'Indiërs eten geen augurk'/ NL-China

In de schappen van de supers staan niet langer de potjes augurk van Uyttewaal, made in India. Alleen de naam van de super staat op het etiket.

SDLqWe doen wat de klant wil”, zegt Peter Uyttewaal (57). Het eigen merk is verdwenen. In 1989 werd het verkocht aan het beursgenoteerde Albert Fisher in Engeland. Vervolgens kwam het in Duitse handen: Kühne Gurken. Vader Uyttewaal liet in de begintijd halffabrikaten uit Sri Lanka en India komen, zoetzure mini-augurken die in grote plastic vaten arriveerden en in Nederland in potten werden gedaan.


Peter Uyttewaal is een telg uit het familiebedrijf waarvan de naam decennialang bekend was. Hij werkte tot 1997 als directeur in Britse dienst, ontmoette in India een Amerikaanse collega met 30 jaar ervaring en besloot samen met hem een fabriek op te zetten. Een businessplan was snel gemaakt. Hun bedoeling: één productielijn middenin het teeltgebied. En waar anders dan in het uiterste zuiden kun je vier keer per jaar oogsten? Dus werd het Tamil Nadu, de zuidelijkste deelstaat, nabij de stad Madurai. Hier werken nu 400 mensen, merendeels vrouwen, aan de lopende band in drie ploegendiensten van acht uur. Zes dagen per week. Op een nationale feestdag zoals diwali krijgen ze vrij. “Bij de bouw bepaalde de aannemer, een gelovige hindoe, dat de fabriek in een bepaalde stand moest staan ten opzichte van de sterren. We mochten alleen op een speciaal uitgekozen dag beginnen.”

“Indiërs eten zelf geen augurk,” vertelt Uyttewaal, “maar ze verbouwen alles.” Bij verzamelpunten op het platteland van Tamil Nadu leveren zo’n 2.000 keuterboeren de geoogste augurken af, in alle soorten en maten, genoeg voor drie containers vol met 20.000 potten per dag, 1.000 containers per jaar. Ze krijgen 11 à 12 roepies per kilo, de gemiddelde marktprijs, omgerekend zo’n 20 eurocent.

De boeren schakelen ook hun kinderen in bij het plukken van de augurken. Uit pure armoede. Om deze kinderarbeid enigszins te ontmoedigen, heeft Uyttewaal met zijn vrouw een kinderdagverblijf opgezet in Nilakkottai. Circa 40 peuters krijgt er drie maaltijden per dag. Als ze 9, 10 of 11 jaar zijn, worden ze van school gehaald. “Daarom geef ik boeren met kinderen van die leeftijd een kleine toelage. Om hun kroost toch op school te houden. Je bent wel verplicht wat te doen voor de lokale bevolking.”

“In omliggende dorpen is gevraagd om ook zo’n peuterspeelzaal”, vervolgt hij. En mijn personeel wil een hindoetempel op het fabrieksterrein. Maar dat doe ik niet. Werk en privé moet je scheiden. Ik let niet op religie of kaste. Het gaat om de prestaties.”

Uyttewaal organiseert wel twee keer per jaar een oogkamp, waar zo’n 600 Indiërs uit de omgeving op oogziekten worden onderzocht door artsen uit Madurai. Zo’n 50 patiënten per keer worden eruit gepikt. Zij ondergaan direct een staaroperatie in de stad.

Uyttewaals omzet beloopt 7 à 8 miljoen euro. Vijf keer per jaar reist hij naar India. Vaker hoeft niet. Een Sri Lankaans-Duitse directeur, geboren in Engeland, runt de zaak bij zijn afwezigheid met een team van acht managers, onder wie twee vrouwen.

“India is deel van mijn leven geworden”, zegt Uyttewaal. Het land zal de komende tien jaar topleverancier van augurken blijven. Maar de totale vraag in de wereld neemt niet langer toe en de roepie stijgt alsmaar in waarde. “We zullen op den duur de prijs moeten verhogen”, zegt hij. “Dat zal C1000 en andere supers slecht uitkomen, juist nu ze in een prijzenslag zijn verwikkeld.”

Willem Offenberg

NL-China


Willem Offenberg

Dit is de vijfde aflevering van een zevendelige serie over kleine en middelgrote Nederlandse bedrijven die werk uitbesteden in India. De reeks NL-China, over investeren in de Volksrepubliek, ging eraan vooraf. Van investeerders in Azië kiest 42 procent voor China en 32 procent voor India. India heeft een voorsprong op gebied van ICT en men spreekt er beter Engels. Infrastructuur en bureaucratie belemmeren vooralsnog een grotere economische groei (prognose voor 2007: 8 tot 10 procent) dan in China (11 procent). Beide opkomende reuzen lijden aan dezelfde ontwikkelingskwalen: corruptie, milieuvervuiling, sociale onrust.

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief