De gestegen waarde van woningen leidt leidt tot lastenverhoging. Gemeenten verlagen hun onroerendzaakbelasting, maar huiseigenaren krijgen een toename van het huurwaardeforfait voor de kiezen. Een extra financiële last van duizenden guldens per jaar.
Ondanks de sterke prijsstijgingen op de woningmarkt gaan huiseigenaren volgend jaar niet meer onroerendzaakbelasting (ozb) betalen. Verreweg de meeste gemeenten, en zeker de allergrootste steden, zullen hun ozb-tarieven zodanig verlagen dat het verschuldigde bedrag ongeveer gelijk is aan dat van vorig jaar.
Dat verwacht Robert Verkuijlen, coördinator belastingzaken van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Een half jaar geleden werd begonnen met de driejaarlijkse taxatieronde om de recente waarde van woningen in Nederland te bepalen. Uit interne gegevens van het ministerie van binnenlandse zaken blijkt dat op grond van die voorlopige taxaties de waarde van woningen de afgelopen drie jaar met ruwweg zeventig procent zijn gestegen.
Toch betekent dat volgens de VNG niet dat de ozb-aanslag zeventig procent hoger uitpakt. De gemeenten hebben onderling afgesproken dat hun ozb-inkomsten ongeveer gelijkblijven aan die van vorig jaar, zegt woordvoerder Ricardo Janssen van de Haagse wethouder Louise Engering van Financiën. Ze is zowel voorzitter van de G4 (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) als voorzitter van de VNG-commissie van Financiën en Economische Zaken.
De G4 heeft maanden gelobbyd bij minister Gerrit Zalm van Financiën om het ozb-tarief te mogen aanpassen. In een brief die Engering op 1 december stuurde aan oud-minister Bram Peper van Binnenlandse Zaken schrijft ze dat zonder nadere maatregelen grote groepen burgers er fors op achteruitgaan: “Wij achten dit niet wenselijk en doen daarom een beroep op u om deze problematiek in overleg met ons op te lossen”, schrijft de wethouder.
Vorige week vrijdag is het kabinet akkoord gegaan. Om op hetzelfde bedrag uit te komen, moeten gemeenten daarom hun tarief verlagen van ongeveer drie naar 1,75 promille. De verlaging van het ozb-tarief bespaart een huiseigenaar bij een gemiddelde ozb van drie promille en een woning van vijf ton jaarlijks 1050 gulden.
Eigenaren wiens woningen minder dan zeventig procent in waarde stegen, betalen daardoor minder onroerendgoedbelasting dan vorig jaar, terwijl bewoners met bovengemiddeld in waarde toegenomen panden juist een hogere belastingaanslag zullen ontvangen. Als woningen de afgelopen drie jaar in waarde zijn verdubbeld, zijn de betreffende eigenaars volgend jaar ongeveer 1750 gulden ozb verschuldigd, tegen slechts 1500 gulden dit jaar.
De gestegen waarde van woningen heeft met ingang van volgend jaar wel gevolgen voor het huurwaardeforfait. Tenzij het kabinet met een wetswijziging komt of de Tweede Kamer aan de bel trekt, betekent de waardestijging een gevoelige extra financiële last. Een eigenaar wiens huis bij de taxatie van drie jaar geleden op 400.000 gulden is geschat en ondertussen zeventig procent in waarde is gestegen, is bij handhaving van het huidige huurwaardeforfait van 1,25 procent niet vijfduizend gulden verschuldigd, maar moet vanaf volgend jaar 8500 gulden afdragen aan de fiscus.
Het huurwaardeforfait wordt bij het inkomen opgeteld, waardoor dit netto iets minder zwaar aantikt. Als bijvoorbeeld iemand met zijn belastbare inkomen in het tarief van vijftig procent valt, zal de nettolast slechts stijgen van 2500 naar 4250 gulden. Het ministerie van Financiën weigert te zeggen of het, net als bij het gemeentelijk ozb-promillage, het percentage van het huurwaardeforfait neerwaarts bijstelt om deze financiële schok te verlichten
Auteur(s): Frits Baltesen
Bron: FEM De Week , jaargang 3 , nummer 15 , datum 8-4-2000
Abonneer u op de gratis dagelijkse nieuwsbrief van fembusiness.nl
Neem een (proef)abonnement op FEM Business