‘Door de opa’s en oma’s kon ik fulltime blijven werken’

De beursintroductie is voor onbepaalde tijd uitgesteld, maar echt aangedaan is ceo Manja Bouman van biotech-bedrijf Kiadis Pharma daar niet door. “We hadden het geld niet nodig.”

naam: Manja Bouman

functie: ceo Kiadis Pharma

locatie: De Kas, Amsterdam

D e beursgang mag dan even in de ijskast zijn gezet, de tucht van de beurs werpt al wel zijn schaduw vooruit bij Kiadis Pharma. “Is dat eenforward looking statement”, vraagt bestuursvoorzitter Manja Bouman aan haar hoofd PR als het moment dat de medicijnen van het Amsterdamse biotechbedrijf op de markt verschijnen aan de orde komt. Na een korte aarzeling: “Eigenlijk kunnen we daar geen uitspraak over doen. Maar onze producten zouden over een aantal jaar verkrijgbaar kunnen zijn.”


Kiadis stond vorig najaar op het punt zijn intrede te doen op het Damrak toen de introductie vanwege het slechte beursklimaat moest worden afgeblazen. Bouman oogt verre van aangeslagen door het besluit. “Je doet het bedrijf geen plezier door bij heel slechte omstandigheden naar de beurs te gaan. We zijn geen Organon dat naar de beurs gaat. Wij zijn een klein biotechbedrijf met een hoog investeringsrisico. Natuurlijk gingen we geld ophalen met de beursgang, maar dat hadden we niet nodig. We beschikten over genoeg kapitaal van durfkapitalisten. Daarom was de beslissing om de beursintroductie uit te stellen ook gemakkelij-ker.”

Toch was er zeker wel sprake van teleurstelling op de burelen van Kiadis, erkent Bouman: “In de voorbereiding gaat heel veel tijd en energie zitten. Zo’n beursgang is ook best uniek. Het besluit om niet naar de beurs te gaan hebben we rationaal genomen, maar daarna hebben we met de betrokken mensen wel even wat gedronken.”

Lunchlocatie op deze zonnige vrijdagmiddag is De Kas in Amsterdam. “We zitten hier om de hoek. Ik neem hier weleens klanten mee naartoe.” De Kas heeft geen kaart, het restaurant serveert dagelijks verse producten van eigen kweek. Deze keer staan onder meer kreeft met jonge peultjes, asperges en – als hoofdgerecht – snoekbaars met lamsoor en meiknol op het menu.

Kiadis – een fantasienaam – ontstond eind jaren negentig als spin-off van de Leidse universiteit. Het bedrijf richt zich op problemen bij beenmergtransplantaties voor bloedkankerpatiënten. Zo’n transplantatie is vooral van belang voor mensen met bloedkanker (leukemie), legt Bouman uit. Als chemotherapie of andere middelen niet aanslaan, dan is beenmergtransplantatie de enige mogelijkheid om deze lastig te genezen vorm van kanker de baas te worden. In het beenmerg worden namelijk door stamcellen rode en witte bloedcellen gemaakt.

“Transplantatie gebeurt pas aan het einde van de rit, ook omdat het een heel zware behandeling is. Bovendien zitten er veel complicaties en beperkingen aan. En daar richten wij ons op”, verklaart Bouman.

Zo voorkomen de middelen van Kiadis een afstotingsreactie en vergroten ze de mogelijkheden voor beenmergtransplantatie. “Normaal kunnen alleen broer of zus als donor dienen, mits ze een precieze match zijn. Een grote groep mensen vindt daardoor geen donor. Met ons geneesmiddel kan ieder familielid beenmerg afstaan.”

Registratie


Meer dan tien jaar na de start van het Leidse onderzoek zijn de medicijnen van Kiadis nog steeds niet op de markt. Ontwikkeling van medicijnen is een zaak van de lange adem, benadrukt Bouman, die daar overigens niet al te zwaar aan tilt. “Het duurt door de bank genomen twaalf jaar voordat een medicijn kan worden geregistreerd. De eerste drie jaar sta je in het laboratorium molecuultjes te ontwikkelen. Dat heeft nog niets te maken met het product dat bij patiënten wordt getest. En maar 1 procent van wat in het lab wordt bedacht, komt op de markt.” 


Op 40 personen zijn de middelen inmiddels succesvol getest. Drie producten van Kiadis zijn in de laatste fase van klinisch onderzoek. Dat is nodig voordat ze op de markt mogen worden gebracht van bijvoorbeeld de Food- and Drug Administration (FDA) in de VS. “Die drie producten hebben veel synergie met elkaar. Daarom zijn wij in staat ze naast elkaar ontwikkelen.” Vrij snel na de marktintroductie denkt Bouman winstgevend te kunnen worden.

Met deze laatste onderzoeksfase was de tijd rijp voor een beursgang, aldus Bouman. “We wilden waardecreatie in het bedrijf op gang brengen. Kiadis is immers geen onderneming die nu al producten verkoopt. Onze marktwaarde zit in de toekomstige waarde van onze geneesmiddelen. Dat vertaalt zich in de beurskoers. Drie middelen die de laatste fase van ontwikkeling ingaan betekent een behoorlijke waardesprong van de on-derneming.”

Maar omdat de beursgang werd uitgesteld blijft de huidige aandeelhoudersstructuur in stand: een reeks investeerders in de biotechnologie, waaronder de Nederlandsefounding investorLife Science Partners en de Noordelijke Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij (NOM). Vorig jaar werd met een investeringsronde nog 15 miljoen euro opgehaald.

Kiadis beschikt behalve over een hoofdkantoor in Amsterdam ook over een chemisch laboratorium in Groningen. Bouman verdeelt haar tijd tussen deze twee Nederlandse locaties en Canada. In Montréal heeft Kiadis sinds de aankoop van een Canadese branchegenoot twee jaar geleden ook een vestiging. “De helft van onze organisatie zit in Canada. Ik ben in Montréal kind aan huis.”


DSM


Voor Bouman was de andere kant van de oceaan bepaald geen onbekend terrein. Als middelbaar scholier volgde ze een jaarhigh schoolin de VS en een groot deel van haar universitaire opleiding biochemie deed ze aan de State University of New York. “Ik ben avontuurlijk ingesteld, ik wil graag nieuwe dingen doen”, verklaart ze. “Na dat jaar high school kon ik niet wachten om terug te gaan naar de VS.” 


Ondanks een promotie in de biochemie koos Bouman niet voor een wetenschappelijke carrière. “Daar heb ik het geduld niet voor. Je moet dan werken op zo’n klein vakgebied. Dat wilde ik niet.”

Het laboratorium van Gist-Brocades in Delft werd haar eerste werkplek na de universiteit, maar al snel ging ze de zakelijke kant op bij de divisie Pharmeceutical Products van DSM, dat inmiddels Gist-Brocades had overgenomen. “Dat ging vanzelf. Mijn toenmalige baas zei dat het wel iets voor mij was. Enbusiness developmentbleek beter bij mij te passen dan onderzoek doen. Ik plan mijn carrière nooit vooruit.”

Bouman maakte gestaag carrière bij DSM en sloot alsvice-president licensing and technologyonder meer een belangrijke overeenkomst met Crucell toen ze in 2004 overstapte naar Kiadis. 


Was Kiadis geen onzeker avontuur, na een gevestigde naam als DSM?


“Het leek me leuk en spannend om te proberen. Ik heb niet lang over de overstap hoeven nadenken.”


Waarom bent u eigenlijk overgestapt?
“Mijn volgende functie binnen DSM zou vrijwel zeker niet meer in de biotech zijn. De rest van DSM is meer hardcore chemie. Maar ik vond biotech zo leuk dat ik eerst bij een kleine onderneming in die sector wilde kijken voordat ik bij een groot bedrijf verder zou gaan. Daarnaast was ik gepromoveerd op een medisch onderwerp.” 


Leiding geven aan een team van lastige hoogopgeleiden schijnt niet gemakkelijk te zijn. 


“Ik zoek juist eigengereide mensen. Wij moeten met een klein team doen wat een groot farmabedrijf met veel meer mensen kan doen. Dat vraagt om een ondernemingsgezind team met mensen die beslissingen durven te nemen. Ik vind het heel prettig als mensen een eigen mening hebben. Daarmee kom je uiteindelijk tot betere beslissingen.”


Begrijpt u als biochemicus alles wat er in uw laboratoria gebeurt? 


“Ik begrijp het op hoofdlijnen, verder ga ik niet. Daar hoef ik me ook niet mee bezig te houden, daar hebben we hartstikke goede mensen voor. Niet al onze 45 mensen werken overigens in witte jassen, we hebben ook mensen in dienst die zich bezighouden met wet- en regelgeving. Of iemand van buiten de sector Kiadis zou kunnen leiden? Ik denk dat dat moeilijk is.”


Wanneer gaat u alsnog naar de beurs?


“Ik stel die vraag met regelmaat aan onze bankiers. Het kan na de zomer zijn, maar ook volgend jaar. Het is onvoorspelbaar. We kunnen vrij snel het traject weer opstarten, maar dan moet het echt beter gaan op de beurs. Anders heeft het geen zin.”


Heeft Kiadis niet behoefte aan een grote, sterke partner?


“Voor het vermarkten van onze producten hebben we die niet nodig. We verkopen aan nog geen 200 transplantatiecentra in West-Europa en Noord-Amerika. Daardoor hoeven we niet een hele groep artsenbezoekers op te leiden. Dat is een unieke positie voor een klein biotechbedrijf zoals wij.”


Wat vindt het thuisfront van het vele reizen van u? 


“Dat heb ik goed opgelost met een au pair voor mijn drie kinderen van 7, 11 en 13 jaar. En ik ben geen dag langer weg dan noodzakelijk. De opa’s en oma’s zijn voor mij heel belangrijk geweest. Door hen kon ik altijd fulltime blijven werken.” 



U bent één van de weinige vrouwelijke ceo’s. Toch bent u niet actief bij een vrouwennetwerk als Women on Top.
Bouman lacht even: “Bij een beursgang was ik de enige vrouwelijke ceo op de AEX geworden (naast Nancy McKinstry van Wolters Kluwer, red.).” Dan, serieus: “Maar daar ben ik echt niet mee bezig. En het stimuleren van vrouwen aan de top? Dat zie ik mezelf op dit moment niet doen. Daar heb ik het ook te druk voor. Een vrouwennetwerk lost problemen als kinderopvang niet op.”

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief