Dat de Franse businessschool Insead uitstekend onderzoek produceert en Nyenrode en TiasNimbas in Tilburg goed draaien, komt door hemzelf, vindt Philippe Naert.
naam Philippe Naert functie decaan TiasNimbas locatie Kasteel Withof, Brasschaat
D eze week is hij elf jaar en negen maanden als decaan in dienst bij businessschool TiasNimbas Business School in Tilburg. “Daarmee is Tilburg nu mijn langste werkgever geworden”, zegt Philippe Naert. De Belg werkt sinds 1992 in Nederland, maar heeft al in meer landen gewerkt.
“Een week na ons huwelijk vertrokken mijn vrouw en ik naar de VS. Ik ging daar studeren. Na mijn promotie begon ik te werken aan het Massachusetts Institute of Technology. In 1973 keerden we terug. Het was buitengewoon leuk om in de VS te werken, maar je hebt nauwelijks een sociaal leven. Ik weet dat het een cliché is, maar het is geen leuk land om in te leven.”
Naert keerde terug naar België en begon in Antwerpen met het op poten zetten van een MBA-opleiding. Als thuisbasis koos hij Brasschaat en hij heeft het dorp nooit meer verlaten. “Mijn vrouw had hier een bedrijfje dat software leverde voor verzekeringsmakelaars. In 1975 hebben we ons huis gebouwd. Het was het tweede huis in de straat.”
Sinds die tijd is er veel veranderd en staat Brasschaat in Nederland inmiddels vooral bekend als een Nederlandse enclave bij de zuiderburen. Naerts eerste buren zijn Nederlanders. “Maar het valt wel mee met het aantal Nederlanders hier”, zegt hij terwijl de garçon van het restaurant Kasteel Withof – waar overigens in de voortuin, naast de Belgische, ook fier de Nederlandse driekleur wappert – in Brasschaat een ‘tasje koffie’ voor hem neerzet. “In feite zijn er niet zoveel Nederlanders in het dorp, 1.500 op een totaal van 37.000 inwoners. Maar ze vallen op omdat ze in clusters wonen.”
Hoewel hij er niet vaak komt – “vijf, zes keer per jaar, de laatste keer een paar maanden geleden, mijn vrouw en ik hebben hier ons 40-jarig jubileum gevierd” – is het restaurant Kasteel Withof geen onbekende voor Naert, die “maar 1.100 meter hiervandaan” woont.
“Dit was ooit het hoofdkantoor van Begemann Groep, van Joep van den Nieuwenhuyzen. Het is pas sinds enkele jaren een restaurant. De chef is dertien jaar souschef geweest in Het Hof van Cleve, een van de twee restaurants in België die drie Michelinsterren hebben. De nieuwe eigenaar, ik heb gehoord een Nederlander, wilde ook hier een sterrenstaurant van maken. Dat is hem gelukt, vorige week hebben ze hun eerste ster gekregen”, zegt hij voordat hij begint aan het voorafje, gemarineerde gamba’s met rode paprika en stukjes mandarijn.
In 1983 lokte weer een avontuur in de nieuwe wereld. “Ik kreeg een leerstoel aangeboden aan de University of California in Los Angeles. Maar de kinderen waren al groter en we bleven er niet lang. Het was, net als de eerste keer al in 1973, moeilijk terug te keren naar Europa. Het kwaliteitsverschil tussen de Amerikaanse en Europese universiteiten en businessschools is immens. In de VS worden vooral de business schools gerund als een bedrijf, niet als een ambtelijke instelling. Wat ik graag wilde is een combinatie van een topinstelling en de Europese levensstijl. Een oud-student van mij zei dat ik die combinatie kon vinden aan Insead in Fontainebleau.”
Dat bleek een schot in de roos. Naert beleeft in de VS “acht fantastische jaren.” Hoewel, verblijf, hij heeft er nooit gewoond. “Nee, ik bleef in Brasschaat wonen, wat vaak inhield dat ik een weekend-huwelijk heb gehad. Niet elke week. Ik heb niet veel slaap nodig, dat heb ik van mijn vader zaliger. Ik vertrok daarom regelmatig om vier uur in de ochtend met de auto richting Frankrijk. Zo ontweek ik de files op de Parijse Boulevard Périférique en was ik rond half acht, vaak als eerste, in Fontainebleau, 60 kilometer ten zuiden van Parijs.”
Het lange reizen en de langdurige afwezigheid gingen Naert na verloop van tijd echter steeds meer tegenstaan. “Dat is de reden waarom ik de Insead heb verlaten, niet omdat ik het daar niet naar mijn zin had. Net rond die tijd werd Universiteit Nyenrode geprivatiseerd. Die had een geweldige reputatie onder Nederlandse bedrijven, maar geen goed imago in de academische wereld. Daar moest ik wat aan doen.”
In de acht jaar die hij daar werkte, zag Naert het verlies van de universiteit dalen van 14 miljoen, toen nog gulden, naar 3 miljoen. “Neelie Kroes, destijds president van Nyenrode, wilde snellere groei om eerder uit de rode cijfers te komen. Dat kon wel, maar dan moest ik mijn normen verlagen. Bijvoorbeeld als zich voor een opleiding 360 kandidaten hadden aangemeld, niet 1 op 6 toelaten maar de helft. Daardoor zou het inkomen natuurlijk stijgen. Ik vond dat dat op lange termijn slecht zou uitpakken en wilde dat niet doen. Daarom ging ik weg.”
Naert vertrok naar Tilburg, waar aan de Universiteit van Tilburg (UvT) Tias Business School werd opgericht. “Er moest nog gebouwd worden, dat vond ik schitterend. Ik ben niet iemand om, zoals jullie in Nederland zeggen, op de winkel te passen. De UvT had geen sterk imago in het bedrijfsleven. Nu wel. Vorig jaar stond onze Executive MBA in de ranking vanFinancial Timesals nummer elf van de wereld en nummer vier van Europa.”
ING Bank betekende veel voor de jonge instelling. “Tias had geen reputatie, maar om een of andere reden geloofde ING in ons. Ze hebben ons verschrikkelijk veel geholpen. Vorig jaar was ABN Amro onze grootste klant, nu is dat Maxeda. Voor alle bestuursleden daarvan en de bedrijven die eronder hangen verzorgen wij opleidingen.”
“De Eredivisie is ongenaakbaar, maar TiasNimbas hoort wel thuis in de Eerste Divisie. Dan moet het wel internationaliseren en verder groeien. De omzet bedraagt nu 21 miljoen euro, binnen vier jaar moet dat naar 40 miljoen. Hoe? Naast organische groei zie ik mogelijkheden in verdere consolidatie in Nederland. Met Wageningen of Twente samengaan bijvoorbeeld. Daarnaast zijn er mogelijkheden in België. In Brussel bijvoorbeeld, voor de aanzienlijkeexpat community. En Duitsland is ook een grote markt. Wij zijn in vergevorderde gesprekken over een samenwerking met de Jacobs Universität in Bremen.”
Naert is lovend over Tilburg. “Die universiteit heeft een prachtig gebouw neergezet voor ons, de faciliteiten zijn net zo goed als die op Harvard. Maar het is niet ondenkbaar dat TiasNimbas, sinds 2001 een zelfstandige BV, ooit die stad verlaat. Tilburg is geen plus. Utrecht zou op termijn beter zijn, die stad is veel meer internationaal. Dat is ook de reden waarom we onze fulltime MBA in Utrecht aanbieden.”
Dat alles verandert niet dat ‘Tilburg’ “al bijna twaalf jaar mijn hoofdactiviteit is, hoewel ik nog veel meer dingen doe. Zo ben ik commissaris bij enkele Belgische bedrijven.”
U werkt al vijftien jaar in Nederland. Waarom bent u geen commissaris bij een Nederlands bedrijf?
“Dat is vreemd. Ik ben een keer gevraagd, door wat nu winkelketen We is, maar ik heb nee gezegd, omdat ik ook C&A adviseerde, de concurrent. Ik ben meer geïntegreerd in België. En (lachend, red.) ik zit niet in het old boys network, dat is een handicap.”
Hoe is een commissariaat bij een Belgisch bedrijf anders dan bij een Nederlands bedrijf?
“In België kennen de meeste bedrijven eenone tierbestuurssysteem, waarbij dus het bestuur en de commissarissen niet gescheiden zijn. Op die manier ben je als commissaris meer betrokken bij het bedrijf, in Nederland is er meer afstand.”
Is dat een voordeel of een nadeel?
“Een commissaris in België vergadert al snel tien tot twaalf keer per jaar. Hoog op de agenda staan dan altijd de maandresultaten. Je hebt dus veel meer met korte termijn te maken. Ook ben je tegelijkertijd bestuurder en toezichthouder, dat kan lastig zijn. Het voordeel van het Nederlandse systeem is dat de commissaris, door de afstand van het bedrijf, naar de belangen van alle stakeholders kan kijken.”
U bent commissaris bij de KBC bank. Heeft u last van de financiële crisis?
“De crisis zal wel even duren. Voor veel banken, zoals KBC, zijn de echte risico’s zeer klein. Maar omdat de producten waarin de slechte leningen zitten niet te verhandelen zijn, is er ook geen prijs. En dan schrijven de boekhoudregels voor dat de banken dat moeten verwerken in de resultatenrekening.”
“Hoewel het risico zeer klein is en de banken die producten niet eens willen verkopen, moeten ze voor tientallen miljoenen euro’s afboeken. Dat is aan analisten wel uit te leggen. De buitenwereld echter hoort dat de risico’s klein zijn, maar ziet enorme bedragen afgeboekt.”
U verlaat volgend jaar TiasNimbas. Wat gaat u dan doen?
“Ik zal als commissaris doorgaan. En ik word decaan van de Duisenberg School of Finance. Ik ga niet elke dag in de files naar Amsterdam rijden, een chauffeur zal me brengen.”
En in de vrije tijd?
“We hebben twee kleinkinderen, van vierenhalf jaar en zes maanden. Ze komen vaak bij ons. Daarnaast houden mijn vrouw en ik veel van klassieke muziek en opera. We gaan elk jaar naar de Salzburger Festspiele. Dan zien we een paar opera’s en concerten in een paar dagen. Ook gaan we een paar keer per jaar naar Parijs, met elke avond een opera op de agenda.”
Bestaat België volgend jaar nog?
“Het is een groot misverstand dat de Vlamingen niet solidair zijn met de Walen. Die solidariteit mag alleen niet gedwongen zijn. Op een bepaald moment zal men tot rede komen. Aan het einde van de dag is het maar een kleine groep die België graag uiteen ziet vallen.”
edin.mujagic @reedbusiness.nl
Auteur(s): Edin Mujagic
Bron: FEM Business , jaargang 10 , nummer 50 , datum 15-12-2007
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business