Wie in Nederland een businessopleiding wil volgen, kan op vele plaatsen terecht, zo blijkt uit onze inventarisatie vanexecutive educationin Nederland. Het aanbod van opleidingen is indrukwekkend groot. En dat is precies het probleem.
Het aanbod is groot, de kwaliteit van een redelijk niveau, maar waar het in Nederland aan ontbreekt is een business school die zich kan meten met Insead in Parijs, IMD in Lausanne, de London Business School, of Esade in Barcelona. Uit de vele vergelijkingen van MBA’s die worden gepubliceerd, komt Nederland er maar bekaaid af. De Rotterdam School of Management scoort meestal het hoogst, maar komt in de top-30 niet voor. Het aantal buitenlandse studenten dat een Nederlandse businessopleiding wil volgen, is daarom internationaal gezien laag.
De oorzaak van dat probleem ligt in het gebrek aan focus in het Nederlandse onderwijssysteem. Voor buitenstaanders maakt het Nederlandse hoger onderwijs een onoverzichtelijke, versnipperde indruk. Universiteiten, hogescholen en de hbo-leerfabrieken lijken alles een beetje te doen. In hun jacht op studenten, en dus overheidsgeld, verzinnen ze om de haverklap modieuze nieuwe opleidingen. Studenten worden niet aangemoedigd om in termen van werving van relevante kennis te denken, maar al dan niet bewust gestimuleerd zich te concentreren op het behalen van studiepunten.
Hoewel de typische businessopleidingen zich onderscheiden van de wat meer theoretische opleidingen van de universiteiten en hogescholen, ondervinden ze ook uit die hoek meer concurrentie. Maar de zwaarste concurrentie komt van over de grens in de vorm van topscholen. Dat realiseren de business schools zich ook, zo blijkt uit de oprichting van de Dutch Association of University Business Schools in juli. Initiatiefnemer Ivo Matser zegt in het interview op pagina 36 dat de scholen een rol willen blijven spelen tussen de toonaangevende Europese business schools. “Daarvoor moet je samenwerken. Als je niets doet, red je het niet. Alleen verword je tot een regionaal instituut.”
Het is een lofwaardig initiatief, maar de vraag is of het voldoende is om het kwaliteitsprobleem op te lossen. Een echte keuze durven de business schools – die er zelf bij hun studenten steeds op hameren dat bedrijven zich moeten focussen – kennelijk niet te maken. De top blijft op die manier buiten bereik, hoe uitstekend de bedoeling waarmee er wordt samengewerkt ook moge zijn.
Als de business schools zelf niet in staat zijn om het besluit te nemen om een Nederlands Insead, Harvard of Wharton op te richten, dan moet het bedrijfsleven dat zelf doen. De overheid zou daarbij een rol kunnen spelen door universiteiten en hogescholen te dwingen zich meer te specialiseren. Zo’n nieuwe topschool biedt ook de oude business schools nieuwe kansen. In plaats van min of meer dezelfde middelmatige curricula aan te bieden, kunnen ze in hun specialisme de beste ter wereld worden.
arne.van.der.wal @reedbusiness.nl
Auteur(s): Arne van der Wal
Bron: FEM Business , jaargang 10 , nummer 37 , datum 15-9-2007
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business