De Duitse minister van financiën kreeg afgelopen week een flinke uitbrander van zijn Europese collega’s. Duitsland lijkt het zwarte schaap te worden, maar bewijst de euro juist een goede dienst.
Duitsland heeft de rode kaart gekregen. Begin deze week besloten de Europese ministers van Financiën dat het begrotingstekort van de Duitse overheid zo ver is opgelopen dat het land een officiële waarschuwing verdient. De Duitse minister van financiën Hans Eichel verzette zich niet tegen de reprimande en beloofde zijn collega’s deemoedig nog harder te werken aan het verminderen van het tekort – geheel in de lijn van het Europese ‘Pact voor stabiliteit en groei’.
Vorig jaar was de Duitse minister een stuk minder meegaand. Toen Duitsland in het voorjaar een mildere waarschuwing (een ‘gele kaart’) dreigde te krijgen, zette bondskanselier Gerhard Schröder en zijn ministers alles op alles om dat te voorkomen. De verkiezingen waren in aantocht en een waarschuwing aan het adres van Europa’s grootste land zou een pijnlijke nederlaag voor de Duitse regering zijn. De lobby had succes, want de gele kaart werd door de Europese ministers van financiën te elfder ure ingetrokken.
Sindsdien liep het begrotingstekort van Duitsland alleen maar verder op en oversteeg de kritische grens van drie procent van het bbp met zo’n driekwart procent, waardoor het land nu in aanmerking komt voor een harde waarschuwing. Daarmee is weer een stap gezet naar de echt harde maatregel die op het langdurig overschrijden van de norm staat: een boete die in de miljarden euro’s kan lopen. Op zich is het een prachtig historisch novum dat Europese regeringsleiders elkaar schrobberingen kunnen geven zonder dat de volgende ochtend de generaals hun geweren oppoetsen en de tanks richting grens dirigeren. Dat hebben we in vijftig jaar Europese integratie toch maar mooi bereikt. Maar wat schiet Europa precies op met een club van ministers van financiën die muggenzift over een paar tiende procentjes te hoog begrotingstekort?
De economische redenen voor de norm van drie procent zijn boterzacht. Er is op zich wel iets voor te zeggen om in een monetaire unie zonder centrale regering afspraken te maken over verstandig financieel beleid in de deelnemende landen. Maar voor het definiëren en handhaven van een precieze grens zijn weinig rationele argumenten.
Het gaat dan ook niet in eerste plaats om economie, maar om het tonen van goede wil. Alleen met de goede wil van de deelnemende landen wordt de euro een langetermijnsucces. Daarom is het belangrijk dat de regels van het Stabiliteitspact de eerste jaren streng nageleefd worden en dat Duitsland zich deemoedig schikt in de waarschuwing, en zonder tegensputteren eventuele toekomstige boetes betaald. Economisch heeft het niet zoveel zin, maar het bewijst aan de buitenwereld de intentie om het euro-experiment te doen slagen.
Duitsland snapt dit spel. Frankrijk niet. Dat land kreeg afgelopen week de gele kaart, omdat het tekort gevaarlijk dicht bij de drie procent komt. De Franse minister van financiën Francis Mer reageerde met dédain, en kondigde aan de bijbehorende aanbevelingen niet uit te voeren.
Auteur(s): Mathijs Bouman
Bron: FEM Business , jaargang 6 , nummer 4 , datum 25-1-2003
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business