Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie leverde afgelopen week in zijn rapport over Srebrenica forse kritiek op de Nederlandse politiek. De vrouwen van Srebrenica willen schadevergoeding van de Nederlandse Staat.
Nabestaanden van de moordpartij in Srebrenica willen een schadeclaim indienen bij de Nederlandse Staat. Dat meldt de Amerikaanse hoogleraar en advocaat Francis Boyle, die twee groepen vrouwen uit Srebrenica bijstaat. Boyle zegt het afgelopen week gepresenteerde rapport van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (Niod) te gaan bestuderen op zoek naar “brokken informatie” die hij kan gebruiken om Nederland aansprakelijk te stellen.
Boyle is een bekende linkse advocaat en mensenrechtenactivist die vaker ‘politieke’ zaken doet. Tijdens de oorlog in Bosnië stond hij de regering van Bosnië-Hercegovina bij. Hij erkent dat de schadeclaim tegen Nederland juridisch moeilijk ligt. “Ik heb de vrouwen van Srebrenica gewaarschuwd dat dit lang gaat duren”, zegt hij over de telefoon vanuit zijn kantoor op de universiteit van Illinois. “Het heeft ook jaren geduurd voordat Milosevic werd aangeklaagd.”
Een van de eerste vragen die moet worden beantwoord is of de Verenigde Naties volledige command and control hadden over de blauwhelmen in Srebrenica. Als dat zo is, kan Nederland de schadeclaim wellicht op deze grond afwijzen. Boyle gaat ervan uit dat de VN formeel het bevel voerde over de troepen, maar dat de Nederlandse regering in de praktijk een deel van de zeggenschap hield.
Een andere vraag is waar de zaak aanhangig kan worden gemaakt. Een mensenrechtenorganisatie in de Verenigde Staten is er de afgelopen jaren op basis van een tweehonderd jaar oude wet in geslaagd verschillende betrokkenen bij mensenrechtenschendingen voor de Amerikaanse rechter veroordeeld te krijgen tot schadevergoedingen. Zo veroordeelde een rechtbank in New York de vroegere Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic tot betaling van 745 miljoen dollar schadevergoeding en een boete van 3,7 miljard dollar aan een groep moslimvrouwen die tijdens de oorlog zijn verkracht. Tegen Nederland maakt een dergelijke Amerikaanse procedure echter weinig kans, want staten en leden van een zittende regering kunnen zich beroepen op immuniteit.
Boyle ziet Nederland zelf dan ook als de meest logische plaats om de claim tegen de Nederlandse Staat aanhangig te maken. Hij zegt van Nederlandse juristen het advies te hebben gekregen om eerst een strafzaak aan te zwengelen, om daar vervolgens op verder te bouwen.
De Amerikaanse hoogleraar heeft voor de komende jaren een drieledige strategie uitgestippeld. Hij hoopt ten eerste dat de zaak die loopt tegen de vroegere Joegoslavische leider Slobodan Milosevic bij het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag nieuwe bewijzen zal opleveren waarmee hij zijn claim kan onderbouwen. Daarnaast wil hij in België een strafklacht indienen tegen VN-functionarissen, diplomaten en militairen die bij de val van Srebrenica waren betrokken. Op zijn lijstje staan onder anderen de toenmalige Nederlandse minister van Defensie Joris Voorhoeve en enkele Nederlandse militairen.
Boyle kiest België voor de strafklacht omdat rechtbanken in dat land sinds 1993 zogenoemde universele rechtsmacht hebben bij de berechting van oorlogsmisdaden, foltering en genocide. Een Belgische rechtbank veroordeelde op grond van deze wetgeving vorig jaar vier Rwandezen tot celstraffen van twaalf tot twintig jaar voor hun deelname aan de volkerenmoord in dat Afrikaanse land in 1994. Nabestaanden van de slachtpartij in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila in 1992 proberen op dit moment een strafzaak wegens genocide aanhangig te maken tegen de Israëlische premier Sharon. “België heeft op dit terrein de meest verstrekkende wetgeving ter wereld”, zegt Boyle.
Uiteindelijk willen de vrouwen van Srebrenica volgens Boyle een schadevordering indienen bij de Nederlandse overheid. De Amerikaanse advocaat benadrukt dat de vrouwen Nederland niet als hoofdschuldige zien van het drama in Srebrenica, maar dat zij Nederland wel medeverantwoordelijk houden. Hij wil nog niets kwijt over de omvang van de claim.
Hoeveel kans de overlevenden van Srebrenica maken met hun vordering? Woordvoerder Gerard van der Wulp van de Nederlandse regering zegt dat een schadevergoeding of tegemoetkoming voor de vrouwen nooit in de ministerraad is besproken. Het onderwerp staat volgens hem op dit moment ook niet op de agenda. “Wij hebben nooit een claim ontvangen”, aldus Van der Wulp. “Verder hebben we net een wetenschappelijk rapport van drieduizend pagina’s gekregen. Dat moet nu eerst worden gelezen.”
Een van de weinige Nederlandse deskundigen op dit terrein is de Amsterdamse advocate Liesbeth Zegveld. Zij zegt de claim voor de rechter “zeker niet kansloos” te achten. “Er is zo veel fout gegaan in Srebrenica.”
Boyle zegt te hopen dat het niet tot een procedure hoeft te komen. Hij vindt dat de Nederlandse regering een tegemoetkoming moet aanbieden. “Dit is de grootste gruweldaad sinds de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog de joden uitmoordden. Het wordt tijd dat de Nederlandse regering haar verantwoordelijkheid neemt.”
Auteur(s): Arjen van der Ziel
Bron: FEM De Week , jaargang 5 , nummer 15 , datum 13-4-2002
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business