Op de lijst van interessante vakantiebestemmingen rukt het Verenigd Koninkrijk op. Dat heeft alles met de stijgende koers van de euro te maken.
De eerste jaren van de Europese eenheidsmunt waren treurig. Ten opzichte van de dollar verloor de euro veel terrein, maar het laatste halfjaar werd dat gat bijna gedicht.
Ook ten opzichte van het pond deed de euro het belabberd. In oktober 2000 kostte een euro minder dan 58 pence, dat was meer dan zeventien procent onder de koers van 1 januari 1999. Anderhalf jaar lang verbeterde dat nauwelijks. Beleggers hadden simpelweg meer vertrouwen in het pond dan in de euro.
Van de Bank of England hoeven in zulke situaties geen initiatieven verwacht te worden om het pond te drukken. Sinds het Europese wisselkoersmechanisme in 1992 uit elkaar spatte, is de mark of de euro geen richtsnoer meer voor de centrale bank.
Vanaf maart 2002 begon de euro in te lopen op het pond. Economen wezen op een aantal voor het pond negatieve fundamentele ontwikkelingen: toename van de inflatieverwachting, lagere rente, een oplopend financieringstekort en een toename van het handelstekort.
Vanaf november 2002 daalde het pond opeens heel snel. Tony Blair stelde zich op als een havik in het conflict met Irak. Daarmee heeft hij veel draagvlak verloren onder de Britse bevolking. De euro noteert nu rond de 68 pence, de hoogste koers in drie en een half jaar. De trend moet nog een tijdje doorzetten om de Britse eilanden echt goedkoop te maken en zoals het in 1992 en 1993 was, zal het niet snel worden. Maar toch: wist u dat u in Cornwall en op de Kanaaleilanden kunt wave surfen en dat palmbomen het er zelfs in de winter prima doen? En een paar dagen Londen is altijd de moeite waard
Auteur(s): Peter Hendriks
Bron: FEM Business , jaargang 6 , nummer 10 , datum 8-3-2003
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business