Nederland vaart wel bij omstreden ECB-plan

Als meer dan vijftien landen de euro invoeren, krijgen alle lidstaten minder stemrecht bij de Europese Centrale Bank. Maar gaat dat voorstel wel ver genoeg?

Help! Nederland mag straks niet meer meebeslissen over het rentebeleid. Als de nieuwe EU-lidstaten over een paar jaar ook de euro invoeren, raken we onze invloed op de waarde van de munt kwijt.

De paniek sloeg toe - vooral in Den Haag - toen de Europese Centrale Bank (ECB) vorige maand het plan voor een nieuwe beslisstructuur binnen de raad van bestuur van de bank presenteerde. Een grote kamermeerderheid van CDA, PvdA, VVD en D66 haalde demissionair minister van Financiën Hans Hoogervorst naar de kamer en liet hem beloven dat hij in Brussel een ‘nationaal parlementair voorbehoud’ zal maken.

Het revolutionaire, en voor de parlementariërs angstaanjagende aan het voorstel is dat in de toekomst niet alle eurolanden altijd stemrecht in de raad van bestuur zullen hebben. Zodra het eurogebied meer dan vijftien landen telt, gaat het stemrecht rouleren.

Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en, als dat land besluit mee te doen, Engeland krijgen tijdens tachtig procent van de vergaderingen stemrecht. De middelgrote landen, waaronder Nederland, krijgen afhankelijk van het aantal eurolanden tijdens 57 tot 73 procent van de vergaderingen stemrecht. De allerkleinsten zijn tijdens 50 procent of minder van de bijeenkomsten welkom.

Als de Britten de euro niet invoeren, promoveert Nederland naar de categorie grote landen. Nout Wellink, de president van De Nederlandsche Bank, mag dan tijdens vier van de vijf vergaderingen meebeslissen.

In feite is het ECB-voorstel daarmee voor Nederland behoorlijk gunstig. Met een beetje geluk horen we zomaar bij de grote landen en neemt onze invloed ten opzichte van de andere landen toe.

Daar komt bij dat het eigenlijk al heel mooi is dat Nederland überhaupt iets te zeggen heeft over het rentebeleid. Voor de invoering van de euro volgde DNB slaafs het rentebeleid van de Duitse Bundesbank omdat een stabiele wisselkoers met de D-mark het enige doel was. Ten opzichte van die situatie is ieder vorm van stemrecht een vergroting van de Nederlandse invloed.

Fundamenteler is de vraag of Nederland zich niet juist sterk zou moeten maken voor een forse vermindering van het stemrecht van individuele landen. Op dit moment bestaat de raad van bestuur uit zes directieleden van de ECB en twaalf presidenten van nationale centrale banken. De ECB-top is dus in de minderheid. Op papier moeten de twaalf nationale vertegenwoordigers bij het bepalen van hun standpunt uitgaan van het economische belang van het gehele eurogebied – en de afgelopen jaren hebben zij dat ook gedaan. Maar in principe kan een grote coalitie van landen de mening van het centrale gezag overstemmen.

De Fed, de Amerikaanse tegenhanger van de ECB, begon ook ooit met een minderheidsstem voor de directie. Maar na het desastreuze monetaire beleid in de jaren dertig werd dit snel aangepast. Nu het besluitvormingssysteem van de ECB toch op de schop gaat, moet men de Amerikaanse geschiedenis er nog eens op naslaan en de macht bij de directie van de ECB leggen.

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief