Auteur: Joop Visser e.a.
Titel: Rotterdamse ondernemers, 1850-1950
Uitgever: Uitgeverij De Hef, 2002
ISBN 9068060345
269 pagina’s
prijs: 39,40 euro
In oktober 1898 richtte de 29-jarige slager Willem van Berkel zijn ‘Maatschappij tot vervaardiging van snijmachines volgens Van Berkel’s patent’ op. Van Berkel had een machine ontwikkeld voor het snijden van vlees. Dankzij zijn ondernemingszin – en de toegenomen vraag naar fijne vleeswaren – groeide het bedrijf van de innovatieve slager uit tot een wereldmarktspeler. Tot de dag van vandaag kom je Van Berkels snijmachines en weegschalen tegen bij slagerijen over de hele wereld.
De levensgeschiedenis van de opportunistische Van Berkel, die gedurende de eerste wereldoorlog ook vliegtuigen bouwde, is te lezen in het onlangs gepubliceerde Rotterdamse Ondernemers, 1850-1950. De samenstellers van deze verzameling biografische schetsen beklagen er zich in hun inleiding over dat de levens van belangrijke ondernemers in Nederland nauwelijks op een serieuze manier worden beschreven.
Ondernemers werden tot in de jaren zestig louter als helden geportretteerd. De voorzichtige opkomst van een kritische biografische traditie vanaf de jaren zeventig bracht geen soelaas. Sterker nog, ‘de ondernemer verloor zijn biograaf’, schrijft samensteller Joop Visser. ‘De aandacht verschoof naar zijn tegenvoeter, de leider van de arbeidersbeweging, die vanaf de jaren tachtig in een grote reeks banden geportretteerd werd.’
Dat is geen nieuw geluid. Tien jaar geleden klaagde publicist Wim Wennekes in zijn klassieke werk over de grondleggers van het Nederlandse bedrijfsleven De Aartsvaders, al over de gebrekkige aandacht voor ondernemersgeschiedenissen. Ondanks de recente bloei van het Nederlandse biografische genre, is er voor de ondernemer weinig veranderd. Onlangs prees recensente Elsbeth Etty in NRC Handelsblad nog de reeks volwassen biografieën die afgelopen vijftien jaar verscheen over Nederlandse schrijvers, kunstenaars, politici en geleerden. Ondernemers nam zij in dit lijstje niet op.
Daarom is deze uitgave van vijftig korte biografietjes van ondernemers die hun stempel drukten op de ontwikkeling van Rotterdam, zo’n lovenswaardig initiatief. De samenstellers selecteerden niet alleen voor de hand liggende bankiers en havenbaronnen als Marten Mees, Willem Ruys, Daniël van Beuningen en Bartel Wilton. Ook minder specifiek Rotterdamse sectoren, zoals accountancy (Barend Moret) en advocatuur (familie Dutilh) komen aan bod.
Naast aandacht voor de bijdragen van de geportretteerde ondernemers aan de Rotterdamse economie en hun soms vermakelijke uitglijders, hebben de auteurs oog voor hun (familie-)netwerken en maatschappelijke en culturele nevenfuncties.
Toch is er op de uitgave wel wat af te dingen. Zo is de eindredactie slordig en de vormgeving rommelig. Daarnaast zijn de portretjes, die zijn geschreven door dertig verschillende auteurs, wisselend van stijl en inhoud.
Ook is de financiering van de uitgave ongelukkig. Unilever betaalde er aan mee, waarmee het portret van Paul Rijkens lijkt te zijn verklaard. Deze voormalige bestuursvoorzitter van de Nederlandse tak van Unilever behoorde niet tot de oprichtersfamilies Van den Bergh of Jurgens. Als ‘gewone’ manager voldoet Rijkens helemaal niet aan de selectiecriteria voor dit boek.
Desondanks stemt Rotterdamse Ondernemers hoopvol. Het zou mooi zijn als deze uitgave de aanzet geeft tot een stroom biografieën over Nederlandse ondernemers. Die hopelijk niet door gelieerde ondernemingen of families wordt betaald.
Auteur(s): Mathijs Smit
Bron: FEM Business , jaargang 6 , nummer 4 , datum 25-1-2003
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business