Het zijn spannende tijden voor Azië. Twee keer eerder drukte een Aziatische tijger met veel bombarie een stempel op de wereldeconomie. Om vervolgens genekt te worden door een internationale crisis. Japan overleefde de oliecrises uit de jaren zeventig niet, Zuid-Korea ging ten onder aan de Aziatische financiële crisis eind jaren negentig. In China houdt men het hart vast: is het land in staat de huidige financiële crisis te overleven? De Chinese overheid bevindt zich op een keerpunt: zet ze een traditie voort of rekent ze af met deze Aziatische fobie?
Een korte opsomming: China was tot voor kort het land waar westerse bedrijven massaal naartoe trokken omwille van de lage lonen, een potentiële afzetmarkt van ruim een miljard kopers en andere kostenvoordelen die productie daar aantrekkelijk maakten. Het land zag de afgelopen jaren het aantal internationale bedrijven dat zich in steden als Sjanghai, Guangdong en Shenzen vestigde, in hoog tempo groeien. Maar lonen in China zijn niet meer zo laag als een paar jaar geleden, en de inflatie zorgde voor aanzienlijk hogere productiekosten. Die inflatie haalde China zichzelf op de hals door de grootschalige import van ruwe olie.
De internationale crisis betekende voor China weliswaar een kleine terugslag, maar het land is nog prima in staat te blijven groeien. En dat wil het ook graag. Terwijl andere landen wedijveren om groeicijfers van 2 of 3 procent, is dat van China voor het komend jaar nog steeds ruim 9 procent. Het land bevindt zich in een patstelling en het vraagt zich af of de crisis, naast een paar kleine problemen, niet vooral kansen biedt.
“Het tijdperk van freeriden is voor China voorbij, nu is het aan de Chinezen om de wereldeconomie een ander gezicht te geven”, zegt Will Hutton,auteur van onder meerThe writings on the Wall, over de relatie tussen China en het Westen. China kon de afgelopen decennia profiteren van de westerse honger naar goedkope producten, wat zorgde voor explosieve exporten en de daaropvolgende dynamische groei.
De crisis heeft deze rolverdeling veranderd. Nu de groei van de consumptie internationaal afvlakt, kan China niet meer alleen op export teren. Export als groeimiddel is zwaar geraakt door de inflatie en de wereldwijde afname van de consumptiegroei. “China zal een andere manier moeten vinden om groei te kunnen handhaven”, stelt Hutton.
Westerse bedrijven die in de problemen kwamen, deden een financieel beroep op investeerders uit China, India of het Midden-Oosten om het hoofd boven water te kunnen houden. China wil zijn invloed graag vergroten door internationale bedrijven over te nemen. De goedgevulde staatskas biedt daar zeker mogelijkheid toe.
Het lijkt de wereld op z’n kop: China richt zijn pijlen op het Westen, maar wordt dwarsgezeten door nationalistische sentimenten en strenge regelgeving. De Chinese expansiedrang botst op een muur van protectionisme. Westerse overheden zijn in deze tijd lang niet altijd enthousiast over de Chinese invloed. “Pure angst”, luidt Huttons analyse. “Als China wil profiteren van de westerse zwakheid en het beeld dat het Westen heeft van China moet het adequaat inspelen op de situatie.” Maar Hutton is sceptisch. Hij noemt de “sterk onderontwikkelde” Chinese kenniseconomie, die slechts 10 procent van het bruto binnenlands product voor haar rekening neemt, als voornaamste hindernis. “De nadruk van dé strategie van de 21ste eeuw zou moeten liggen bij kennis en innovatie. Op die gebieden faalt China jammerlijk.”
Chinezen zelf zijn positiever, maar zien ook obstakels. “De starheid van de economische structuur is een groot struikelblok”, zegt Shawn Xu, hoogleraar aan de Chinese Europe International Business School in Sjanghai. “De groei van China heeft te lang geleund op buitenlandse investeringen, waardoor de diensten- en innovatiesector achtergebleven is.” Zeker nu de concurrentiepositie op het gebied van export verslechtert, moet China volop investeren in de kennissector, stelt Xu. Daartoe zijn overnames van buitenlandse bedrijven uitermate functioneel. Xu: “Dit is hét moment om de economische én politieke structuur in het land om te gooien.” Immers, een politiek milder China zal het buitenland welwillender stemmen jegens China en zo kunnen lokale bedrijven zich gemakkelijker op overzeese continenten begeven. Op die manier zou China het Westen tot zijn freerider kunnen transformeren.
Als China de juiste stappen zet, kan het metterdaad het gezicht van de wereldeconomie veranderen. Tijd voor een wisseling van de wacht der freeriders? Of wordt China de derde Aziatische tijger die ten onder gaat aan internationale narigheid?
Auteur(s): Inge Abraham
Bron: FEM Business , jaargang 11 , nummer 27 , datum 5-7-2008
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business