V raag een econoom in welk land de kans het grootst is dat een politicus de centrale bank onder druk zet, en bijna altijd zal de naam Frankrijk vallen. En waar is die kans het kleinst? ‘Duitsland’, zal nagenoeg elke econoom als een soort automatisme roepen.
Al die economen zullen dan ook met verbazing hebben gehoord dat de Duitse minister van financiën Peer Steinbrück (SPD) eerder deze week de Europese Centrale Bank (ECB) heeft gewaarschuwd de rente niet te verhogen. Dat zou de economische groei afremmen, net op het moment dat de economie uit zichzelf een tandje lager schakelt.
Het is niet voor het eerst dat een Duitse politicus de ECB op de korrel neemt. Aan de vooravond van de invoering van de euro en het moment waarop de ECB de Europese monetaire teugels zou overnemen van de nationale centrale banken, gebeurde dat ook al. De toenmalige minister van financiën, Oskar Lafontaine, haalde bijna dagelijks uit naar de ECB. De bank die in Frankfurt zetelt, moest maar de rente verlagen om de economische groei aan te jagen, vond de linkse politicus.
Economen zagen dat voorval als de uitzondering die de regel bevestigt. Duitsland kent een decennialange traditie van diepe respect voor de centrale bank. Geen wonder dat Lafontaine een week later moest aftreden.
Op dezelfde dag dat Steinbrück vuurde richting de ECB, schoot zijn kabinetscollega Michael Glos, minister van economische zaken, terug. Hij noemde de inflatie in Duitsland en de eurozone terecht ‘alarmerend’ (zie pagina 18) en ging vierkant achter de ECB staan EM
Auteur(s): Edin Mujagic
Bron: FEM Business , jaargang 11 , nummer 27 , datum 5-7-2008
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business