Het lukt ‘Brussel’ niet om het bankgeheim in Zwitserland, Oostenrijk en
Luxemburg te kraken. Toch zullen de tientallen miljarden euro’s van Nederlandse belastingontduikers daar vanaf 2004 niet meer veilig zijn voor de fiscus.
Wie in de zoekmachine Google op internet ‘Kredietbank Luxemburg’ (‘KB-Lux’) intikt, krijgt niet minder dan 2380 hits. Dat is niet slecht voor een relatief klein bankje naar Europese maatstaven. Maar het is dan ook geen gewone bank. Het is een bank die als een magneet spaargeld aantrekt vanuit andere landen, vooral uit Duitsland en Nederland. Geld dat de spaarders liever buiten het zicht van de fiscus willen houden.
Luxemburg is voor Nederlanders en de meeste Duitsers dichterbij dan de befaamde taxhaven Zwitserland. Als lid van de Europese Unie kent Luxemburg geen controles aan de grenzen met de buurlanden. En het groothertogdom koestert een praktisch even comfortabel bankgeheim als Zwitserland.
Bij de drukste benzinepomp van Europa – die pomp net over de Belgisch-Luxemburgse grens – komen ’s zomers talloze peperdure auto’s met een Nederlands kenteken langs. Geen bankiers of topmanagers met chauffeurs, maar geslaagde ondernemers in fluorescerende joggingpakken. Die lui komen niet naar Luxemburg om enkele eurotientjes op een volle tank te besparen. Ze gaan even langs bij hun tweede huisbank, waar ze hun koffers contante euro’s afgeven.
Volgens hoogleraar belastingrecht en fiscaal advocaat Harrie van Mens betrapt de douane “met enige regelmaat” mensen met grote bedragen contant geld in de kofferbak. Van Mens schat dat alleen al Nederlandse belastingontduikers circa zestig miljard euro buiten het zicht van de fiscus hebben gebracht. Dat is lang niet altijd in koffers de grens over gesmokkeld. Vaker zijn het salarissen van expats die jaren geleden door hun werkgever op een Zwitserse rekening zijn gestort. Als de Nederlandse fiscus op die zestig miljard de vermogensrendementsheffing los kon laten, zou dat 720 miljoen euro per jaar opleveren.
Nederlanders zijn niet de enige zondaars. De Italianen zijn onbetwist kampioen. ’s Zomers staat er voor de afrit van Chiasso vrijwel permanent een kilometerslange file van Italiaanse sportwagens. In Chiasso zitten vrijwel alle Europese banken met een veel groter filiaal dan je van zo’n onbeduidend grensstadje zou verwachten. De Banca d’Italia schat dat Italianen circa vijfhonderd miljard euro over de grens hebben gebracht.
Vooral in Zwitserland
Om een deel van het zwarte geld te recupereren kondigde premier Silvio Berlusconi in 2001 een generaal pardon aan. Zwartgeldbezitters die hun geld naar Italië terugbrachten, konden hun geweten schoonvegen met een eenmalige boete van 2,5 procent. De omstreden actie bracht vijftig miljard euro terug naar Italië. Zwitserse banken in Chiasso en Lugano klaagden steen en been. Maar de Italiaanse minister van financiën vierde zijn meevaller van 1,3 miljard euro.
Aangestoken door dit Italiaanse succes broedt de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder nu ook op zo’n generaal pardon. Hij vermoedt dat Duitsers driehonderd à vierhonderd miljard euro over de grens hebben gebracht. Schröder wil daarvan honderd miljard teruglokken met een amnestieregeling, waarbij belastingontduikers zich onderwerpen aan een eenmalige heffing van 25 procent op hun zwarte geld. Zo hoopt Schröder de gehavende Duitse begroting met 25 miljard euro op te poetsen. Veel Duitse economen twijfelen overigens of die honderd miljard euro gehaald zal worden.
Harrie van Mens pleitte deze maand in het Nederlands Juristenblad ook voor een generaal pardon voor Nederlanders, als die akkoord zouden gaan met een eenmalige heffing van circa twintig procent. Maar het animo daarvoor is gering. Woordvoerder Peter Lamers van het ministerie van Financiën: “De staatssecretaris is daar geen voorstander van. Er is wel eens over gesproken, maar ons standpunt is dat we belastingontduikers niet gaan belonen. Andere politici willen dat ook niet.”
Nobel standpunt, maar als andere landen enorme belastingmeevallers genereren, dan zou het nobele standpunt wel eens plaats kunnen maken voor een pragmatischer benadering. Van Mens schat dat een generaal pardon met een heffing van twintig procent circa tien miljard euro naar Nederland terug zou brengen. Dat zou eenmalig twee miljard, en structureel honderd miljoen euro opleveren.
Bronheffing
Het succes van een amnestieregeling laat zich lastig voorspellen, zo erkent Harrie van Mens. Zulke regelingen bevorderen de belastingmoraal in elk geval niet. Dat weten we uit ervaringen van landen die regelmatig zwarte spaarders met een generaal pardon teruglokken, zoals de Verenigde Staten en Italië. De Nederlandse Belastingdienst denkt dat een fikse bronheffing op rente-inkomsten van rekeninghouders in landen met een bankgeheim meer oplevert dan een generaal pardon.
Bovendien is de fiscus hier al een jaar bezig mensen die mogelijk buitenlandse rekeningen hebben, de duimschroeven aan te draaien. Dat gebeurt in het zogenoemde rekeningenproject, dat in 2001 startte nadat de Belastingdienst de beschikking kreeg over klantenbestanden van de Kredietbank Luxemburg. Volgens het vakblad Fiscaal up to Date bevatten de bestanden de namen en tegoeden van 10.200 Nederlanders die eind 1994 een rekening hadden bij KB-Lux. In totaal ging het om zeshonderd miljoen euro.
Door de databestanden te koppelen aan bestanden van de Rijksdienst voor het Wegverkeer kon de Belastingdienst circa 6200 Nederlanders ‘identificeren’. Die kregen rond januari 2002 een indringende brief met het verzoek binnen enkele dagen informatie te verschaffen over eventuele buitenlandse rekeningen. Belastingplichtigen werden expliciet op hun wettelijke informatieplicht gewezen. En op de gevolgen van overtreding, namelijk ‘omkering van de bewijslast’, boetes en vervolging. Hiermee verkent de fiscus de grenzen van zijn bevoegdheden. Een belastingplichtige heeft een informatieplicht, maar een verdachte mag zwijgen.
Advocaat Hans Peek van Hertoghs advocaten-belastingkundigen in Breda noemt de werkwijze van de Belastingdienst “kafkaiaans”, omdat de fiscus “niet laat zien hoe het aan de identificatie van verdachten is gekomen” en mogelijk volkomen onschuldige mensen “op intimiderende wijze benaderd worden”. Sommige andere advocaten vermoeden dat de fiscus met onrechtmatig verkregen bewijs bezig is.
Rekeningenproject
In de eerste rechtszaak in het kader van het rekeningenproject vermoedde de Amsterdamse rechtbank dit laatste kennelijk ook. De rechters eisten van officier van Justitie Hendrik Dijkstra een gedetailleerd proces-verbaal waarin duidelijk wordt hoe de fiscus aan de bewuste microfiches van KB-Lux is gekomen. Woordvoerder Leendert de Lange van het Openbaar Ministerie bevestigt dat Dijkstra de gevraagde informatie op 23 januari 2003 aan de rechtbank zal overleggen. Voor die tijd wil hij er inhoudelijk niets over kwijt. Als de rechtbank oordeelt dat de fiscus met onrechtmatig bewijs opereert, dan is het rekeningenproject kapot.
Cruciaal is de vraag hoe in eerste instantie de Belgische justitie de microfiches van KB-Lux heeft bemachtigd. Sommige fiscale advocaten die het rekeningenproject volgen, stellen dat ‘deze zaak stinkt’. Die indruk heeft ook het Belgische Vaste Comité voor Toezicht op de Politiediensten – in België bekend als het Comité-P. In een vertrouwelijk rapport van 27 juli 1999, waarin FEM Business inzage kreeg, typeert het comité-P. het recherchewerk als ‘onbehoorlijk en ondoelmatig’. De rechercheurs werkten zonder toezicht en overleg met superieuren, documenteerden hun werk niet in ‘voorgeschreven verslagen en rapporten’. Bovendien werkten ze samen met een informant die zich Leurquin laat noemen en door de Belgische justitie al eerder als ‘onbetrouwbaar’ op de zwarte lijst was gezet.
Lang niet alle relevante feiten kwamen boven water. De ‘onbetrouwbare’ informant en de Belgische rechercheurs hebben waarschijnlijk niet het achterste van hun tong laten zien. Vast staat dat Nino Costa, een ex-werknemer van KB-Lux, microfiches met cliëntenbestanden van de bank heeft gekopieerd en meegenomen. Costa probeerde de microfiches te verkopen aan de Belgische justitie. Op 15 juli 1994 overhandigt Costa de rechercheurs documenten, waarvan onduidelijk is wat daar later mee gebeurd is. Begin augustus 1994 arresteert de recherche plotseling, op aanwijzing van informant Leurquin, een niet nader genoemde andere persoon in het Brusselse appartement waar Costa zijn intrek had genomen. Bij deze inval werden documenten van KB-Lux meegenomen die later op raadselachtige wijze zijn verdwenen.
Een half jaar later hoort de recherche dat informant Leurquin de microfiches van KB-Lux aan ‘andere belanghebbenden’ probeerde te verkopen. Naar verluidt zou een andere Belg de microfiches ook aan de Nederlandse Fiod hebben aangeboden. Hij eiste een commissie van vijf procent van de extra belastingopbrengsten die de Fiod met navorderingen zou binnenhalen. Maar bij de Fiod werken nette mensen, en de Belg werd zonder deal de deur gewezen.
Ook al zou het beruchte rekeningenproject door de rechters opgeblazen worden, de belastingontduikers voelen zich aan alle kanten omsingeld. Toen de publiciteit over de ‘dreigbrieven’ losbarstte, begon de Belastingdienst – heel slim – op zijn website te adverteren met de zogenoemde inkeerregeling. Die bepaalt dat belastingplichtigen de gebruikelijke honderd procent boete op de navordering kunnen ontlopen als zij vrijwillig hun zwarte spaargeld naar Nederland terughalen, en alsnog aangifte doen. Woordvoerder Peter Lamers van Financiën stelt dat de ‘verklaring buitenlandse bankrekening’ door tachtigduizend mensen is bekeken. “Tot onze grote verbazing”, stelt Lamers.
De inkeerregeling eist echter een hoge prijs voor een fiscaal schoon geweten. Omdat er twaalf jaar teruggerekend wordt, komt de naheffing, inclusief wettelijke rente, neer op minimaal 35 procent van het bedrag aan zwart geld. Geen wonder dat tot nu slechts circa zevenhonderd mensen zijn ‘ingekeerd’. De meeste belastingontduikers vragen hun advocaten wat ze moeten doen. Daarin worden ze nogal verschillend geadviseerd, uiteenlopend van ‘alles opbiechten’ tot ‘botweg ontkennen’. Volgens Harrie van Mens zijn vooral de mensen met de grote vermogens geneigd om hun poot stijf te houden en af te wachten hoe het rekeningenproject verder zal aflopen.
Maar ook voor de hardnekkigste belastingontduikers is het perspectief afgelopen week somberder geworden. Dinsdag 21 januari bereikten de Europese ministers van financiën eindelijk, na dertien jaar, een compromis over een bronbelasting die de EU-landen met een bankgeheim – België, Oostenrijk en Luxemburg – vanaf 2004 moeten invoeren. De bronbelasting zal aanvankelijk vijftien tot twintig procent bedragen, maar na 2009 zal die definitief 35 procent worden. Dan zal het voor Nederlanders niet langer voordelig zijn om hun spaargeld buiten Nederland te parkeren.
Het compromis is mogelijk dankzij de Zwitserse concessie om een bronheffing van 35 procent op te leggen aan niet-Zwitserse rekeninghouders. Na deze doorbraak konden de EU-landen met een bankgeheim met goed fatsoen niet meer achterblijven.
Afschaffing van het bankgeheim blijft de doelstelling van ‘Brussel’. Maar de Liechtensteinse vorst Hans-Adam II zei vorig jaar in NRC Handelsblad: ‘Als u hier komt met contant geld dat u in eigen land niet heeft aangegeven, bent u welkom.’ Zolang dit soort schurkenstaten in Europa getolereerd wordt, zullen landen als Luxemburg en Zwitserland hun lucratieve bankgeheim niet opheffen.
Auteur(s): Remko Nods
Bron: FEM Business , jaargang 6 , nummer 4 , datum 25-1-2003
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business