‘Het leiden van een bedrijf is als zeezeilen’

Naam: Gerard van Beynum

Functie: voorzitter BioPartner

Lokatie: Engelbertha Hoeve, Leiden

Na lange jaren is Gerard van Beynum (57) weer terug op bekend terrein. De Engelbertha Hoeve in Leiden ligt op een boogscheut afstand van de houten bouwkeet bij de medische faculteit van de Leidse Universiteit, waar het biotechnologiebedrijf Pharming huisde toen hij er in 1995 in dienst kwam. “Daar kon je niemand met goed fatsoen ontvangen. Dus als wij iets te bespreken hadden, zaten we hier. De aandeelhoudersvergaderingen hielden wij hier achter, in de hooiberg.”

Eigenaar Aldo Arslanagic is blij verrast de oud-stamgast terug te zien. “Ben jij nog naar de bava geweest?”, vraagt Van Beynum, doelend op de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders waar Pharming-topman George Hersbach werd vervangen door de Indiase arts Francis Pinto. Arslanagic belegde namelijk in de onderneming waarvan hij de bestuurders regelmatig onder zijn dak had. Van Beynum ziet daar geen kwaad in: “Als je hier over de vloer komt, vertel je natuurlijk wel eens hoe het gaat. Aldo had er vertrouwen in. Nou, dan koop je toch wat aandelen?”

Het is waarschijnlijk de macht der gewoonte dat wij de menukaart niet te zien krijgen. Na de amuses komt een behulpzame ober ons vertellen wat de chef-kok voor ons heeft uitgekozen: carpaccio en een stuk op de huid gebakken roodbaars. We kunnen niet anders dan instemmen. De vraag naar een witte bourgogne wordt adequaat beantwoord met een meursault.

Van Beynum werd in 1995 bij Pharming door George Hersbach binnengehaald als vice-president research & development. Twee maanden eerder werd hij door zijn toenmalige werkgever Gist-brocades, het huidige DSM Gist, ontslagen. “Het is te belachelijk om erover te praten, maar ik geloofde nog in het idee van een baan voor het leven. Ik schrok me wezenloos. Plotseling had ik niet langer de regie.” Achteraf kan hij precies aanwijzen op welk punt het bij zijn eerste werkgever misging. “Ik was te veel een vrijbuiter, riep te vaak dat het allemaal gelul was.”

Met een iets mindere vrijbuitersgeest was Van Beynum bij Gist wellicht doorgestoten naar de raad van bestuur, het niveau waar hij net onder zat. Dan zat hij nu mogelijk in de raad van bestuur van DSM. “Maar daar heb ik het zitvlees niet voor. Dat lukt alleen de langebaanschaatsers.” Na zijn ontslag zat hij flink in de put. Uiteindelijk was hij slechts twee maanden zonder werk, maar dat wist hij niet op het moment dat hij voor de kantonrechter stond. Hersbach en van Beynum kennen elkaar van Gist-brocades. “Hij heeft nog voor mij gewerkt. Wij hebben elkaar er goed leren kennen.”

Hersbach had Van Beynum aangetrokken voor het strakker organiseren van de onderzoeksafdeling, maar Van Beynum stortte zich ook op het repareren van het slechte imago van het bedrijf. “Stier Herman was vijf jaar tevoren geboren. Zijn geestelijke vader, professor Herman de Boer, had over heel veel dingen niet al te best nagedacht. Ook investeerders waren blind in het avontuur gestapt. Pharming verkeert wat dat betreft in goed gezelschap, denk maar aan Monsanto met de genetisch gemanipuleerde soja en maïs. Heel charmant, zo’n opstelling, maar in potentie dodelijk voor een bedrijf.”

Het verhaal van de onderneming moest beter worden verteld. Dus kwam oud-jounaalverslaggever Klaas Jan Hindriks naar een achterzaaltje van de Engelbertha Hoeve om de Pharming-top cameratrainingen te geven. En er moest een beter verhaal komen, in plaats van al dat negatieve gedoe over het genetische gesleutel aan onschuldige dieren. Voor dat laatste nam Pharming de Haagse mannetjesmakers Rio Praaning en Rob Meines in de arm. “Toen brak onverwachts de hel los. De EO-tv had in het geniep een half jaar lang aan een aanval op Pharming gewerkt. Heel vals.” Van Beynum kreeg zijn vuurdoop als boegbeeld van het bedrijf.

De victorie begon twee maanden later in het Belgische Geel, waar Pharming een symposium belegde over een potentieel geneesmiddel tegen de ziekte van Pompe. De erfelijke aandoening treft vooral pasgeboren kinderen, die zonder behandeling veelal binnen het jaar sterven. “De Volkskrant opende met het nieuws, op de ochtend van het congres. Er kwam een lawine aan publiciteit los, die ons volledig verraste.” Twee dagen later zat Van Beynum in het tv-programma Buitenhof. Van een prutser aan het genetische materiaal van runderen, was Pharming plotseling de redder van ten dode opgeschreven baby’s geworden.

Ook de volgende publicitaire hobbel werd moeiteloos genomen: de geboorte van de gekloonde tweelingkoeien Holly en Belle. “Kloneren was een publicitaire klip, maar wij móesten wel overstappen op die technologie. Desnoods in het buitenland. Dat wij inderdaad met onze dieren het land uit moesten, was een besluit van een minister die niet in de biotechnologie heeft doorgeleerd.”

De onderneming stelde Van Aartsen met de geboorte van de tweeling dan ook voor een voldongen feit. Van Aartsen verbood de techniek nog diezelfde dag, nadat Pharming het nieuws op een druk bezochte persconferentie bekend had gemaakt. ’s Avonds zat Van Beynum in Nova tegenover een van de adviseurs van minister van Aartsen.

Eind 2000 kreeg Van Beynum, na ruzie met topman Hersbach, voor de tweede keer te horen dat hij moest opstappen. Deze keer kwam het minder als een verrassing. “Toen ik bij Pharming in dienst kwam, had ik al het idee: dit ga ik een jaar of vijf, acht doen. Het werd vijf jaar. Ik had al ruim voor mijn vertrek besloten niet nog eens in een gat te vallen.” Van Beynum wist wat hij kon verwachten en werd dus niet nerveus toen hij plots weer zonder werk zat. Hij koestert geen wrok. “Het leiden van een bedrijf is als zeezeilen. Daar passen geen poezelige omgangsvormen bij.”

Minder dan bij Gist heeft hij het werk voor Pharming zijn leven laten beheersen. “Soms stond ik om vijf uur op, als ik wakker werd en een ingeving kreeg voor een stuk dat ik moest schrijven. Maar het grootste deel van de tijd heb ik goed geslapen.” Na zijn ontslag was hij plotseling weer heer en meester over zijn eigen agenda. “Nee zeggen blijkt opeens heel makkelijk, als je baas bent over je eigen tijd.”

Van Beynum nam de tijd om met zijn geadopteerde kinderen, een zoon van inmiddels 23 en een dochter van 21, naar Bangladesh en India te gaan, terug naar de landen waar zij geboren zijn. “Ik wilde in India niet alleen vliegen, maar ook lange stukken rijden met de auto. De mensen die je op het platteland ziet zijn arm, maar het zijn geen schlemielen.”

Onverdraaglijk vindt hij wel de armoede in de sloppenwijken rond de grote steden. Armoede die je al van kilometers afstand ruikt. “Die armoede vreet aan mij. Mijn vrouw deelt daar aalmoezen uit, geeft alles weg. Ik kan dat niet, voel mij daar vreselijk onhandig. Met wat geld blijft zo iemand één dag langer in leven. Maar wat dan?”

Hersbach is begin dit jaar bij Pharming op straat gezet. Terecht?

“Zijn vertrek was volgens mij onvermijdelijk. Er zijn dingen fout gegaan, hij droeg de verantwoordelijkheid. Het is een oplossing zoals bij de Nederlandse Spoorwegen. Hopelijk komt het weer goed bij Pharming. Ik heb nog altijd aandelen en opties in het bedrijf.”

Voelt u met Hersbach mee?

“Hij heeft veel te hard voor die tent gewerkt. En dan wordt hij gedwongen te vertrekken. Ik begrijp hoe dat voelt. Of ik hem heb gebeld? Nee, George en ik hebben al een hele tijd geen contact meer.”

U was bevriend. Komt dat ooit weer goed?

“Na mijn vertrek bij Gist heb ik gezegd: ‘een aantal mensen hoef ik nooit meer te zien’. Het is net als in een huwelijk: als je uit elkaar gaat, is het daarna anders. Wij moeten verder, wij zijn grote meneren.”

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief