
bedrijven Philips Lighting
Ruim baan voor de spaarlamp? Het Duitse Osram, de lampen-dochter van Siemens, staakte vorige week zijn verzet tegen het afschaffen van de importheffing op spaarlampen uit China. In 2001 werd die heffing van maximaal 66,1 procent ingesteld als antidumpingmaatregel. Te midden van klimaatzorgen was hij volstrekt uit de tijd, en op 18 oktober is het dan ook zover.
Osram, grootste maker van spaarlampen voor de Europese markt, voerde een achterhoedegevecht. Milieuclubs, nummer twee Philips en de detailhandel wilden af van de boete op de spaarlampen. China is dé producent van spaarlampen, goed voor 75 procent van de wereldaanvoer. Ook Philips produceert het merendeel van zijn zuinige lampen in het land. Niet geheel verrassend was hetéén van de partijen die in Brussel lobbyden voor de afschaffing van de tariefmuur.
Moeten we nu rekening houden met een halvering van de spaarlampprijzen, en staat Philips Lighting aan de vooravond van een enorme volumegroei? Nee, zegt een woordvoerster. “De heffing liep van 0 tot 66 procent en gold de kostprijs. Dat is slechts een fractie van de prijs in het schap.” Osram produceert waarschijnlijk (te) veel eenvoudige spaarlampen in Europa en zal na zijn vruchteloze verzet moeten saneren. Philips is op tijd geweest met het verplaatsen van zijn productie.
De wereldmarktleider in licht produceert weliswaar spaarlampen in Polen, maar uitsluitend de modellen uit het duurdere segment. De afgelopen periode is er flink geïnvesteerd in de uitbreiding van de Poolse capaciteit en de omvang van de vestiging groeit er alleen maar. “Uit China komen bij ons alleen de middensegmentlampen, het lage segment maken we niet”, aldus de woordvoerster. En zo gaat het al jaren: als lichtproducten eenmaal gemeengoed worden, gaat de productie bij Philips oostwaarts: met als tussenstop Polen richting China.
Het afschaffen van de heffing op Chinese spaarlampen zal misschien geen halvering van de schapprijzen opleveren, de prijzen van het energiezuinige alternatief voor de gloeilamp zullen zeker dalen. Verwacht vooral veel meer merkloos spotgoedkoop aanbod. Misschien is dat wel het laatste tikje dat Europese consumenten nodig hebben om de gloeilamp 30 jaar na de komst van de spaarlamp af te zweren. Een verbod op de lamp met gloeidraad is er in Europa nog niet, Brussel brouwt wel regels om de meest energieslurpende modellen in de ban te doen.
Een radicaal verbod zou ook niet verstandig zijn. De wereldproductie van spaarlampen schiet op dit moment tekort om alle 2 miljard gloeilampen in Europa te vervangen. De grootste producenten – Philips, Siemens en General Electric – hebben wel afgesproken om vanaf 2015 te stoppen met de productie van de gloeilamp. De spaarlamp is namelijk niet alleen goed voor energiebesparing, op korte termijn is hij ook goed voor de winstmarges van de aanbieders.
Toch is het goede gevoel waarmee wij een spaarlampje indraaien dat vijf keer minder stroom verbruikt en tien maal langer meegaat dan zijn voorganger, niet helemaal op zijn plaats. In ruil voor minder energieverbruik en een langere levensduur belast de productie van de CFL (compact fluorescent light) het milieu meer. De lampen bevatten bovendien kwik, terwijl een waterdichte recycling van afgedankte exemplaren nog niet bestaat. Ook kolencentrales stoten overigens kwik uit, zodat de spaarlamp per saldo de kwikuitstoot vermindert, maar wel wijder verspreidt.
Daarom heeft de CFL niet de toekomst. Die is aan de ledverlichting, gebaseerd op lichtgevende halfgeleiders. De afgelopen decennia is de lichtgevende diode uitgegroeid van een rood of groen oplichtend knopje tot een lichtbron die ook helder wit licht kan uitstralen. De veel jongere ledtechnologie levert nog zuinigere verlichting op dan de spaarlamp, gaat vele malen langer mee, bevat geen kwik en is veel breder inzetbaar. Led vormt technisch gezien een radicale breuk met het verleden: de halfgeleidertechnologie heeft niets te maken met het gegloei in glazenbolletjes en buisjes van weleer.
Maar Philips moet ook zijn businessmodel op zijn kop zetten om de ledrevolutie goed door te komen. Een stukje halfgeleider dat licht uitstraalt is nog geen volwaardige vervanger voor een peertje, een straatlantaarn of een kantoorlichtbak. Er komen veel meer elektronica en volkomen nieuw ontworpen armaturen aan te pas. Leds zijn zó anders, dat ze zelfs noodzaken en uitnodigen tot een nieuwe manier van denken over kunstlicht. Een voorbeeld daarvan is Philips’ Ambilight lcd-televisie.
Anders dan bij consumentenelektronica, waar Philips het liefst helemaal niets zelf produceert en minimale investeringen doet, houdt het bij Lighting zoveel mogelijk in eigen hand. Mede voor de ontwikkeling van zijn led-aanbod heeft topman Gerard Kleisterlee sinds 2005 in totaal bijna 4 miljard euro aan overnames gedaan. Dat begon met Lumileds, oorspronkelijk als joint venture opgezet met Agilent. In 2005 kocht Philips zijn partner uit voor 788 miljoen euro. Daarmee haalde het de fundamentele ledtechnologie naar zich toe. Color Kinetics en TIR gelden als specialisten in ledtoepassingen en de regelsystemen daaromheen.
Lighting is bovendien versterkt met producenten van lichtarmaturen die nog niet compleet ‘over’ zijn op de nieuwe technologie. Het Belgische PLI, dat met zijn assortiment onder meer in de Gamma-bouwmarkten ligt, kostte in 2007 561 miljoen en de overname van deze fabrikant van plafond- en buitenverlichting betekende een flinke stap op de consumentenmarkt. De overtreffende trap bij alle lichtovernames was die van het Amerikaanse Genlyte. Eind vorig jaar betaalde Philips ruim 1,8 miljard voor de leverancier van armaturen voor vooral de industrie, kantoren en winkels.
Terwijl Philips zijn kwakkeldivisie Consumentenelektronica saneerde en zijn jojoënde halfgeleiderdivisie Semiconductors afstootte, bleef Lighting de groeidivisie. De omzet ging er van 4,5 miljard euro in 2004 naar ruim 7 miljard, als die van de recente overname Genlyte wordt meegeteld. In bijna 100 lichtfabrieken werken nu rond de 60.000 mensen. Het bedrijfsresultaat ligt steevast boven het concerngemiddelde en kwam in 2007 uit op 11,9 procent van de omzet; ruim boven de 10 à 11 procent die Philips voor 2010 als doelstelling hanteert.
Nu de overnamereeks voorlopig lijkt afgerond, wordt duidelijk hoe rigoureus Philips Lighting is verbouwd. Van lampenleverancier tot verticaal geïntegreerde aanbieder van verlichting die in de toekomst steeds zwaarder zal leunen op halfgeleiders als lichtbron. Volgens Rudy Provoost, de Vlaming die sinds begin dit jaar Lighting leidt, groeit de markt voor professionele ledverlichting de komende jaren met telkens 30 procent. Hij mikt op het dubbele groeicijfer voor zijn eigen bedrijf, zei hij eerder dit jaar op een internationale lichtbeurs in Frankfurt. Daar riep hij de revolutie meteen maar uit: “2008 Is het jaar waarin led niet langer een toekomstige trend is, maar een marktwerkelijkheid wordt, in de openbare ruimte, op kantoor en thuis.”
Inderdaad duikt de halfgeleiderverlichting van Philips op steeds meer plaatsen op. De duurste Audi’s hebben koplamp-units met leds. Buckingham Palace baadt in halfgeleiderlicht, terwijl in Amsterdam bij wijze van proef straatlantaarns met ledmodules branden. In september volgt, na eerdere vrolijk gekleurde designlampen, de eerste functionele ledverlichting voor thuis: schemer- en leeslampen met leds op de plek waar je halogeenpitjes zou verwachten. Het is een product van het Belgische PLI, dat voorheen werkte met Lumileds-lampen.
Ook tot de verbeelding spreekt de Masterled, een peertje nieuwe stijl dat 30 jaar meegaat. Bij een verbruik van 7 watt geeft hij een hoeveelheid licht die overeenkomt met een gloeilamp van 40 watt. Maar hij is met zijn prijs van 40 euro ook schreeuwend duur, vandaar dat Philips hem voorlopig aanbeveelt bij winkels en hotels, voor plekken waar het licht continue moet branden. De consumentenmarkt is volgend jaar aan de beurt, als de prijs tot circa 25 euro zakt.
Dat verklaart meteen waarom de ledrevolutie zal zich niet van de ene op de andere dag voltrekken. Hoewel de kostprijs van leds in rap tempo daalt, kost een peertje nog altijd tientallen euro’s, even afgezien van (Chinese) maaksels die naargeestig gekleurd Ledlicht uitstralen. Aan een consument is moeilijk uit te leggen, dat hij dat in een paar jaar terugverdient.
philip.bueters @reedbusiness.nl
‘In 2008 is LED niet langer een toekomsttrend’
Rudy Provoost
Auteur(s): Philip Bueters
Bron: FEM Business , jaargang 11 , nummer 34 , datum 22-8-2008
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business