Europese Unie: Fjorden en geiserswillen geen pottenkijkers

De Europese Unie wil zeer graag bij hebben, maar Noorwegen en IJsland peinzen er niet over. De economieën aan de ijskoude rand vanEuropa draaien prima en wensen geen bemoeienis van Brussel.

In 2006 riep de VN Noorwegen en IJsland uit tot de twee beste landen ter wereld om in te wonen. Dat dit geen eendagsvlieg is, bewijzen de archieven van het VN Human Development Index rapport waarin de VN deze conclusie trekt. Hierin staat Noorwegen sinds 2000 soeverein aan kop. IJsland daalde alleen in 2004 naar een zevende plek, maar heeft sindsdien de tweede positie stevig in handen.

De VN kijkt naar ruim 100 indicatoren, van inflatie tot het aantal tuberculosegevallen. Noorwegen en IJsland scoren uitstekend. Wie bijvoorbeeld de ranglijst van het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd bekijkt, ziet dat beide staten tot de rijkste landen ter wereld behoren. De gemiddelde Noor is ruim 50 procent rijker dan de gemiddelde inwoner van de Europese Unie (EU).

Hoe anders was het drie decennia geleden toen Noorwegen vooral een land van boeren en vissers was en het jaloers naar de rest van het continent keek. Totdat uit de zeebodem voor de ruige Noorse kust zwarte vloeistof begon te lekken. En alsof dat niet genoeg was, ontsnapte er ook wat gas, dat de Noren naar de enorme gasbellen leidde. Door de gevonden rijkdom veranderden de vindingrijke Noren van de ene op de andere dag van vissers en boeren in Europese oliesjeiks, olievakmannen en adviseurs.

De regering in Oslo koos de weg van het kapitalisme met een stevig sociaal gezicht. De Noorse overheid is in alle lagen van de samenleving aanwezig. Zo is de cruciale oliesector staatseigendom. De lasten voor burgers en bedrijven zijn er relatief hoog. Eén liter euro super 95 behoort in Noorwegen en IJsland tot de duurste ter wereld. Alleen Turkije is duurder, blijkt uit onderzoek van het Duitse bureau GTZ. En Oslo heeft vorig jaar niet voor niets de twijfelachtige eer van Tokio overgenomen als duurste stad ter wereld. Wie de Noorse hoofdstad de afgelopen jaren heeft bezocht, zal zich niet zozeer de mooie oude gebouwen herinneren, maar vooral de torenhoge rekening voor twee cappuccino’s.

Slapeloze nachten

De voornaamste reden dat Oslo de duurste stad ter wereld is, is de snelle economische groei in Noorwegen. Sinds 2004 bedroeg die bijna 4 procent per jaar, en de vooruitzichten voor de komende jaren zijn goed. Door die hoge groei is er veel vraag naar alles wat mensenhanden kunnen maken. Die hoge vraag vertaalt zich weer in hoge prijzen. Dat geldt ook voor onroerend goed. De procentuele stijging van de prijzen meten de Noorse statistici al jaren met dubbele cijfers.

Dat de Noorse economie al jaren uitstekend draait, is voor een groot deel te danken aan de sterke groei van de wereldeconomie in de afgelopen jaren. Daardoor is de vraag naar en de prijs van allerlei grondstoffen, waaronder de belangrijkste grondstof, olie, fors gestegen. De olie- en gassector is goed voor ruim een kwart van de Noorse economie en voor eenderde van alles wat Noorwegen uitvoert. Noorwegen behoort daarmee tot de grootste olie-exporteurs ter wereld. Alleen Rusland en Saoedi-Arabië verkopen meer olie aan buitenlanders.

Die hoge economische groei is een van de redenen waarom een groot aantal Noren geen slapeloze nachten krijgt van het feit dat er geen ‘Europese Unie’ op hun paspoort staat. Terwijl ze het wél ijverig hebben geprobeerd. Voordat Noorwegen een oliestaat werd, eind jaren zestig, klopte het land namelijk twee keer op de Brusselse deur. Maar zowel in 1962 als in 1967 zeiden de Fransen onder de leiding van generaal Charles de Gaulle nee tegen de toetreding van Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk.

De Noorse regering gaf echter niet op en jaren van moeizame onderhandelingen volgden. Uiteindelijk kwamen de EU en Noorwegen er in 1972 uit. Maar de Noren waren inmiddels rijk geworden en de Europese arrogantie van enkele jaren eerder beu. Het was hun beurt om de avances van Brussel af te wijzen. Op 25 september stemde 53,5 procent van de Noren in een referendum tegen toetreding. Op 28 november 1994 volgde een tweede poging. Weer was meer dan de helft, 52,2 procent, tegen. Noorwegen bedankte nogmaals voor de eer.

Visserij

Een van de argumenten van de tegenstanders is dat de Noorse economie structureel verschilt van de andere Europese economieën. De Noorse economie leunt vooral op olie, gas en visserij, terwijl de Europese economieën relatief zwaar op industrie leunen. Daarnaast zijn er redenen van historische aard. Noorwegen is relatief jong: het is sinds 1905 onafhankelijk. Daarvoor was het altijd bezet, door Denen of Zweden. En door de uitgestrektheid – meer dan de helft van het land ligt boven de poolcirkel – is het traditioneel aangewezen op lokale gemeenschappen. Voor veel Noren op het platteland is Oslo al ver weg, laat staan Brussel.

Toch lijkt Noorwegen langzaam maar zeker richting Brussel op te schuiven. Inwoners van het platteland en mensen die in het noorden wonen, zijn traditioneel tegen toetreding. In 1994 stemde het in het zuiden gelegen Oslo met een overweldigende meerderheid voor toetreding. Het was echter de enige regio waar de voorstanders feest konden vieren. Maar door de snelle economische groei verstedelijkt Noorwegen snel. En daardoor strijkt een steeds groter deel van de bevolking in het zuiden van het land neer. Daarmee neemt het aantal voorstanders van toetreding tot de EU toe. Verschillende peilingen wijzen uit dat er sinds een paar jaar in Noorwegen iets meer voor- dan tegenstanders te vinden zijn.

Vikingen

Hoe anders is het 970 kilometer verderop, op IJsland. Onder de nazaten van de Vikingen is slechts sporadisch sprake van iets wat op een debat lijkt over toetreding tot de EU. ‘Ons beleid is niet om in de nabije toekomst lid te worden. Wij zijn die mogelijkheid niet eens aan het bestuderen’, zei de IJslandse minister-president Geir Haarde vorig jaar.

Haarde verwoordt daarmee de mening van een ruime meerderheid van de IJslanders. De redenen komen sterk overeen met die van de Noren. In 1990 was IJsland een zwaar gereguleerde en volledig van visserij afhankelijke, arme economie. Net als de Noorse is de IJslandse economie echter in de jaren negentig snel gegroeid. Tegenwoordig is het een van de welvarendste landen ter wereld, waar werkloosheid een bijna onbekend fenomeen is, en de kwaliteit van het onderwijs en de zorg zelfs bij de Scandinavische buren tot jaloezie leiden.

De economische opstanding werd aangedreven door de snelle groei van de kredietverlening en hoge investeringen van buitenlandse bedrijven in aluminium-smelters en water- en geothermische energie. De IJslandse bedrijven maakten ook zelf gebruik van de economische bloei. Ze leenden veel geld in het buitenland, omdat de rente er lager was, en kochten het ene na het andere bedrijf op, vooral in Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Zo zijn vele Britse warenhuizen zoals Woolworths en House of Fraser, voetbalclub West Ham United en de ook in Nederland actieve reisorganisatie Kilroy Travel International in IJslandse handen. Inmiddels hebben de IJslandse bedrijven meer dan 100.000 mensen in dienst buiten IJsland, ruim 70 procent daarvan in het Verenigd Koninkrijk.

Veel IJslanders zien niet in wat het voordeel van toetreding voor hun land zou zijn. Net als Noorwegen is IJsland lid van de Europese Economische Ruimte. Die is opgericht door de EU om een aantal niet-leden te laten profiteren van de gemeenschappelijke markt. Dankzij dat lidmaatschap heeft IJsland al 90 procent van alle voordelen van de EU. Omdat de IJslandse economie voor ongeveer driekwart op visserij en aanverwante sectoren is gebaseerd, zou het land niet van de Europese landbouwsubsidies profiteren.

Tegelijkertijd zijn de bewoners ervan overtuigd dat hun land veel zou verliezen door het lidmaatschap. ‘Het belangrijkste argument tegen toetreding is het Europese Visserijbeleid’, zegt Haarde. ‘Als IJsland lid zou worden, zou de macht over de visserij naar Brussel worden verplaatst. Zelfs als de eurocommissaris voor die zaken een IJslander is, kan hij of zij niets doen gegeven het beleidskader van de EU. Dat hele idee is onacceptabel voor IJsland. Wij wensen de EU succes en hopen dat de Unie in alles waar ze naar streeft slaagt. Maar er zijn geen belangrijke redenen voor IJsland lid te worden.’Het IJslandse bedrijfsleven is overigens wel voor toetreding. Niet uit liefde voor Europa, maar omwille van de wisselkoersstabiliteit. De stormachtige economische groei op IJsland heeft namelijk ook voor problemen gezorgd. Omvangrijke investeringen uit het buitenland en veel leningen die IJslandse bedrijven en banken elders zijn aangegaan, hebben geleid tot een fors tekort op de lopende rekening, van bijna 30 procent van het bbp. Dat is lichtjaren verwijderd van de grens van ongeveer 6 à 7 procent die economen als ‘onhoudbaar’ bestempelen.

Flitskapitaal

Doordat de werkloosheid een nagenoeg onbekend fenomeen is en er te veel geld in omloop is, is de inflatie torenhoog. Daardoor moest de centrale bank de rente aantrekken van 5,3 procent medio 2004 naar 14,25 procent nu. Het verschil met de eurozone (4 procent rente), de VS (5,25 procent) en Japan (0,5 procent) is zo aantrekkelijk voor beleggers, dat IJsland de spil is geworden in het modernste spel op de financiële markten:carry trade. Beleggers lenen daarbij in landen met lage rente en zetten dat geld uit in landen waar ze hoge rendementen tegen een acceptabel risico kunnen behalen, zoals op IJsland. Zelfs na de kredietverlaging van ratingbureau Fitch in 2006 van AAA naar AA-, kunnen beleggers grote winst behalen.Het gevaar schuilt juist in dat zogeheten flitskapitaal, het geld dat in een mum van tijd een land weer kan verlaten. De economen van ING menen dat de hoge rente en het vertraagde effect van de sterke IJslandse kroon later dit jaar en begin 2008 voor een recessie kunnen zorgen.

Maar IJsland weet maar al te goed wat er kan gebeuren als beleggers wereldwijd meer rekening gaan houden met dat risico. Het land kreeg vorig jaar al een voorproefje. Toen de Japanse centrale bank de rente voor het eerst in tijden verhoogde en er enige onzekerheid in de financiële markten kroop, trokken beleggers veel geld uit IJsland. Ze verkochten massaal de IJslandse aandelen en obligaties en dumpten de IJslandse kroon. De munt verloor in twee maanden tijd ruim 20 procent van zijn waarde. De inflatie schoot omhoog naar 9 procent.

Maar een kortstondige recessie of niet, het is een redelijk veilige gok dat IJsland en Noorwegen volgend jaar weer de beste landen ter wereld zullen zijn om in te wonen. En dat de EU met twee ruwe diamanten blijft zitten, die maar niet onder de Brusselse slijpsteen willen komen. Pas als de Noorse oliebronnen opdrogen en de wateren rond IJsland helemaal zijn leeggevist, zullen beide landen bij Brussel aankloppen.

Kader bij artikel:

PASPOORT

Noorwegen

• Oppervlakte: 385.199 km2

Inwoners: 4,7 miljoen

Hoofdstad: Oslo

Werkloosheid: 2,7% (2006: 3,5%)

bbp per hoofd: ca. 56.000 euro

IJsland

• Oppervlakte: 103.000 km2

• (80% onbewoond of haast onbewoonbaar)

Inwoners: 309.700

Hoofdstad: Reykjavik

Werkloosheid: 2% (2006: 2,9%)

bbp per hoofd: ca. 43.000 euro

Oppervlakte Nederland: 41.526 km2

Inwoners Nederland: 16,5 miljoen

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief