‘We hadden best wat strakker moeten optreden’

Berry Bemelmans werkt bij bouwbedrijf Heijmans na de bouwfraude aan een

cultuuromslag. ‘Directeuren vroegen mij of ze naar de publieke vrouwen mochten.’

naam: Berry Bemelmans

Functie: Bestuursvoorzitter Heijmans

Lokatie: De Steenenkamer, Rosmalen

“Tussenpaus?” Berry Bemelmans (59) denkt even na en proeft het woord. “Ja, dat vind ik wel een goede omschrijving van mijn huidige positie. Ik ben niet demissionair en ook geen tijdelijk vervanger. Dan kun je geen volwaardige beslissingen nemen. Als tussenpaus wel. De katholieke kerk heeft tussenpausen gekend die jaren het bewind voerden.”

De huidige bestuursvoorzitter van Heijmans neemt een uitzonderlijke positie in. Hij trad september vorig jaar aan, toen zijn voorganger Joop Janssen wegens gezondheidsredenen vertrok. In mei gaat hij met pensioen. “Dat was de afspraak. Toen ik in 2001 met bouwbedrijf IBC overging naar Heijmans en toetrad tot de raad van bestuur, vroegen de commissarissen of ze een beroep op mij konden doen als dat door de ziekte van Joop Janssen nodig zou zijn. Ik heb daarmee ingestemd, maar ook direct aangegeven dat ik wil stoppen op mijn zestigste. Dat is eind dit jaar.”

Bemelmans zal niet afstappen van zijn planning. Ook al bekleedt hij de hoogste positie bij een van de grootste bouwbedrijven in Nederland. “Dat is een kwestie van balans in het leven. Natuurlijk denk ik ook wel eens: goh, het gaat lekker, de mensen in mijn omgeving vinden dat het goed gaat, dus waarom niet? Maar, ik twijfel niet aan mijn beslissing. Het is de juiste, voor mij en voor Heijmans. Ik moet in mijn positie de tijdgeest goed aanvoelen, jonge mensen proberen te winnen voor mijn visie. Dat lukt me nu nog steeds. Er komt een moment dat dit minder gaat. Het is mooi om op deze positie afscheid te nemen. Mijn carrière is afgerond. Het is tijd om andere dingen in het leven te gaan doen.”

De bestuursvoorzitter van Heijmans heeft gekozen voor een lunch in De Steenenkamer, het restaurant van zijn bouwbedrijf. In de hoek van deze boerderij staat, tussen de vergadertafels en voor een knapperend haardvuur, één gedekte tafel. De ober serveert een uitgebreide lunch van hertenvlees vooraf, gevolgd door vis. Bemelmans neemt ruim de tijd om de wijn te proeven. Hij geniet. “Ik ben chevalier du taste-vin,” verklaart hij, “een soort ambassadeur van de wijn uit de Bourgogne. Toen die in de jaren dertig niet goed verkocht, kreeg een burgemeester het idee om een netwerk op te zetten. Fantastische marketing natuurlijk. Veel stelt die functie niet voor. Het is gewoon leuk. Je moet van Frankrijk en van wijn houden. Dat doe ik allebei. Ik heb tenslotte twaalf jaar in Frankrijk gewoond [toen hij werkte voor het Amerikaanse aluminiumbedrijf Alcoa, red.]. Als ik gepensioneerd ben, ga ik zeker meer aandacht aan deze taak besteden.”

Bouwfraude

Bemelmans mag dan maar korte tijd bestuursvoorzitter van Heijmans zijn, het waren wel de woeligste maanden uit de geschiedenis van het bouwbedrijf. Eind vorig jaar deed een parlementaire enquêtecommissie onderzoek naar de bouwfraude, waarbij ook de rol van Heijmans aan de orde kwam. De verhoren waren elke dag live te volgen op televisie. De conclusies van de commissie waren niet mals. De bouwwereld hangt aan elkaar van de onderlinge afspraken, fraude, schaduwboekhoudingen en kartelvorming. “Een onplezierige periode, zonder meer. We worden toch op een bepaalde manier aangesproken, vaak criminaliserend. Dat is niet juist. Bij Heijmans zijn nooit valse facturen of zwart geld rondgegaan. Dan kan ik me echt kwaad maken als mensen roepen dat ik leiding geef aan een criminele organisatie.”

Wel kwam onweerlegbaar naar voren dat Heijmans mededingingsregels heeft overtreden door onderlinge afspraken te maken. “Dat heeft me verbaasd. Ik wist niet dat er vooroverleg heeft plaatsgevonden. Nee, echt niet. Dat meen ik. Ik werk sinds 1996 in de bouw en was altijd bestuursvoorzitter. Denkt u dan dat het prioriteit heeft om te kijken hoe deals tot stand komen? Nee. Het is mijn taak het bedrijf overeind te houden. Onderlinge afspraken maken, mocht helemaal niet bij Heijmans. En blijkbaar is er onvoldoende op gelet. Daardoor is er een grijs gebied blijven be-staan.”

Is het niet vreemd dat zo’n grijs gebied bestaat buiten medeweten van de bestuursvoorzitter? “Inderdaad, dat is raar. Ik vind het voor mezelf ook niet acceptabel. We hadden best wat strakker moeten optreden. Het is ook nauwelijks een excuus dat we met andere zaken bezig zijn geweest. We hebben er niet op gelet. Maar dat hoeft nog niet te betekenen dat we gecriminaliseerd mogen worden.”

Bemelmans heeft kort overwogen af te treden. “Nou, in de zin dat ik een belangenafweging heb gemaakt. Ik had natuurlijk een signaal kunnen geven door af te treden. Dan was het duidelijk dat ik dit niet accepteer. Maar dat was niet goed voor de continuïteit van de onderneming. En daar ga ik tenslotte over.”

In zijn laatste maanden bij Heijmans gaat Bemelmans proberen een cultuuromslag tot stand te brengen. “De bouw is een soort gilde, waarbij vakmanschap en onderlinge solidariteit van het hoogste belang zijn. In zo’n situatie houdt iedereen elkaar in stand, met dit soort praktijken als gevolg. We hebben het tijdsgewricht gemist. Andere branches zijn opener. De bouw niet. Toen de bouwfraude aan het licht kwam, zijn we direct in actie gekomen. We hebben besloten dat iedereen die bij een offerteproces is betrokken, een schriftelijke verklaring moet tekenen. Daarin staat dat je je aan de regels houdt. Wie dat niet doet, ligt er uit. Verder hebben we een gedragscode opgesteld.”

Maar een gedragscode is een papieren tijger als werknemers opnieuw buiten het zicht van de directie hun eigen gilde in stand houden. “Daarom willen we een cultuuromslag bereiken. Ik heb geen knop waarop ik kan drukken waardoor mensen zich ineens anders gedragen. In november hadden we een bijeenkomst met al onze directeuren. Ik ging op de zeepkist staan en zei: ‘mannen, vrouwen, dit is onze gedragscode. Daar gaan we handen en voeten aan geven. Waar zitten jullie mee?’ Dan krijg je de vragen. Om de grenzen scherp te stellen. ‘Mogen we nog een biertje met de wethouder drinken?’ Natuurlijk mag dat, dat doen ze overal. Dan gaan de vragen langzaam verder.” Bemelmans wendt zich even tot de fotografe: “Vergeef me mevrouw”. Daarna vervolgt hij: “Dan vragen ze: ‘Mogen we naar de publieke vrouwen?’ Nee, dat mag niet. ‘Ja, maar waarom dan niet?’ Omdat ik dat zeg. En nee, zulke bezoekjes mag je niet declareren.” Hij kijkt vragend voor zich uit. “Vindt u dat ook niet gek? Ja, natuurlijk stond ik te tollen op die zeepkist. Ik weet ook niet of u dit allemaal moet opschrijven. Wees een beetje vriendelijk voor me, want dit gaat te veel over onze mensen. Maar anders kan ik mijn punt niet maken.”

Heeft u zelf wel eens iets onoorbaars meegemaakt?

“Een keer”, zegt hij na enig twijfelen. “Toen ik nog bij IBC zat, kreeg ik een keer geld aangeboden. Ik heb toen gezegd: ‘dit heb ik niet gehoord. Ik doe geen zaken meer met u.’ Nee, ik kan niet zeggen wie dat was.”

U heeft er geen werk van gemaakt?

“Nee. Ik kan me wel opstellen als een Don Quichot, maar dan heb ik wel harde bewijzen nodig van het voorval en die had ik niet. Bij IBC in België heb ik wel ingegrepen. We deden daar geen publieke aanbestedingen meer. Daar konden we niet mee omgaan.”

Als ik dit hoor, kan ik mij zo moeilijk voorstellen dat u écht niets wist van de bouwfraude bij Heijmans.

“Ik kan me voorstellen dat u zich daarover verbaast. Dat doe ik zelf ook. Natuurlijk hoorde ik ook wel eens wat op feestjes. Als bestuurder moet je procesmatig werken. Bij grote opdrachten kreeg ik wel eens een document met calculaties aangereikt en dan velde ik een economisch oordeel. De rest van het proces volg je niet.”

De kantorenmarkt stort in. Zet dat de resultaten van Heijmans onder druk?

“Nee. Ik doe pas in maart uitspraken over 2003. Maar ik kan nu wel zeggen dat de markt in Rotterdam en Den Haag niet zo dramatisch is en daar zitten wij goed. We gaan meer naar het buitenland, op zoek naar Europese groei. Er lopen gesprekken in Duitsland, Engeland en België. We kijken ook in Noord-Frankrijk. En we kunnen in het oosten van het land versterking gebruiken. Daarover voeren we nu gesprekken.”

Nog even keihard werken dus?

“Ja. Gelukkig heb ik een vrouw die mij ervoor behoedt te veel in mijn werk op te gaan. Ik heb mijn kinderen altijd regelmatig gezien. Natuurlijk heb ik wel eens een toneeluitvoering gemist. Dat ving mijn vrouw dan weer op. We hadden een prima rolverdeling. Wel een ouderwetse, maar vooruit dan maar.”

In mei met pensioen, en wat dan?

“Ik ben een avonturier en zie mijn pensioen als een avontuur. Ik heb nog niet veel bedacht. Alleen over wat ik als eerste ga doen. Ik heb mijn vrouw beloofd de auto te pakken en samen naar Frankrijk te rijden. Heerlijk.”

En verder?

“Ik heb nog wat commissariaten, ben vice-voorzitter van het Noordbrabants museum en bestuurder van de Opera Zuid. Allemaal erg leuk. Verder golf ik graag. Ik heb handicap 22, maar doe daar niet veel moeite voor. Mijn vrouw is beter. Zij heeft handicap achttien. Maar, ik zit binnen de kortste keren ook op achttien. Ik sport graag, dat stamt nog uit de tijd dat ik aan Nijenrode studeerde. Nu fiets ik elke woensdag.”

U krijgt het nog druk.

“Ik vind dat je je nooit moet beperken tot alleen de zakenwereld. Een brede interesse is goed, dan krijg je een betere wereld met betere mensen, die zich beter kunnen inleven in de anderen. Ik lees veel. En ik ben ridder van de Ridderorde van het Heilige Graf in Jeruzalem, een rooms-katholieke kerkelijke werkorde die al acht eeuwen bestaat. We bekommeren ons om de belangen van de christenen in het Heilige Land. Zeker in deze oorlogstijd is dat erg belangrijk. Daar ga ik meer tijd aan besteden. Je wordt geacht een pelgrimage te maken naar het Heilige Land. Ik ben daar nog nooit geweest. Dus dat ga ik zeker doen.”

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief