Slovenië: Eurozone krijgt dertiende lid

De eerste uitbreiding van de eurozone heet Slovenië

Op 1 januari vierde de Sloveen feest omdat hij voortaan de euro mag gebruiken. Maar de Sloveen is tegelijkertijd bang. Hij vreest een golf van inflatie doordat winkeliers de prijzen naar boven gaan afronden.

Met de komst van de euro krijgt elke volwassen Sloveen met zijn vierde munt te maken. Voor 1991, toen het land deel uitmaakte van Joegoslavië, had het de Joegoslavische dinar. In oktober 1991, toen het zelfstandig werd, gaf de regering de lipa uit. Die munt moest de periode overbruggen tot de invoering van het eerste echte Sloveense geld, de tolar, die eind 1992 een feit was.

Het is de eerste keer sinds de introductie van de euro in 2002 dat de eurozone uitbreidt. Alle lidstaten van de EU, uitgezonderd het Verenigd Koninkrijk en Denemarken, zijn verplicht de euro in te voeren wanneer ze aan alle voorwaarden voldoen. Zo mag een aspirant-lid geen begrotingstekort van meer dan 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) hebben. De staatsschuld mag niet hoger zijn dan 60 procent van het bbp en de eigen munt moet minstens twee jaar in een nauwe band ten opzichte van de euro hebben gezeten. Daarnaast mag de lange rente niet meer dan 2 procent hoger zijn dan de gemiddelde rente in de drie landen met de laagste inflatie. Tot slot mag de inflatie maximaal 1,5 procent hoger zijn dan het gemiddelde van de drie landen met de laagste prijsontwaarding. Het Verenigd Koninkrijk en Denemarken hebben een zogeheten opt-out clausule bedongen in Brussel. Zij mogen zelf bepalen of en wanneer ze op de euro overgaan.Begin vorig jaar meenden Slovenië en Litouwen aan die voorwaarden te hebben voldaan. De Europese Commissie, die dat moest beoordelen, gaf alleen Slovenië het groene licht. Litouwen had een iets te hoge inflatie en kreeg nul op het rekest.

Dat Slovenië rijp is bevonden voor de euro en als enige nieuwe lidstaat bijna net zo rijk is als lidstaat Portugal, betekent echter niet dat het met de economie van het kleine land goed zit. Slovenië heeft nog veel hervormingen door te voeren, meent Filip Keereman van het directoraat-generaal economische en financiële zaken van de Europese Commissie. Neil Shearing, emerging markets econoom van Capital Economics, vindt dat ook. “Slovenië lijkt een voorbeeld voor de andere Oost-Europese leden van de EU, maar is dat niet”, zegt hij. “De Sloveense economie is behoorlijk rigide.” Zo controleert de regering bijna 15 procent van de prijzen van goederen en diensten die in het consumptiemandje van het statistische bureau zitten. Daarnaast is de omvang van de publieke sector, met ongeveer 40 procent van het bbp, aan de hoge kant.

In een profielschets van de Sloveense economie van juli vorig jaar stelde de Europese Commissie dat ‘de publieke sector nog steeds zwaar aanwezig is in sectoren als telecom, staalindustrie en bank- en verzekeringswezen’ en dat ‘de staat indirect of direct controle wil houden’ in belangrijke sectoren. ‘Een deel van het probleem is de onwilligheid van Slovenië om controle over belangrijke sectoren over te laten aan buitenlandse investeerders.’ Tekenend is dat het land meer investeert in het buitenland dan dat het buitenlandse investeringen aantrekt. Dat is ongebruikelijk voor een land uit Oost-Europa.

Tot overmaat van ramp is het land niet bijzonder aantrekkelijk om er zaken te doen. Op de lijst Doing Business 2006 van de Wereldbank komt het niet verder dan nummer 61. In 2005 stond het op nummer 52. Het duurt lang voordat een bedrijf kan worden opgericht, en eenmaal opgericht krijgt het te maken met veel administratieve lasten en hoge belastingen. Daarnaast is de arbeidsmarkt inflexibel. Het is in Slovenië duurder iemand aan te nemen of te ontslaan dan in veel andere EU-landen.

Shearing van Capital Economics concludeert daarom dat een groeivertraging in de eurozone of toenemende internationale concurrentie de lakmoesproef zal zijn voor Slovenië. In theorie kan een land een groeivertraging in de belangrijkste handelspartner opvangen door de eigen munt te devalueren en de rente te verlagen. Bij een zwakkere valuta worden eigen exportproducten goedkoper en een lagere rente kan de economie dan op korte termijn redden.

Nu Slovenië deel is van de eurozone, kan dit niet meer. De Europese Centrale Bank en niet de Sloveense centrale bank bepaalt de rente. Een eventuele aanpassing zal via prijs- en loonveranderingen moeten gaan. Shearing: “Dat de Sloveense economie niet flexibel is, kan op den duur voor problemen zorgen.”

Kader bij artikel:

PASPOORT SLOVENIË

Inwoners 2 miljoen

Hoofdstad Ljubljana

Oppervlakte 20.273 km2 (NL: 35.054 km2 )

Groei bbp in ‘06 4 procent

Bbp per capita e 13.680 (in ‘05)

Inflatie 2,4 procent (in ‘06)

Werkloosheid 6,4 procent (in ‘06)

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief