De aantrekkingskracht van de ‘gold paved roads’

Nederlandse bedrijven zoeken expansie bij voorkeur in de Verenigde Staten. Ahold toonde aan dat dit riskant kan zijn. Hoe gevaarlijk zijn de valkuilen?

De Verenigde Staten zijn in menige bestuurskamer synoniem voor het walhalla: dynamische, omvangrijke, homogene markten. Een flexibele arbeidsmarkt, hoge arbeidsproductiviteit. Kortom: de wegen zijn er met goud geplaveid. Al vanaf het begin van de jaren tachtig hebben Nederlandse concerns, waaronder de verzekeraars, de banken, Unilever en Ahold, heel veel geld verdiend in de VS.

Toch zit er een schaduwkant aan. De Amerikaanse bedrijfscultuur verschilt van de Europese. De fixatie van managers op aandeelhouderswaarde en de daaraan gekoppelde waarde van hun opties. De resultaten op korte termijn zijn belangrijker dan de versterking van de marktpositie op langere termijn. Sommige Amerikaanse managers hebben er geen moeite mee de winsten kunstmatig op te krikken of zelfs de cijfers te flatteren, om een bonus veilig te stellen of om in een overnamesituatie de prijs op te kunnen schroeven. En dan hebben we het nog niet eens over het risico van een langdurig lage dollarkoers, die een flinke hap uit de winsten kan nemen. Samengevat: de Amerikaanse wegen zijn behoorlijk hobbelig.

Vooral in tijden van euforie op de aandelenmarkt is het uitkijken geblazen voor Nederlandse bedrijven die in de VS willen expanderen. De vele grote overnames, waar Nederlandse concerns nu gemengde gevoelens over hebben – of zelfs openlijk spijt betuigen – zijn gedaan in de periode 1999 tot en met 2001, op de piek van de internethype. Kijk naar de overnames van Getronics (Wang), Numico (GNC en Rexall Sundown), ING (Reliastar), Buhrmann (Corporate Express), ASML (SVG) en het geplaagde Ahold (US Foodservice). Al die acquisities waren op zijn minst te duur, met enige wijsheid achteraf. Een paar jaar later waren die bedrijven wellicht veel goedkoper te krijgen. Zo niet, dan had de concurrent nu met de dure acquisitie in zijn maag gezeten. Nederlandse bedrijven moeten durven afhaken als de overnameprijzen hoog worden opgedreven op de top van de conjunctuurgolf.

Een tweede les is dat de expansie via overnames, solide gefinancierd moet worden. Bij voorkeur met een aandelenemissie, en niet met vreemd vermogen. Ook niet met converteerbare obligaties, in de ijdele veronderstelling dat de eigen aandelenkoers alleen maar omhoog kan gaan. Getronics kwam daardoor in de klem – een lot dat ook Numico binnen afzienbare tijd kan treffen. Als op korte termijn de rente zou stijgen, kan zelfs Unilever in een situatie terechtkomen dat de acquisitie van Bestfoods – de grootste Nederlandse overname aller tijden in de VS – niet meer rendabel is, omdat die merendeels met geleend geld is gefinancierd.

‘Hoe verder weg, hoe dichter bij je verlies’, zeiden Nederlandse kooplieden al in de Gouden Eeuw. Nu de wereld in de bestuurskamers als een global village wordt getypeerd, wordt deze oude ondernemerswijsheid wel eens vergeten. Dat is gevaarlijk, zeker ook in de VS.

Zeer nauwkeurige aansturing van

Amerikaanse dochters is cruciaal, net als degelijk financieel toezicht. Een superieure kwaliteit van de due-dilligenceprocedure tijdens de overnameonderhandelingen is uiteraard onmisbaar.

Essentieel is in de omvangrijke Amerikaanse markt een ijzersterk distributiekanaal en een uitgekiende marketingstrategie. Vooral Philips’ Amerikaanse consumentenelektronicadivisie weet hoe belangrijk dit is.

Concerns die het avontuur zoeken in de VS zullen beter voorbereid moeten zijn, en beter op de juiste timing moeten letten om dure ongelukken te voorkomen.

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief