Sylvester Eijffinger

‘ABN Amro is overgenomen. We moeten daar nu een punt achter zetten en het over de toekomst hebben’

Volgens Sylvester Eijffinger moeten beleggers niet blindvaren op de adviezen van bankeconomen. “Bankeconomen zijn over het algemeen weinig deskundig en niet onafhankelijk. De kwaliteit van de macro-economische analyse is matig.”

interview

Sylvester Eijffinger (54) is hoogleraar financiële economie en hoofd macro-economisch onderzoek aan de Universiteit van Tilburg .Hij studeerde economie en econometrie (1983) en promoveerde in die richting (1986) aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij gaf de aanzet voor en was lid van de Raad van Economisch Adviseurs van de Tweede Kamer. De Tilburger is prominent “maar onafhankelijk” CDA-lid en adviseert onder meer het Europees Parlement en de Europese Commissie over (monetair-) economischeaangelegenheden.

Sylvester Eijffinger, hoogleraar financiële economie aan de Universiteit van Tilburg is net terug van Harvard University. Voor de tweede keer nodigde de economische faculteit Eijffinger uit om er college te geven. Terug in het rustige Oisterwijk, spreekt hij over Nederland, de financiële crisis en wat Nederland moet doen om z’n plek in de wereld vast te houden. 


Opvallende zaken op Harvard meegemaakt?


“Wat mij vooral opviel, was dat de Amerikaanse economen stil waren over de Europese Centrale Bank (ECB). Dat was vijf jaar geleden, toen ik ook op Harvard college gaf over de ECB, heel anders. De Amerikaanse Fed was toen een voorbeeld en de ECB kon niets goed doen. Maar nu zien ze dat de ECB veel beter met de financiële crisis is omgegaan dan hun Fed.”

Hoe verklaart u dat? Waarom is de ECB daarmee beter omgegaan?


“Hoewel de wereld vooral aandacht heeft voor de hulp van de Fed aan de banken, was, van de twee grote centrale banken, de ECB de eerste die met een financiële injectie kwam. De Fed volgde met grote vertraging. Maar het grote verschil, en dat is de crux, is dat de ECB haar officiële rente niet heeft aangepast. In de VS heeft de Fed dat juist heel sterk gedaan, zodat de reële korte rente nu negatief is.”

Waarom is dat de crux?


“Omdat de ECB de crisis met de juiste wapens heeft bestreden. De rente is er om de inflatie te bestrijden. Verlaag de rente en de inflatie krijgt een kans. De Fed heeft alle wapens ingezet, het maakte niet uit of die geschikt waren of niet.”


Nu is de ECB zelfs bezig met renteverhogingen. Goed of slecht?


“De inflatie in de eurozone is al enige tijd te hoog. De ECB streeft naar gemiddelde prijsstijgingen van iets minder dan 2 procent. Als de inflatie even boven de 2 procent uitkomt, kun je dat nog goed uitleggen. Maar de inflatie staat op 3,7 procent. Dat is niet meer uit te leggen. Door die aanhoudend hoge inflatie is de grootste vrees van de ECB uitgekomen: de zogeheten tweede-ronde-effecten, wanneer werknemers gaan denken dat de inflatie niet zal dalen en daarvoor compensatie willen zien in hun lonen. Het vindt nu al plaats. Kijk naar de loonstijgingen in Duitsland, die zijn duidelijk hoog door de (verwachte) inflatie.”

Is één renteverhoging dan voldoende?


“Als signaal naar de financiële markten en het grote publiek voorlopig wel. De ECB verhoogt overigens de rente terwijl bijna alle economen bij de banken al maanden renteverlagingen voorspelden. Dat deden ze uit onkunde en/of eigenbelang. Het was meer ‘wat willen wij’, dan voorspellen. Iedereen die begrijpt hoe de ECB werkt, had kunnen weten dat een renteverlaging wel het laatste is wat de ECB wil.”

Wat blijkt daaruit?


“Dat bankeconomen over het algemeen weinig deskundig en niet onafhankelijk zijn. Het valt mij op hoe slecht hun adviezen richting beleggers waren de afgelopen jaren. De kwaliteit van macro-economische analyse is matig. Mijn advies is dan ook: vaar niet blind op hun adviezen. Er zijn gelukkig een paar uitzonderingen. Lex Hoogduin van Robeco en Wim Boonstra van Rabobank.”


Over voorspellen gesproken, loopt de financiële crisis op haar laatste benen of is de ellende nog niet voorbij?


“Ik denk dat de crisis nu zo’n beetje over is. De meeste lijken zijn uit de kast. Alleen is het vertrouwen nog niet teruggekeerd, dat kan nog even duren. Volgens mij is de bodem op de aandelenmarkten min of meer bereikt, al het slechte nieuws is verwerkt in de koersen. Ik denk dat het nu nog vooral de particulieren zijn die aandelen verkopen. Institutionele beleggers kopen nu voorzichtig. En gelijk hebben ze.”

Wat zijn de lessen van deze crisis?


“Dat er meer onderzoek en een beter toezicht moet komen. Het is duidelijk dat de wereld niet kan vertrouwen op de huidigerisk management-modellen van financiële econometristen. Als je een crisis zoals deze wilt begrijpen, dan heb je economen nodig die verstand hebben van macro én finance. Ik denk dat deze crisis een herwaardering voor de echte economen en bankiers met zich mee zal brengen. Hierin ligt een kans voor Nederland.” 


Hoezo?


“Nederland is goed in veel dingen, zoals op het gebied van financiële dienstverlening. Dat is duidelijk te zien aan onze buitensporig grote banken, maar ook aan een vermogensbeheerder als Robeco. Wat financiële dienstverlening betreft is Nederland een soort Zwitserland. Het enige wat zij hebben en wij niet, is het bankgeheim”, zegt hij lachend. Dan keert de serieuze blik terug. “Nederland is daar goed in, maar het moet beseffen dat de wereld niet stilstaat.”

Wat moet Nederland doen?


“Kijk naar de gang van zaken rond ABN Amro. We hebben het daar in dit land nog steeds over! Maar waarom terugkijken? ABN Amro is overgenomen, daar moeten we een punt achter zetten en het over de toekomst hebben. De les is dat we meer moeten investeren in knowhow op financieel gebied, daar zijn we als land goed in.Maar diesense of urgencyis er nog niet in Nederland, dat is mijn grootste angst. Als je de sense of urgency erkent, moet je bereid zijn grote investeringen te doen. Gegeven de kredietcrisis en het verdwijnen van ABN Amro mag ik hopen dat bij de overheid en de financiële sector het licht snel zal dagen.”



En het Holland Financial Center en de Duisenberg School of Finance, is dat geen goede ontwikkeling?


“De Duisenberg School of Finance (DSF) is al lang geleden aangekondigd, maar ik heb nog steeds geen businessplan gezien. Bovendien spelen kleine particuliere belangen Nederland parten.”

Hoe bedoelt u?


“Het is mij bijvoorbeeld een raadsel hoe je, als je zoiets als de DSF opricht, de Universiteit van Tilburg buiten de deur kunt houden. De economische faculteit van Tilburg heeft een ijzersterke internationale reputatie, dat blijkt elk jaar weer opnieuw uit de internationale rankings.” 


“We gaan in Tilburg in september een nieuw expertisecentrum lanceren, het European Banking Center (EBC), om theoretisch en empirisch onderzoek te doen op het gebied van het bankwezen en de financiële sector. We trekken nu internationale zwaargewichten, ook uit de VS. Ik heb daar bij Harvard met de crème de la crème op dit gebied over gesproken. Zij zijn bereid mee te doen omdat Tilburg zo’n goede reputatie heeft. Die topeconomen zeggen tegen me: Tilburg is de enige die het in Europa tegen de London School of Economics kan opnemen. Als je dat hoort, weet je dat je iets goeds in huis hebt. Wij werken als EBC liever samen met DSF, dat is goed voor de internationale positie van Nederland. Tilburg heeft de hand meermaals uitgereikt, maar dat heeft niets opgeleverd.”


Hoe verklaart u dat?


“Ik weet het niet. Ik denk dat het een soort Randstedelijke arrogantie is. De Tilburgse universiteit wordt door de Randstad ten onrechte beschouwd als een provinciale universiteit, die kan toch niet wereldsterk zijn in iets, denkt men dan. We willen samenwerken, maar er is ook niets mis met de competitie, wij verwelkomen dat.”

U heeft enkele maanden van een grote afstand naar Nederland gekeken. Wat voor beeld levert dat op?


“Je komt snel tot de conclusie dat Nederland vooral met zichzelf bezig is en dat het een heel in zichzelf gekeerd land is geworden. Dat kunnen we ons als klein land niet permitteren. Wat mij vooral opviel, is dat de politiek zich heeft afgekeerd van het bedrijfsleven en omgekeerd. De overheid en het bedrijfsleven staan nu met de ruggen tegen elkaar. Dat kan Nederland echt niet hebben. Het kabinet en vooral minister van Financiën Wouter Bosmoet nu echt in gesprek met het bedrijfsleven. Bos moet vrede sluiten.”

Wat moet hij ze dan bieden?


“Het belangrijkste is: een duidelijk perspectief. Op de bühne wordt nu veel gezegd. Bos staat op een kruispunt. Zijn PvdA vermijdt alle keuzes, maar Bos moet zorgen dat het belang van het land wordt gediend. En met de aanhoudende discussies over topbeloningen en de regelmatige dreigementen van Nederlandse banken en bedrijven om hun hoofdkantoor te verplaatsen, wordt het belang van Nederland niet gediend. Neem de verstandige adviezen van de commissie-Frijns, over topbeloningen. Bos moet die niet ter zijde schuiven, dan ben je niet goed bezig. Ik ben ervan overtuigd dat Bos het landsbelang wil dienen, maar hij is nu een gevangene van zijn partij. Je kunt dan doormodderen of echt leiderschap tonen, zoals Wim Kok dat heeft gedaan in het debat over de hervorming van de WAO.”

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, er is ook nog zoiets als het politieke speelveld.


“Dat is zo, ik begrijp Bos’ probleem heel goed, met de SP die in zijn nek hijgt. Maar het feit dat de kiezers naar de politieke extremen trekken is niet uniek voor Nederland, het hele Westen heeft ermee te maken. Dat komt door de globalisering.”

Globalisering?


“De lagere klassen zijn beschermd tegen de negatieve gevolgen ervan, zoals verplaatsing van banen, door de verzorgingsstaat. De hogere klasse is goed opgeleid, heeft een sterke positie op de arbeidsmarkt en kan zichzelf beschermen. De lasten komen vooral terecht op de schouders van de middenklasse. Die lijdt onder forse lastenverzwaringen en ziet veel zekerheden verdwijnen. Daar moeten de middenpartijen een goed verhaal bij hebben. Maar ze hebben geen goed verhaal. Een aanvullende complicatie is dat van de middenpartijen alleen het CDA en D66 in staat zijn om met constructieve oplossingen te komen. De PvdA en de VVD zijn verlamd. Daardoor heerst er politieke instabiliteit.”

Wat moet dat verhaal zijn?


“Dat ze begrijpen dat de globalisering grote aanpassingen van onze samenleving vergt en dat we, om onze welvaart te behouden, ook niet anders kunnen. Ze moeten ook duidelijk maken dat Nederland beter mensen dan banen kan beschermen. De overheid moet meer doen aan scholing. De werkgevers hebben een morele plicht om mee te betalen. Het zijn de werknemers die het meeste moeten toegeven. De vakbonden zijn verstard, dienen de belangen van insiders en laten de outsiders aan hun lot over.”

Behalve Wouter Bos is er ook een rol voor de ministerpresident weggelegd. U noemt hem echter niet, hoewel hij bijna onzichtbaar is. Waarom? 


“Dit probleem is meer een PvdA-aangelegenheid. Het ligt niet aan het CDA. Jan-Peter Balkenende wordt door sommigen gezien als een slechte leider, maar hij heeft geen andere mogelijkheid, gezien de instabiliteit van de coalitie en het gebrek aan alternatieven. Een coalitie met de VVD is niet mogelijk. Ik was een criticus van Balkenende, maar ik moet zeggen dat ik mijn mening over hem heb bijgesteld. Ik heb meer begrip gekregen voor zijn positie. In mijn ogen is Balkenende de beste politicus van Den Haag.”

 edin.mujagic @reedbusiness.nl

‘Wouter Bos moet vrede sluiten met het bedrijfsleven’
‘Nederland is vooral met zichzelf bezig en een heel in zichzelf gekeerd land geworden’
  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief