Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) kreeg deze week een storm van kritiek over zich heen omdat het de pensioenpremie substantieel verlaagd. Terecht, want het fonds geeft hiermee een misleidend signaal af dat zijn financiële positie voldoende verbeterd is, en dat de ‘pensioencrisis’ in Nederland op haar eind loopt.
Het ABP kampt echter nog steeds met een reservetekort. De dekkingsgraad is te laag om de gepensioneerden een volledige inflatiecorrectie te gunnen en de aanspraken van de werkende ambtenaren te indexeren. Op de dekking wordt beknibbeld, hetgeen de waarde van de pensioenen geleidelijk uitholt. Deelnemers krijgen de belofte dat de indexatieachterstand later weer weggewerkt wordt, als de toekomstige beleggingsopbrengsten dit toelaten. Zo schuift het fonds de problemen naar de toekomst.
De toezichthouder creëerde met een overgangsregime voor het nieuwe toezichtkader de ruimte voor het ABP om de premie te verlagen. Het fonds maakt gebruik van de mogelijkheid om bij de premiestelling rekening te houden met een gemiddeld rendement op zijn beleggingen van 6 procent. 3 Procent voor looninflatie en 3 procent reëel. Toezichthouder Dirk Witteveen van De Nederlandsche Bank noemt dit “opportunistisch”. Begrijpelijk, want de reële rente op de obligatiemarkt is nu circa 1 procent, en wat aandelen gaan doen, weet niemand.
Andere pensioenfondsen, zoals het fonds voor de metalektro-industrie, staan er financieel gunstiger voor dan het ABP, maar houden hun premie stabiel en hoog, zodat ze zo snel mogelijk weer volledig kunnen indexeren. Dat is cruciaal voor gepensioneerden én voor de actieve deelnemers.
Auteur(s): Remko Nods
Bron: FEM Business , jaargang 8 , nummer 49 , datum 10-12-2005
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business