Vier de euro!

Op de eerste verjaardag van de euro overheerst het gemekker en geklaag. Valt er dan niets goeds te melden over de munt?

Echte liefde is het nog altijd niet tussen de Nederlander en de euro. Ruim een jaar heeft het verstandshuwelijk nu geduurd, de gemiddelde consument kijkt nog dagelijks met afschuw in zijn portemonnee.

Onlangs peilden budgetvoorlichters van het Nibud de diepte van die afkeer. Bijna driekwart van de 3357 ondervraagden denkt dat hij of zij er sinds de introductie van de euro financieel op achteruit is gegaan. Maar liefst 99 procent weet zeker dat alles sinds de euro duurder is geworden.

De antipathie gaat hand in hand met onwetendheid. Bijna de helft van de ondervraagden weet het eigen salaris niet in euro’s, laat staan de prijs van dagelijkse boodschappen als koffie of brood. Misschien wel de meest onthutsende uitkomst is dat slechts dertien procent de prijzen in de winkel in euro’s vergelijken. Alle anderen rekenen eerst terug naar guldens.

Ze bevinden zich trouwens in goed gezelschap. Tijdens een bijeenkomst van het Genootschap van Hoofdredacteuren vorig jaar gaf ECB-president Wim Duisenberg toe dat hij nog in guldens rekent. Of preciezer, toen hem werd gevraagd of hij al in euro’s dacht, zei hij direct en volmondig ‘ja’. Om daar na een paar momenten nadenkend aan toe te voegen: ‘behalve in de winkel dan’.

 

Je zou door het geklaag bijna over het hoofd zien dat het eerste jaar van de euro een ongekend succes was. De inflatie is in Nederland de afgelopen twee jaar wat hoger geweest dat we gewend waren, in de rest van Europa is de belofte van lage inflatie waargemaakt. Voor de bevolking van voormalige monetaire bananenrepublieken als Italië en Griekenland is de huidige inflatie een verademing. Tegelijkertijd heeft de euro gezorgd voor wisselkoersstabiliteit. Vroeger zou een crisis als die van afgelopen jaar in Argentinië geleid hebben tot speculatie tegen de zwakkere munten van Europa. Dankzij de euro bleef het rustig.

Stabiliteit is mooi. Maar wat koopt die Nederlander achter zijn pilsje daarvoor? Dat hangt er maar vanaf waar hij dat biertje drinkt.

Wie echt wil genieten van de euro moet het vliegtuig pakken naar een van de uithoeken van het eurogebied. Ga bijvoorbeeld eens een weekje naar de zuidkust van Kreta. Strakblauwe lucht, in het zwart geklede oude vrouwtjes die door een bergachtig landschap scharrelen, overal loslopende ezeltjes en een schrift dat zonder een klassieke opleiding niet te ontcijferen is. Een andere wereld. Maar je geld is precies zo bruikbaar als onder de regenachtige luchten van Nederland. Je ziet in een oogopslag hoe goedkoop een Grieks pilsje is. De euro blijkt in het buitenland erg handig.

Of pak de boot naar Engeland. Daar is de lucht net zo grijs als thuis, maar daar is ons geld onbruikbaar. Omrekenen naar ponden is een vermoeiende bezigheid en voor je het weet betaal je een belachelijk hoge prijs voor een pint Guinness. Je zou bijna toegeven dat die vervloekte euro toch wel handig is.

 

Overigens zijn de Engelsen daar zelf daar steeds minder van overtuigd. Uit een vorige week gehouden peiling onder bestuursvoorzitters blijkt dat het animo om deel te nemen aan de euro bij de grote Britse bedrijven tanende is. Nog maar 21 procent is een sterke voorstander van Britse deelname. Dat komt ongetwijfeld door de sterke stijging van de euro ten opzichte van de pond. De afgelopen jaren was de Engelse export door de harde pond relatief duur. Dat maakte ondernemers chagrijnig en de euro populair. Sinds de opmars van de euro is de Europese munt veel minder aantrekkelijk.

Ook het Nederlandse bedrijfsleven zal het komende jaar moeten leren leven met de harde euro. Nu is het de beurt aan de exporteurs van het vaste land van Europa om chagrijnig te worden. Zelfs als de Nederlandse burger zich het komende jaar verzoent met het nieuwe geld, zal het geklaag en gemekker daarom ook het tweede levensjaar van de euro begeleiden. 

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief