Microsoft: ‘We moeten wel paranoïde zijn’

Microsoft-baas John Mangelaars:

Het 43 pagina’s tellende document ‘Conclusions of Law’ van rechter Thomas Penfield Jackson volgt op vier maanden vruchteloos onderhandelen tussen Microsoft en zijn aanklagers. Het schikkingsvoorstel van Microsoft ging naar verluidt vooral de negentien Amerikaanse staten, die de rechtszaak samen met het federale ministerie van justitie voeren, niet ver genoeg. John Mangelaars, directeur van Microsoft Benelux, zegt slechts te kunnen gissen naar hun beweegredenen.

FEM/DeWeek: Wij hebben nergens gelezen wat het schikkingsvoorstel van Microsoft nu eigenlijk behelsde.

John Mangelaars: Wij ook niet.

Echt?

Bemiddelaar Possner heeft de betrokken partijen ook om strikte geheimhouding gevraagd. Ik ken alleen maar geruchten – dezelfde die jullie kennen.

Jullie persbericht van maandag meldt dat de negentien Amerikaanse staten die samen met de federale overheid de rechtszaak tegen Microsoft voeren, ‘extreme eisen’ zouden hebben gesteld. Om wat voor eisen gaat het?

We hebben aan de rechter beloofd dat ook daarover intern niets zou worden gelekt.

Speelt de angst mee dat de rechter opnieuw inzage in jullie interne mail zal eisen?

Nee. Geen geruchten en geen lekken. Dat is gewoon de afspraak.

In hetzelfde persbericht lijkt Microsoft erop uit te zijn het Amerikaanse ministerie van justitie enerzijds en de negentien staten anderzijds uit elkaar te spelen.

Het ministerie van justitie vertrekt net zoals wij vanuit de consument. De negentien staten zijn daarentegen vertrokken vanuit de concurrenten. Het ministerie wil net als wij in het belang van de consumenten zo snel mogelijk tot een oplossing komen. Maar de staten beschermen een aantal van onze concurrenten. En die zijn, heel simpel, gebaat bij imagoschade bij Microsoft.

Waarom zouden Amerikaanse staten zich voor het karretje laten spannen van jullie concurrenten?

In Amerika vormen de afgevaardigden van de afzonderlijke staten het parlement. Die afgevaardigden worden van verkiezingsfondsen voorzien door het bedrijfsleven van de betreffende staat. En ik kan mij voorstellen dat een staat als Californië [thuisbasis van onder andere Oracle en Sun, red.] niet staat te popelen om Microsoft een goede deal te geven.

Blijven er nog achttien staten over.

Utah is de thuisbasis van Novell. IBM heeft zijn hoofdkantoor in de staat New York.

Gelooft u dit echt?

Zeker weten doe ik niets. Maar een aantal staten heeft om historische redenen nog wel het een en ander met ons te vereffenen.

Beseft Microsoft wel voldoende dat het niet alleen de concurrentie tegen zich heeft maar ook de publieke opinie? Vrijwel iedereen beschouwt Microsofts eeuwige argument – ‘het recht om te innoveren’ – als een grijsgedraaide plaat. Hoe kan een zo succesvol bedrijf zulk autistisch gedrag tentoonspreiden?

Toch moet je het belang van innovatie niet onderschatten. Wij zijn paranoïde. Wij weten als geen ander dat als we niet kunnen blijven innoveren, we binnen twee tot vijf jaar gewoon verdwenen zijn. En dat weet Oracle ook. Dat weten Sun en IBM ook. Dus is hun er alles aan gelegen om te voorkomen dat wij kunnen blijven innoveren.

Zo innovatief was Microsoft anders niet tijdens de opkomst van het internet. En het is maar de vraag of de consumenten op een innovatie als Internet Explorer zaten te wachten. Ze hadden immers Netscape al.

Dat we het begin van het internet misten, hebben we allang toegegeven. Hoe dan ook, met dat autisme van ons valt het reuze mee. Bemiddelaar Possner heeft publiekelijk onderstreept dat Microsoft zich in de onderhandelingen rond een mogelijke schikking zeer constructief heeft opgesteld. Alleen: als we niet kunnen blijven innoveren, als we niet meer zelf kunnen bepalen wat er allemaal in onze producten wordt opgenomen, dan vechten we door.

Blijft de vraag of Microsoft op het punt van innovatie wel zo geloofwaardig is.

Ik wil de bal terugspelen naar Netscape. Het is natuurlijk onhandig van ze om een poster van Bill Gates als dartsbord aan de muur te hangen en te beweren dat er in Redmond [hoofdkwartier van Microsoft, red.] alleen maar sukkels zitten. We werden daarmee uitgedaagd om er superfanatiek tegen in te gaan. En dat hebben we als superfanatiek bedrijf dus gedaan. Zijn we daarbij oneerlijk geweest? Zeker niet. In de tien jaar dat ik bij Microsoft werk, heb ik hier geen oneerlijke dingen zien gebeuren. Zijn we fanatiek geweest? Ja.

Dat blijkt inderdaad uit de aan justitie overgedragen interne e-mails. De bewoordingen waarin over de concurrentie werd gesproken liegen er bepaald niet om.

Zo gaat dat in ieder bedrijf. Maar we gaan in ieder geval niet zover als Larry Ellison [oprichter van Oracle, red.], die ons op de televisie “the Evil Empire” noemde.

Maar dankzij Windows is Microsoft bij het grote publiek veel bekender dan Oracle. Wanneer snapt Microsoft nu eens een keer dat die positie verantwoordelijkheden met zich brengt?

De fout die we in het begin van deze zaak hebben gemaakt, is dat we ons niet realiseerden dat we politiek en maatschappelijk al zo belangrijk waren geworden. Wij zijn een technologiebedrijf. We hebben niet gezien wat zich om ons heen afspeelde. In Redmond zitten we midden tussen de bossen. Maar ik denk dat Bill [Gates, red.] en Steve [Ballmer, red.] gezien hun gematigder toon inmiddels wel het een en ander geleerd hebben.

Microsoft krijgt misschien toch nog eens een vriendelijk gezicht?

Uiteindelijk zullen we dit probleem in termen van gedragscodes moeten oplossen. En in technologie. Maar per se niet in termen van structuur. Met een splitsing van Microsoft schiet niemand wat op. Wij niet, de consument niet, maar ook de concurrentie niet. Als je het bedrijf nu in drieën zou splitsen, heb je gewoon drie maal zo’n groot bedrijf als in 1995, toen de hele affaire met Netscape begon.

  • E-mail dit Artikel
  • RSS feeds
  • Nieuwsbrief