In de titanenstrijd tussen oude en nieuwe economie hebben de oude fondsen een slag gewonnen. In hoeverre zal dat een beslissend keerpunt worden?
Voorlopig zit er weinig rust in onze portefeuille. Er is een veldslag gaande tussen de vertegenwoordigers van de nieuwe en oude economie. In het laatste kwartaal van 1999 zetten de nieuwe-economiefondsen een offensief in waar de oude gevestigde concerns absoluut niet van terug hadden. Eind 1999 bleek dat bijna de hele winst van 25 procent die de AEX in dat jaar boekte, voor rekening kwam van ASML, KPN en Philips.
Ondertussen zitten we midden in een correctiefase. De koersen op de Amerikaanse Nasdaq, de beurs die de trend bepaalt voor de nieuwe economiefondsen, kwamen in zwaar weer terecht. De koers van de Nederlandse aandelen in die sector kelderden enorm. UPC dook in onze beleggingsweek van 60,80 euro naar 41,50 euro. Ook ASML, KPN en Philips verloren waarde met eurotientjes tegelijk. KPN zag zelfs een kwart van zijn waarde verdwijnen. Slecht nieuws voor de FEM/De Week-portefeuille, want die drie aandelen stonden prominent in onze portefeuille.
Veel beleggers zullen de neiging hebben om na zo’n rampweek even te wachten op herstel. In de volatiele markten waar we nu mee te maken hebben, zijn tenslotte niet alleen de stijgingen overdreven, maar ook de correcties die daardoor worden uitgelokt. Wachten past echter niet in onze strategie. Iedere week bestaat onze portefeuille uit de negen best presterende fondsen van de voorgaande week en daar sjoemelen we niet mee.
We zijn er overigens absoluut van overtuigd dat de nieuwe economie om zich heen zal blijven grijpen. Wel valt te verwachten dat beleggers kieskeuriger worden. Vooral marktleiders met een stevige strategie gaan de dans leiden.
Eén ding is wel duidelijk geworden. De oude kwaliteitsaandelen zijn niet dood. Tot voor kort vroegen veel beleggers zich af of deze gevestigde AEX-blue chips ooit weer in de gratie zouden komen. Ondertussen is die vraag beantwoord. Oude en nieuwe fondsen zijn communicerende vaten. Als de nieuwe fondsen te ver zijn doorgeschoten, zoeken beleggers onmiddellijk naar mooie koopjes uit de oude doos. Die zijn er te over. Neem Unilever: 12 juli 1999 werd de hoogste koers van de afgelopen twaalf maanden geklokt: 73,20 euro. Op 13 maart 2000 werd het dieptepunt van veertig euro neergezet. De afgelopen week werd de vijftig-eurogrens met het grootste gemak overschreden. Als de malaise op de Nasdaq aanhoudt, kan de 73,20 probleemloos in zicht komen. Het bedrijf staat er in ieder geval niet slechter voor dan vorig jaar juli. Hetzelfde verhaal gaat op voor Ahold.
Ook Akzo Nobel en Nutricia zijn terug in de gratie, maar hun huidige koers ligt aanzienlijk dichter bij de hoogste koers van de afgelopen 12 maanden. Technisch gezien betekent dit dat er minder groeiruimte is. Om blijvend door dat topniveau heen te breken is doorgaans een grote groep van zeer overtuigde aandeelhouders nodig.
Heineken heeft een soortgelijk probleem. Het aandeel is de afgelopen week per saldo stationair gebleven. De koers ligt rond de 58 euro en zit nu weer heel dicht aan tegen het 12-maands hoog van 60 euro. Van de aandelen die we deze week in portefeuille hebben, heeft Heineken de zwakste week achter de rug. Maar de kans bestaat dat Heineken het niveau van zestig euro weer gaat testen en mocht er een echte doorbraak komen dan kan er een leuke rally volgen.
Voor het eerst sinds het begin van onze portefeuille hebben we uitsluitend old economy-aandelen in huis. ABN Amro, Aegon, Ahold, Akzo, Fortis, Heineken, ING, Koninklijke Olie en Numico. Oude tijden lijken weer te keren. Voor het rendement van de portefeuille zou het heel goed zijn als de kern van dit groepje een tijdje stand zou weten te houden, maar we kunnen alleen maar hopen. De touwtrekpartij tussen oud en nieuw is nog lang niet beslecht.
Auteur(s): Peter Hendriks
Bron: FEM De Week , jaargang 3 , nummer 15 , datum 8-4-2000
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business