De meeste politici en centrale bankiers roepen steevast dat ze groot voorstander zijn van een keiharde munt. Vandaar dat de uitspraken van Toshihiko Fukui, president van de Japanse centrale bank, en de minister van financiën, Sadakazu Tanigaki, nogal wat verbazing wekten. Zij zeiden zaterdag in Londen geen problemen te hebben met de 15 procent die de yen dit jaar verloor op de dollar.
De valutamarkten reageerden onmiddellijk: de yen daalde tot zijn laagste koers tegenover de dollar in 32 maanden. Waarschijnlijk zal de yen in 2005 zijn grootste jaarverlies ten opzichte van de dollar lijden sinds 1979.
De argumentatie van de twee Japanse gezagdragers klinkt overtuigend. Ze vinden dat de huidige verhouding tussen beide munten een goede weergave is van de krachtsverhouding tussen de twee economieën.
Zo kan er tegenaan worden gekeken, maar het feit dat Japan voor het eerst sinds lange tijd de economie weer overtuigend ziet groeien zal zeker ook meespelen. Het laatste wat Fukui en Tanigaki willen, is de herstellende exportsector in de problemen brengen door een oplopende yenkoers.
Het is een bekende strategie. De pre-euro Italianen hadden er een handje van. En ook de Verenigde Staten hebben in het recente verleden soms de indruk gewekt een dalende dollarkoers best een mooi middel te vinden om de export een stimulans te geven. Het lijkt een makkelijke manier om de concurrentiepositie op te krikken. Het probleem is alleen dat het een stuk makkelijker is om het vertrouwen van de financiële markten te verspelen dan het is om dat vertrouwen weer terug te winnen.
Auteur(s): Peter Hendriks
Bron: FEM Business , jaargang 8 , nummer 49 , datum 10-12-2005
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business