De afrekening: Rick Wagoner

Baas van General Motors zeilt scherp aan de wind

Het zijn moeilijke tijden voor de Amerikaanse automakers. Onder leiding van Rick Wagoner probeert General Motors zijn marktaandeel in en buiten de VS te verhogen. Onorthodoxe methoden schuwt hij niet.

Terwijl het stof nog neerdaalde rond Ground Zero op Manhattan, en Amerikanen verdwaasd en verbaasd rondliepen, reageerde ’s werelds grootste autofabrikant General Motors (GM) op geheel eigen wijze op de lafhartige aanslagen op het World Trade Centre en het Pentagon. Nieuwe auto’s van GM werden in de showrooms gehuld in de Amerikaanse vlag. Onder het motto Keep America Rolling maakte GM-baas Rick Wagoner (nu 49) tegelijkertijd bekend dat Amerikanen hun auto’s voortaan renteloos konden financieren.

Zestien maanden na nine-eleven kunnen Amerikanen hun nieuwe Cadillac, Chevrolet, Buick, Oldsmobile, Pontiac, GMC, Hummer, Saturn en Saab nog altijd in drie of vijf jaar afbetalen, zonder dat zij daarvoor rente hoeven te betalen. Veel analisten vinden die strategie link. Er moet toch een moment komen dat GM weer rente gaat vragen? En zijn er dán nog kopers te vinden voor GM’s modellen? Maar voorlopig plukken Rick Wagoner en GM de vruchten van hun strategie.

Amerikanen zijn namelijk duurdere auto’s gaan kopen en daarop zijn de winstmarges hoger. GM is er in de VS voor het tweede achtereenvolgende jaar in geslaagd zijn al jarenlang krimpende marktaandeel te vergroten. En GM haalde over het moeilijke economische jaar 2002 meer winst (1,7 miljard dollar) dan over 2001 (601 miljoen). Het overgrote deel van die winst komt overigens voor rekening van GMAC, de tak van GM die financieringen en verzekeringen van onder meer auto’s en huizen verzorgt.

Rick Wagoner, die al 26 jaar bij GM werkt, durft wel wat. Dat blijkt al uit zijn benoemingsbeleid. Zijn financiële man – John Devine - komt van Ford; Bob Lutz zijn chief development officer zat bij Chrysler waar hij veel succes had met het retromodel PT Cruiser. Lef toonde Wagoner ook toen hij in het najaar van 2000, vlak na zijn benoeming als ceo, besloot om in 2004 de productie te staken van Oldsmobile, dat al sinds 1908 deel uitmaakt van de GM-stal. Ook de bekende Camaro van Chevrolet en de Firebird van Pontiac werden uit het GM-modellenpakket geschrapt.

Daar stond wel wat tegenover. Om de wispelturige en veeleisende consument tevreden te stellen, presenteerde GM in 2002 maar liefst zestien nieuwe modellen (in het verleden waren dat er jaarlijks zes) en dit jaar staan alweer zestien nieuwe introducties op het programma. Veel geld steekt GM in de promotie van haar vlaggenschip Cadillac en het door Wagoner aangekochte Hummer – een soort pantservoertuig voor de openbare weg. De extra aandacht voor Cadillac is vooral bedoeld om de succesvolle Japanse en Europese fabrikanten van luxeauto’s (Lexus, Mercedes, BMW) de loef af te steken. Wagoner heeft daarnaast het vizier gericht op Azië, waar GM nu nog nauwelijks aan de weg timmert. Azië is dé groeimarkt voor autofabrikanten, is Wagoners overtuiging.

Wagoner heeft guts – en dat moet ook wel. Een winst van 1,7 miljard op een omzet van 186,7 miljard dollar is niet veel. GM kampt met hoge schulden en betaalt zich scheel aan pensioenpremies en ziektekostenverzekeringen. Een Amerikaanse analist berekende onlangs dat GM alleen al aan die twee posten per verkochte auto 1350 dollar kwijt is. Bovendien kampt GM in Europa de laatste jaren met forse verliezen.

Wagoner mag scherp aan de wind zeilen, voorlopig is hij in de VS een gevierd persoon. De lange man, die tijdens zijn collegejaren verdienstelijk basketbalde, wordt bovendien sympathiek gevonden. Hij is gericht op consensus, heeft geen mega-ego en is geen bulldog. ‘Meer een coach dan een koning’, omschreef The Detroit News hem. Dat past mooi bij deze tijd.

Een exceptionele grootverdiener is Wagoner ook niet. Zijn basissalaris over 2001 bedroeg twee miljoen dollar, dat is voor Amerikaanse ceo-begrippen niet veel. Een bonus kreeg hij in 2001 niet, extraatjes ter waarde van 600.000 dollar wel.

Daarnaast ontving hij nog 400.000 opties, die momenteel overigens nog niet in the money zijn. Worden ze dat wel, dan is Wagoner spekkoper. In 2001 bedroeg de waarde van Wagoners totale optiepakket volgens het zakenblad Forbes ruim dertien miljoen dollar.

Wagoner verdient het predikaat ‘outperformer’ omdat de koers van GM na juni 2000 minder sterk daalde dan die van Ford en DaimlerChrysler. Het verschil met DaimlerChrysler is overigens heel klein.

Kader bij artikel:

OUTPERFORMER

Naam: G. Richard (Rick) Wagoner

Leeftijd: 49

Basissalaris: $ 2.000.000 (2001)

Extraatjes: ca. $ 600.000 (2001)

Opties: 400.000 (gekregen in 2001)

Aandelen: 111.094 (gewone) en 79.964 (speciale)

In dienst sinds: 1977

CEO sinds: 1 juni 2000

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief