Mooi verhaal, wat Marc Bolland flikte bij het Britse Morrisons: archetypische manager uit de Heineken-school redt noodlijdende Britse supermarktketen. Het is net zo mooi als dat van Ben Verwaayen: kleine, kalende man verandert sukkelend British Telecom in swingend internetbedrijf BT. Wordt nu aangesproken alsSirBen.
Over het algemeen doen we nogal schamper over de kwaliteiten van de Nederlander als topmanager. Vreemd is dat niet. De werkelijkheid is immers dat waar pakweg een jaar of vijf geleden in deboard roomsvan de grote ondernemingen nog volop Nederlands werd gesproken, het bezit van een Hollands paspoort nu eerder een handicap lijkt dan een voordeel. Sterker nog, een Nederlandse topman in de AEX is tegenwoordig eerder uitzondering dan regel.
Erg is dat niet. Door de globalisering was de verstarde Nederlandse bestuursstructuur een anachronisme. Vers bloed in de vorm van een nieuwe generatie buitenlandse bestuurders was meer dan welkom.
En toch zit er in de Nederlandse bedrijfscultuur een unieke, niet te onderschatten kwaliteit, signaleerde Harry Starren vorige week inFEM Business. Volgens de directeur van opleidingscentrum de Baak bestaat die vooral uit het kunnen overbruggen van verschillen. Die kwaliteit zou zich hebben gevormd dankzij onze door de handel gedomineerde economie. Handel is water bij de wijn doen, tot overeenstemming komen.
Natuurlijk, zo’n hypothese is lastig wetenschappelijk te bewijzen. En toch is het een interessante gedachte die deels zou kunnen verklaren waarom Nederlandse managers het overzee relatief goed doen. Binnenkort meer over die Hollandse bruggenbou-wers in buitenlandse dienst.
arne.van.der.wal @reedbusiness.nl
Auteur(s): Arne van der Wal
Bron: FEM Business , jaargang 11 , nummer 27 , datum 5-7-2008
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business