‘ Ik vind het heerlijk om kranen te verruilen voor bomen’

Jan Westerhoud is terug in ‘zijn’ Rotterdam. De directeur van overslagbedrijf ECT beleefde roerige tijden bij Baan. “Ik heb nooit mijn handtekening gezet onder iets waarover ik twijfels had.”

naam: Jan Westerhoud

Functie: directeur ECT

locatie: Cuisine Savaureuse, Zuidland

Onderweg van zijn woonplaats Driebergen naar ECT zit Jan Westerhoud (53) op de achterbank meestal wat te lezen of te bellen. Behalve het laatste stuk op de A15 tussen de Botlektunnel en de Delta-terminal, op het uiterste puntje van de Maasvlakte. Dan geniet hij van het uitzicht op het Rotterdamse haven. “Een gevoel van trots”, verklaart de directeur van het containeroverslagbedrijf.

Westerhoud is weer thuis. Opgegroeid in Delfshaven (“En dan kom je écht uit Rotter-dam”) heeft hij na omzwervingen langs Utrecht (Moret), Ede (Baan Company) en Bunnik (GTI) sinds eind vorig jaar weer Rotterdam als standplaats. “Ik ben terug op het oude nest”, zegt Westerhoud, pratend met een onmiskenbaar Rotterdams accent.

Het was weer even wennen aan de om-gangsvormen in de havenstad. “Het is zó direct. Ik had gelukkig kunnen oefenen bij de industriële tak van GTI. Die was veelvuldig actief in de Rotterdamse haven. Daar was het ook van dik hout zaagt men planken. Daar houd ik wel van.”

Westerhoud luncht vaak in het Kasteel van Rhoon, maar heeft deze keer gekozen voor Cuisine Savaureuse in Zuidland, net onder Spijkenisse. Hij neemt eerst een carpaccio-tonijn als voorgerecht, gevolgd door een hertenhachee.

Tot zijn 43ste hadden slechts weinigen van Jan Westerhoud gehoord. Begin jaren zeventig begonnen bij Moret was hij begin jaren negentig opgeklommen tot partner bij het accountantskantoor. Hij kwam in de schijnwerpers te staan toen hij in 1996 chief financial officer (cfo) bij Baan werd. Een jaar eerder had hij de overstap gemaakt naar het snelgroeiende softwarebedrijf, na jarenlang de vaste accountant van Baan te zijn geweest. “Mijn eerste ontmoeting met Jan en Paul Baan is me altijd bijgebleven. Het stormde die dag verschrikkelijk. Wat Baan betreft is de wind daarna nooit meer gaan liggen”, schertst hij. schertsend.

Over een overstap naar Baan hoefde Westerhoud niet lang na te denken. “Dat is het onrustige Rotterdammertje in me. Ik dacht bij Moret: is dit het nou? Ik wilde een keer het actieve bedrijfsleven in.” Daarbij kwam dat Baan razendsnel groeide. De onderneming kreeg net na een mega-order van Boeing een beursnotering in New York. De orders stroomden binnen, en de koers vloog omhoog. “Ik wilde deel worden van die dynamiek”, zegt Westerhoud.

Als cfo kwam hij in “een jongendroom” terecht. “Ik reisde de hele wereld over, ging opeens Wall Street doen, en alles ging met groot geld gepaard. Ik ben nooit verblind geweest door de glitter en glamour. Maar ik heb me gerealiseerd dat me dat wel had kunnen overkomen.”

Oververhitting

Voor Westerhoud werd het steeds moeilijker om de verwachtingen van de Amerikaanse beleggers waar te maken. “Het was elk kwartaal weer spannend of de lat werd gehaald. Gebeurde dat, dan ging de lat gelijk verder omhoog. Maar een bedrijf kán niet met 80 procent per kwartaal blijven groeien.” Hij typeert zijn pogingen om de hype in te perken als “een niet te winnen strijd”. “Baan was het snoepje van de beurs. Je moet niet vergeten dat de markt op dat moment een beetje gek was. Het maakte niet uit wat je kocht, het werd de dag erop meer waard.”

Westerhoud wilde dat Baan pas op de plaats maakte, maar zijn pleidooi viel niet in goede aarde bij chief executive officer (ceo) Tom Tinsley en de commissarissen. Westerhoud trok zijn conclusies en vertrok. “Baan was een ongelooflijk goed bedrijf, maar op de lange termijn niet in staat om de groeicijfers te rechtvaardigen. Ik zag verschijnselen van oververhitting. De motor begon vast te lopen. Dat is het vervelende van een financiële functie, dat je altijd op de rem moet trappen.” Een burn-out was de officiële lezing van zijn vertrek. “Ik had de keus: ga je weg vanwege een conflict, of omdat er wat anders aan de hand is. Ik moest verder met mijn carrière. Daarnaast wilde ik het bedrijf niet onnodig beschadigen.”

Hij weet niets over het overtreden van Amerikaanse beursregels, die een halfjaar na zijn vertrek leidden tot de val van Baan. “We hebben altijd scherp aan de wind gevaren, maar wel binnen de regels van het spel. Ik heb nooit mijn handtekening gezet onder iets waarover ik twijfels had.”

Hoewel Jan Baan hem niet steunde bij zijn vertrek heeft hij de ondernemer nog steeds erg hoog zitten. “Hij stond onder druk van Amerikaanse beleggers. Jan Baan is de beste ondernemer die ik ooit ben tegengeko-men. Iemand die het geluk afdwong en altijd weer een verrassende zet in gedachten had. Maar hij was heel erg veeleisend. Ook rede-neerde Jan soms erg sterk vanuit zichzelf.”

Westerhoud viel na zijn vertrek bij Baan in een zwart gat. “Afschuwelijk. Bij Baan was ik de gevierde man en in één klap was alles weg. Ik heb toen de les van mijn leven geleerd. Je leert je eigen nederigheid erkennen. Ik heb in die periode onvoorstelbaar veel steun gehad van mijn gezin, de hoeksteen van mijn leven.”

Na een halfjaar thuis zitten “met de hand boven de telefoon” werd Westerhoud finan-cieel directeur bij technisch dienstverlener GTI, om na een directiewisseling door te schuiven als ceo. In 2001, vlak na de overname door het Franse Fabricom, kwam GTI in een diepe crisis terecht. De bouwmarkt stortte in elkaar door de gebeurtenissen van 11 september, en even later volgde de bouwfraude. Ook bleek de overname niet de verwachte synergievoordelen op te leveren.

Westerhoud schrapte eind 2003 vierhonderd banen, maar dat was niet genoeg. Deze zomer, een jaar na zijn vertrek, moesten er nog eens duizend mensen uit bij GTI. “Achteraf gezien had ik het anders gedaan, maar toentertijd nog dieper snijden was bijna onzedelijk geweest. Bij de fusie zeiden we nog dat er geen gedwongen ontslagen zouden vallen. De bonden hadden de ontslagen nooit geaccepteerd.”

De half mislukte fusie, de economische neergang en de bouwfraude leidden tot het eind van zijn “chemie” met GTI. “Het keurslijf van de Franse moeder bracht niet wat ik ervan had gehoopt. Ik begon een beetje sikkeneurig te worden. En dat is slecht voor de onderneming, en voor jezelf.” Hij hapte medio vorig jaar dan ook toe toen ECT, onderdeel van het Hutchison Whampoa uit Hongkong, hem benaderde.

Waarom wilt u wel onder Chinezen werken, maar niet onder Fransen?

“Ik sprak beroerd Frans, de taal van de aan-deelhouder Fabricom. Daarnaast was ik te-leurgesteld over de gang van zaken. Ik spreek wel Engels. In Hongkong zijn ze be-hoorlijk dominant, maar als je daar niet tegen kunt, moet je het niet doen. Als je geen aandeelhouders wilt, moet je voor jezelf beginnen.”

Bent u eigenlijk niet meer dan een zetbaas van Hutchison?

“Ik heb dagelijks contact met Hongkong, maar ik voel me geen puppet on a string. Binnen bepaalde grenzen mag ik hier in Rotterdam zeker zelf ondernemen. Zo hebben we voor het uitbreiden van de capaciteit van de terminal 300 miljoen dollar gekregen. Hongkong heeft ons nog niet één keer teruggefloten. Hutchison Whampoa is zover gekomen door ondernemersschap. Als mijn relatie met Hongkong goed is, heb ik niet zoveel behoefte aan meer vrijheid.”

Waarom bent u ondanks de baan in Rotterdam in_Driebergen blijven wonen?

“Ik heb daar telkens het gevoel dat ik op mijn vakantieadres aankom. De omgeving is fantastisch. Het bos begint aan de andere kant van de weg. Mijn vrouw en ik zijn fervente wandelaars. Daarnaast heb ik achter mijn huis een tuin van 2.500 vierkante me-ter. Ik vind het heerlijk om in het weekend de kranen te verruilen voor bomen. Als een jongetje van drie hoog achter kan ik me verlekkeren aan een stuk grond waarop zelfs de plaatselijke bewoners van Driebergen jaloers zijn. Toen we het huis kochten, heb ik mijn vrouw moeten beloven dat we hier negentig zouden worden. Twee van mijn drie dochters zijn in Driebergen geboren, mijn vrouw heeft er haar hele sociale leven opgebouwd.”

Houdt u zo’n enorme tuin zelf bij?

“Samen met mijn vrouw. Het is ontzettend leuk. Je bent in de buitenlucht zo een hele zaterdag lichamelijk bezig. Toen ik bij Baan wegging, heb ik de tuin helemaal leeg laten halen. We hebben nu 250 vierkante meter gras, voor de rest is het een parkachtige tuin met een heel grote vijver en veel vaste planten. Er staan ook veel hoge bomen, waardoor ik heel veel vogels heb. Er komt zelfs een ijsvogel in mijn tuin eten die twee kilometer verderop een nest heeft. Het is voor mij een genot als er in de tuin weer iets dood gaat. Dan kan ik weer wat nieuws planten.”

Hoe ziet de rest van uw carrière eruit?

“Op dit moment heb ik niet het gevoel dat ik nog meer omhoog zou willen. Toen mijn vader overleed, had hij maar een paar jaar kunnen genieten van zijn pensioen. Je hebt het niet in de hand, maar ik wil een tijd kunnen genieten van de rust, de ruimte, de vrijheid. Ik kan terugkijken op een fantastische carrière. Die wil ik afbouwen door een combinatie van commissariaten en liefdadigheid.”

Waar denkt u dan aan?

“Samen met een aantal andere ceo’s heb ik enkele jaren geleden meegedaan aan het Jimmy Carter Work Project. In Guatemala en Zuid-Afrika bouwden we toen huizen voor arme mensen. Dat heeft me veel gedaan. Op dit moment kom ik daar niet aan toe door al het reizen voor ECT. Als ik mijn kennis en ervaring op enig moment ter beschikking zou kunnen stellen voor de Derde Wereld, dan zou ik dat een heel mooi slot van mijn carrière vinden. Geld interesseert me dan niks.”

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief