D e euro zou net zo sterk zijn als de gulden en de Duitse markt. Zonder die toezegging, vooral aan Nederland en Duitsland, was de euro waarschijnlijk niet eens geboren. Het betrof dan zowel de externe als de interne waarde, lees: lage inflatie. Daarom kreeg de ECB, tot woede van bijvoorbeeld de Fransen, als hoofdtaak: zorg voor een lage inflatie.
De centrale bank definieerde dat als een jaarlijkse inflatie van ‘onder maar dicht bij de 2 procent.’ De inflatie is echter al maanden hoger dan 3 procent – in juni bedroeg ze zelfs 4 procent. Dat de ECB niet de hele tijd aan die voorwaarde kan voldoen, verbaast niemand. De bank kon niet voorzien dat één vat olie van nog geen 12 dollar begin 1999 nu 140 dollar zou kosten. Hetzelfde geldt voor de voedselprijzen.
Dat een aantal Europese regeringen de btw-tarieven opschroefde, ging ook buiten de ECB om. Dat de inflatie onder die omstandigheden tijdelijk boven de 2 procent uitkomt, is te billijken. Maar dat is juist het probleem. Van ‘tijdelijk’ is geen sprake meer. Sinds 1999 slaagt de ECB er niet in om de gemiddelde jaarlijkse inflatie onder de 2 procent te drukken.
Een beroep op externe factoren is dan laf, omdat de ECB zelf schuld draagt. De bank verzuimde jarenlang om ferm tegen de (verwachte) inflatie op te treden. De bank hield de officiële rente te lang te laag.
Als de ECB de inflatie in de toekomst voldoende wil drukken, zal ze de rente fors moeten verhogen en zo de economie veel pijn doen. Onnodig, als de ECB eerder harder was opgetreden. 2,5 Procent inflatie was tot daaraan toe, 3 procent konden we even gedogen, maar 4 procent? Genoeg is genoeg. De ECB moet snel haar belofte waarmaken.
edin.mujagic @reedbusiness.nl
Auteur(s): Edin Mujagic
Bron: FEM Business , jaargang 11 , nummer 27 , datum 5-7-2008
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business