Voordat Peter Chall, topman van Advanced Laser Separation International (ALSI), gaat uitleggen wat zijn bedrijf precies doet, vraagt hij zijn bezoek meestal eerst naar de kennis van de chipindustrie. “Het blijft lastig om mensen duidelijk te maken wat we doen, zelfs onze financiers.” De vorige keer dat hij investeerders om nieuw kapitaal vroeg, nam hij een enorme reep melkchocolade mee. “Op die reep hadden we blokjes witte chocolade gelegd. Daarna sneden we de reep met een elektrisch mes in kleine stukjes”, vertelt Chall.
De reep melkchocolade moest een plak silicium voorstellen, de schijf waarop lithografiemachines met fotografische precisie miljarden transistoren etsen. De witte chocoladeblokjes waren de chips die op die manier waren ontstaan. En daarna kwam de techniek van ALSI om de hoek kijken: het elektrische mes. De machines van het bedrijf uit Beuningen kunnen de plak silicium met een laser genadeloos efficiënt in afzonderlijke chips snijden. Tot voor kort gebeurde dat nagenoeg uitsluitend met een zaag. Een bewezen techniek, maar door de breedte van het zaagblad gaat een deel van de plak silicium verloren. En dat doet pijn, in een sector die het moet hebben van hoge volumes en efficiency.
Lastig
De revolutionaire lasertechnologie van ALSI werd ontwikkeld binnen Philips Semiconductors, dat haar jarenlang uitsluitend intern gebruikte om efficiënter te kunnen produceren dan de opkomende Aziatische spelers. “Daardoor konden ze tien jaar langer actief blijven in de massamarkt voor dioden en transistoren”, zegt Chall.
De Duitser werd uiteindelijk Philips Semi binnengehaald om het onderdeel op te doeken, omdat het toch niet meer kosteneffectief was om de onderdelen zelf te maken. Chall was direct de indruk van het zaagproces en wilde het graag buiten Philips verder ontwikkelen. En dat was nog best lastig. “Net als bij ons grote voorbeeld ASML had Philips wel de techniek ontwikkeld, maar wilden ze er niet in investeren. Niemand van het management van Philips Semiconductors zag de potentie. Het is een gevecht van meer dan een jaar geweest om iemand te spreken te krijgen voor een buy-out.”
Na de spin-off in 2001 fourneerden venture capitalist Residex, het Duitse private- equityfonds Capiton en Economische Zaken via het Technische Ontwikkelingskrediet de benodigde investeringen. Inmiddels heeft ALSI vier klanten in Amerika en met Siemens-dochter Osram één in Europa. Osram gebruikt de machines van ALSI voor de productie van led’s, lichtgevende dioden.
Bij de productie van led’s en antennes voor mobiele telefoons worden wereldwijd nu voornamelijk machines van ALSI gebruikt, zegt Chall. Het snijden van wafers voor processors en geïntegreerde systemen in pc’s wordt echter nog grotendeels met een traditionele zaag gedaan. “Tot voor kort had het eigenlijk weinig zin om daarbij een laser te gebruiken. De winst die je zou behalen, zou te klein zijn. Maar tegenwoordig worden chips steeds meer op elkaar gestapeld. En die kun je niet meer zagen”, zegt Chall._ALSI werkt, samen met Samsung, al enige tijd aan het prototype van een lasermachine voor dat soort chips. Chall schat de markt voor die machines, inclusief onderhoud, op 1 miljard dollar per jaar. Zaak is wel om snel te zijn. Het Japanse Disco levert traditioneel ruim driekwart van alle zaagmachines aan chipproducenten. De Japanners vertelden hun klanten jarenlang dat het proces van ALSI niet deugde. Ondertussen werkten ze zelf echter ook aan een laserzaag. Sinds kort staat er een Disco-machine bij ALSI-klant en led-producent Osram.
Volgens Chall heeft concurrent Disco het voordeel dat het een gevestigde naam is in de industrie en de eigen machines kan testen in de fabrieken van zijn klanten. “Dat is een kritisch punt in de sector: de chipindustrie is hightech, maar ze willen alleen bewezen technologie gebruiken in hun processen.”
ALSI probeert in die markt in te breken, maar daarbij is een revolutionaire techniek alleen misschien niet voldoende. “Het kan wel drie jaar duren voor een machine bij een klant staat. Als je de time to market mist, ben je weg. Dat is een risico als je klein bent.”
Chall hoopt zijn prototype over zo’n twee jaar af te hebben en de benodigde financiering van zijn investeerders los te krijgen. “Die bereidheid is er wel. Als we dan over een à twee jaar een werkend prototype hebben, kunnen we aan een beursgang denken. Want we willen het liefst zelfstandig blijven.”
Auteur(s): Ivo Bokkerink
Bron: FEM Business , jaargang 10 , nummer 11 , datum 17-3-2007
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business